Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7756

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
201208440/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 juli 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Vijfhoek" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JG 2013/42 met annotatie van A.E. Schilder
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201208440/1/R1.

Datum uitspraak: 17 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Deventer,

en

de raad van de gemeente Deventer,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 juli 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Vijfhoek" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 februari 2013, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door ing. J.W. Vermeulen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het plan voorziet in een juridisch planologisch kader voor de uitbreidingswijk de Vijfhoek ten noordoosten van de stad Deventer. Het plan is grotendeels conserverend van aard

2. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad.

[belanghebbende] heeft geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht bij de raad.

Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 6:13 van de Awb, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door de belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Deze omstandigheid doet zich niet voor.

Het beroep van [appellant] en anderen, voor zover ingesteld door [belanghebbende], is niet-ontvankelijk.

3. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het plandeel met de bestemming "Wonen - Woonwagenstandplaats" gelegen aan de J.W. Pienemanstraat. [appellant] en anderen zijn van mening dat het plandeel met de bestemming "Wonen - Woonwagenstandplaats" niet direct aan de J.W. Pienemanstraat zou moeten liggen maar op enkele meters afstand van de straat, zoals het plandeel ook in het voorontwerp van het plan gesitueerd was.

[appellant] en anderen betogen voorts dat is toegezegd dat indien er geen belangstelling voor de woonwagenstandplaats zou zijn een andere bestemming aan de desbetreffende gronden zou worden toegekend. Ter zitting heeft [appellant] verder betoogd dat hij in 2005 voorafgaand aan de koop van zijn woning een tekening heeft gezien waaruit bleek dat de gemeente van plan was de woonwagenstandplaats te situeren op een grotere afstand van de woningen aan de J.W. Pienemanstraat dan in het voorliggende plan is voorzien.

3.1. De raad stelt dat het plan minder standplaatsen mogelijk maakt dan het vorige bestemmingsplan "De Vijfhoek Noord-West 1996, Vierde uitwerking Fetlaer", waarin maximaal zes woonwagenstandplaatsen waren toegestaan.

Ten aanzien van de wijziging ten opzichte van het voorontwerp stelt de raad zich op het standpunt dat de situering van de woonwagenstandplaats zoals in het voorontwerp voorzien, niet realiseerbaar was vanwege de aanleg van een geluidwal. Aangezien de raad een woonwagenstandplaats op de desbetreffende gronden wel wenselijk acht, heeft de raad voor de in het plan vastgestelde situering van de woonwagenstandplaats gekozen. Dat de woonwagenstandplaats vanwege de ligging direct aan de J.W. Pienemanstraat niet op één lijn ligt met het op een afstand van ongeveer 30 m gelegen bouwblok acht de raad uit stedenbouwkundig oogpunt niet bezwaarlijk.

Voorts is de raad van mening dat de planologische gevolgen van de woonwagenlocatie worden beperkt, nu ten opzichte van het vorige plan drie woonwagenstandplaatsen minder worden toegestaan. De raad stelt zich verder op het standpunt dat er nog steeds behoefte is aan woonwagenstandplaatsen en dat daarom in elke wijk van enige omvang ruimte moet worden bestemd voor de aanleg van een woonwagenstandplaats.

3.2. Blijkens de verbeelding is aan de gronden direct gelegen aan de J.W. Pienemanstraat de bestemming "Wonen - Woonwagenstandplaats" toegekend, waarbij maximaal drie woonwagenstandplaatsen worden toegestaan.

Ingevolge artikel 15, lid 15.1, van de planregels zijn de voor "Wonen - Woonwagenstandplaats" aangewezen gronden bestemd voor woonwagenstandplaatsen, de daarbij behorende groenvoorzieningen in de vorm van tuinen, erven, plantsoenen, groenstroken en verkeersvoorzieningen in de vorm van inritten, parkeer- en ontsluitingsvoorzieningen.

Ingevolge lid 15.2.1 van de planregels gelden voor het bouwen van woonwagens de volgende regels:

a. op de tot "Wonen - Woonwagenstandplaats" bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken die ten dienste staan van deze bestemming.

b. ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal woonwagenstandplaatsen" is ten hoogste het aantal woonwagenstandplaatsen toegestaan zoals is aangeduid.

3.3. Blijkens de plankaart van het vorige bestemmingsplan "De Vijfhoek Noord-West 1996, Vierde uitwerking Fetlaer" was aan de desbetreffende gronden de aanduiding "terrein voor woonwagens" toegekend.

Ingevolge artikel 2, lid 2.6, van de planvoorschriften van het vorige bestemmingsplan mocht ter plaatse van - of in de directe nabijheid van - de op de plankaart aangegeven aanduiding "terrein voor woonwagens" één woonwagenlocatie worden ingericht voor maximaal zes woonwagenstandplaatsen.

3.4. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat door of namens de raad de verwachting is gewekt dat aan de gronden een andere bestemming zou worden toegekend, in geval er geen belangstelling voor het gebruik van de woonwagenstandplaats zou blijken te zijn. Bovendien is ter zitting gebleken dat inmiddels één van de standplaatsen reeds is verkocht en daarvoor ook een bouwplan is ingediend.

Uit hetgeen [appellant] en anderen over een tekening uit 2005 hebben betoogd kan niet worden afgeleid dat deze tekening enige juridisch status had, waaraan de raad bovendien zou zijn gebonden. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat het vertrouwensbeginsel anderszins is geschonden, wordt overwogen dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat door of namens de raad verwachtingen zijn gewekt dat het plan zou voorzien in een grotere afstand tussen het plandeel met de bestemming "Wonen - Woonwagenstandplaats" en de J.W. Pienemanstraat.

Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.

3.5. In het voorliggende plan heeft de raad een plandeel met de bestemming "Wonen - Woonwagenstandplaats" opgenomen waarbinnen drie woonwagenstandplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Het plandeel bevindt zich op een afstand van ongeveer 17 m tot 27 m van de woningen van [appellant] en anderen. Tussen de woningen en het plandeel bevindt zich de lus aan het einde van de J.W. Pienemanstraat. De gronden in deze lus hebben de bestemming "Groen".

Uit de planvoorschriften van het vorige plan volgt dat de standplaatsen voor de woonwagens op deze gronden niet specifiek waren aangewezen. Evenwel diende toen de woonwagenlocatie wel in de directe nabijheid van de op de plankaart aangegeven aanduiding te worden gerealiseerd. Deze aanduiding bevond zich nabij de in het voorliggende plan aangewezen woonwagenstandplaats. Het vorige plan stond naar het oordeel van de Afdeling niet in de weg aan een woonwagenlocatie op dezelfde plaats als in het voorliggende plan.

De raad heeft aannemelijk gemaakt dat de woonwagenstandplaats niet op enige afstand van de J.W. Pienemanstraat kan worden gesitueerd vanwege de geluidwal achter de voorziene woonwagenstandplaats. Verder heeft de raad in redelijkheid een zwaarder gewicht mogen toekennen aan het mogelijk maken van een woonwagenstandplaats op de desbetreffende gronden dan aan de omstandigheid dat de rooilijn van de woonwagenstandplaats niet in één lijn is met de rooilijn van de gevels van de ten oosten van het plandeel gelegen woningen. Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid de afstand van het plandeel tot de dichtstbijzijnde woningen aanvaardbaar kunnen achten.

4. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover ingesteld door [belanghebbende];

II. verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Melse

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2013

191-763.