Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7670

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
201109831/1/A4
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4062, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 mei 2010 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met voorschrift 1.5.5, aanhef en onder b, van bijlage 2, van het Besluit glastuinbouw, niet afschermen in de nanacht van de lichtinstallatie in de inrichting voor glastuinbouw aan de [locatie] te [plaats], gemeente Westland.

Wetsverwijzingen
Besluit glastuinbouw
Activiteitenbesluit milieubeheer
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 5:35
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2013/516

Uitspraak

201109831/1/A4.

Datum uitspraak: 10 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], handelend onder de naam [appellante],

gevestigd te [plaats], gemeente Westland,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 27 juli 2011

in zaak nr. 10/9176 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Westland.

Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2010 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met voorschrift 1.5.5, aanhef en onder b, van bijlage 2, van het Besluit glastuinbouw, niet afschermen in de nanacht van de lichtinstallatie in de inrichting voor glastuinbouw aan de [locatie] te [plaats], gemeente Westland.

Bij besluit van 9 november 2010 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 juli 2011 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

Nadat partijen daartoe een verzoek hebben gedaan, heeft de Afdeling met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. [appellant] exploiteert een glastuinbouwbedrijf dat zich richt op het kweken van rozen. Bij het bij de rechtbank bestreden besluit is gehandhaafd het besluit van 27 mei 2010, waarbij [appellant] is gelast op straffe van een dwangsom te voldoen aan voorschrift 1.5.5, aanhef en onder b, van bijlage 2, van het Besluit glastuinbouw.

2. Voordat aan de inhoud van het hoger beroep kan worden toegekomen, moet de vraag worden beantwoord of [appellant] belang heeft bij een uitspraak op zijn hoger beroep.

3. Op 1 januari 2013 is in werking getreden het Besluit van 14 september 2012 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (agrarische activiteiten in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer). Bij dit wijzigingsbesluit is het Besluit glastuinbouw vervallen.

3.1. Met het vervallen van het Besluit glastuinbouw is [appellant] niet meer gehouden binnen de inrichting het Besluit glastuinbouw na te leven. De last ziet op naleving van voorschrift 1.5.5, aanhef en onder b, van bijlage 2, van het Besluit glastuinbouw, terwijl inmiddels ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer andere regels voor afscherming van de lichtinstallatie gelden. Gezien de inhoud van de last kunnen vanaf 1 januari 2013 geen dwangsommen worden verbeurd.

3.2. Uit de dossierstukken blijkt niet dat het college heeft vastgesteld dat [appellant] in de perioden vanaf het handhavingsbesluit dat geen begunstigingstermijn gold, de opgelegde last niet heeft nageleefd 10 april 2013dwangsommen zijn verbeurd. Als wel dwangsommen zouden zijn verbeurd, kunnen deze niet meer worden ingevorderd, aangezien één jaar is verstreken na de dag waarop deze zouden kunnen zijn verbeurd. Ingevolge artikel 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht bestaat dan geen bevoegdheid tot invordering.

3.3. Gezien het voorafgaande heeft [appellant] in verband met mogelijke verbeurte en invordering van dwangsommen geen belang bij een uitspraak. Nu ook overigens niet is gebleken dat nog belang bestaat bij het verkrijgen van een inhoudelijk oordeel over het hoger beroep van

[appellant], moet worden geoordeeld dat het belang bij de beoordeling daarvan is komen te vervallen.

4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.S. Aal, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Aal

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2013

584.