Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7728

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
201203815/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 maart 2012 heeft het college het uitwerkingsplan "Columbiz Park" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201203815/1/R2.

Datum uitspraak: 17 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Barneveld,

en

het college van burgemeester en wethouders van Barneveld,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 maart 2012 heeft het college het uitwerkingsplan "Columbiz Park" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2013, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. J. de Goeij, drs. J.D. Wessels en M. Oosting, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het uitwerkingsplan voorziet in een uitwerking van de in het door de raad van de gemeente Barneveld bij besluit van 27 juni 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Harselaar Centraal" opgenomen uit te werken bestemming "Doeleinden van dienstverlening en bedrijven". Met het uitwerkingsplan wordt onder meer beoogd de bouw van kantoren mogelijk te maken binnen het bedrijventerrein Columbiz Park.

2. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat luidde ten tijde van belang, kan een belanghebbende bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep instellen tegen een besluit omtrent de uitwerking van een bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.1. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de woning van [appellant] op een afstand van ongeveer twee kilometer van het plangebied is gelegen.

Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die binnen het plangebied van het uitwerkingsplan mogelijk worden gemaakt, is deze afstand naar het oordeel van de Afdeling te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen.

[appellant] heeft aangevoerd dat hij desalniettemin een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang heeft. Hiertoe wijst hij erop dat zijn minderjarige dochter regelmatig gebruik maakt van de Baron van Nagellstraat - ook bekend als de N805/N803 - die langs het plangebied van het uitwerkingsplan loopt.

[appellant] vreest dat zijn dochter nadelige gevolgen zal ondervinden van de ten gevolge van de in het plan voorziene ontwikkelingen toe te nemen verkeersdrukte en te verminderen verkeersveiligheid. Naar het oordeel van de Afdeling is het enkele feit dat de minderjarige dochter van [appellant] regelmatig gebruik maakt van de Baron van Nagellstraat niet voldoende om aan te nemen dat [appellant] belanghebbende is bij het bestreden besluit. Hij onderscheidt zich daarin niet voldoende van de ouders van andere minderjarige scholieren die ook gebruikmaken van de Baron van Nagellstraat. Voorts heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat hij op andere gronden als belanghebbende bij het bestreden besluit kan worden aangemerkt.

De conclusie is dat [appellant] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en dat hij daartegen ingevolge artikel 8:2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat luidde ten tijde van belang, geen beroep kan instellen.

3. Het beroep van [appellant] is niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2013

458-726.