Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7691

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
201301478/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Vosse- en Weerlanerpolder" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201301478/2/R4.

Datum uitspraak: 12 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de vereniging Vereniging Behoud de Polders, gevestigd te Hillegom,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Hillegom,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Vosse- en Weerlanerpolder" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer de vereniging beroep ingesteld.

De vereniging heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 april 2013, waar de vereniging, vertegenwoordigd door H. Vader en H.C.M. van de Reep, bijgestaan door mr. B.J. Meruma, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.F.A. Dankbaar, advocaat te Haarlem, mr. N.L.J.M. van Hattum en J.M. Nicola, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de herinrichting van de Vosse- en Weerlanerpolder tot natuurgebied en ten behoeve van extensief recreatief medegebruik.

3. De vereniging kan zich niet verenigen met het plan. Zij vreest dat de door het bestreden plan mogelijk gemaakte herinrichting van het gebied zal leiden tot een aantasting van het bestaande weidevogelgebied.

4. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, kan de voorzitter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

5. Ter zitting heeft de raad uiteengezet dat niet zal worden gestart met het uitvoeren van werkzaamheden in het plangebied voor 1 augustus 2013 of zoveel later als het broedseizoen voortduurt. De hoofdzaak zal door de Afdeling ter zitting worden behandeld op 17 juni 2013, zodat de Afdeling naar verwachting voor 1 augustus 2013 uitspraak in de hoofdzaak zal doen.

De raad heeft toegelicht dat een omgevingsvergunning voor de verdere herinrichting van het plangebied eerst zal worden aangevraagd door de stichting Het Zuid-Hollands Landschap, nadat de desbetreffende gronden aan haar zijn overgedragen of in beheer zijn gesteld. Deze omgevingsvergunning wordt ingevolge artikel 4, lid 4.3.1, van de planregels alsdan niet verleend dan nadat het college van burgemeester en wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van (een) onafhankelijke deskundige(n) op het gebied van landschap en natuur. Naar verwachting zal een omgevingsvergunning dan ook niet worden verleend voordat de Afdeling in de hoofdzaak uitspraak zal hebben gedaan, terwijl ook niet is gebleken van een belang dat meebrengt dat een omgevingsvergunning op korte termijn wordt verleend.

6. Gezien het vorenstaande en na afweging van de betrokken belangen dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 april 2013

375-745.