Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7573

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
201106706/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 april 2011 heeft het college een wijzigingsplan vastgesteld, strekkende tot wijziging van de bestemming van het perceel aan de [locatie] te Ruinen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201106706/1/R4.

Datum uitspraak: 3 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante] en haar maten, gevestigd te Ruinen, gemeente De Wolden (hierna tezamen in enkelvoud: [appellante]),

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van De Wolden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2011 heeft het college een wijzigingsplan vastgesteld, strekkende tot wijziging van de bestemming van het perceel aan de [locatie] te Ruinen.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht. [appellante] en het college alsmede [partijen] hebben hun zienswijze daarover naar voren gebracht.

[appellante] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 mei 2012, waar [appellante], vertegenwoordigd door [appellante], en bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door J. Schat, M. van der Vinne en M. Vrancken, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn [partijen] (hierna tezamen in enkelvoud: [partij]) als partij gehoord.

Bij tussenuitspraak van 12 september 2012, nr. 201106706/1/T1/R4, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 19 april 2011 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 18 december 2012 heeft het college het plan gewijzigd vastgesteld en nader gemotiveerd.

[appellante] en [partij] zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over het besluit van 18 december 2012 naar voren te brengen. Van deze gelegenheid hebben zij geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 5.6 overwogen dat het uitgevoerde akoestisch onderzoek uitgaat van de bestaande situatie wat betreft de situering en omvang van de parkeerplaatsen en de terrassen, maar dat het plan er evenwel niet aan in de weg staat dat de terrassen en parkeerplaatsen dichter bij de woning van [appellante] worden gesitueerd dan in de bestaande situatie. Nu het akoestisch onderzoek geen antwoord geeft op de vraag of in dat geval de geluidbelasting op de gevel van de woning van [appellante] onder de door het college gehanteerde grenswaarden blijft, heeft de Afdeling geoordeeld dat het college het rapport niet ten grondslag heeft kunnen leggen aan het bestreden besluit. De Afdeling heeft daarin aanleiding gezien voor het oordeel dat het besluit is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

2. Gelet hierop is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 19 april 2011 gegrond. Dat besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) te worden vernietigd.

3. In het wijzigingsplan zoals dat bij besluit van 18 december 2012 is vastgesteld, is het bestemmingsvlak "Horeca" verkleind en in het besluit is voorts, onder verwijzing naar een akoestisch onderzoek van 3 december 2012, nader gemotiveerd dat de geluidbelasting op de gevel van de woning van [appellante] bij een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden onder de door het college gehanteerde grenswaarden blijft. Dit besluit wordt, gelet op de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van de Awb, zoals deze luidden ten tijde van belang, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding.

4. Nu aan het besluit van 18 december 2012 een nieuw akoestisch onderzoek ten grondslag is gelegd waarin is uitgewerkt dat de geluidbelasting op de gevel van [appellante] bij een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van het gewijzigd vastgestelde plan onder de door het college gehanteerde grenswaarden blijft, heeft het college aan de in de tussenuitspraak gegeven opdracht voldaan.

5. [appellante] heeft geen zienswijze naar voren gebracht naar aanleiding van het besluit van 18 december 2012. Gelet daarop en gelet op hetgeen is overwogen onder 4 ziet de Afdeling geen aanleiding het van rechtswege ontstane beroep van [appellante] tegen het besluit van 18 december 2012 gegrond te verklaren.

6. Het college zal op na te melden wijze in de proceskosten worden veroordeeld.

Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat geen grond bestaat om aan te nemen dat [gemachtigde] beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Desgevraagd is niet gebleken dat de gemachtigde meer dan incidenteel rechtsbijstand aan derden verleent, zodat niet kan worden aangenomen dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening van de gemachtigde. Voorts is niet gebleken van door [appellante] naar de zitting meegebrachte of opgeroepen getuigen en van in opdracht van [appellante] opgestelde deskundigenrapporten.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden van 19 april 2011, waarbij het wijzigingsplan strekkende tot wijziging van de bestemming van het perceel aan de [locatie] te Ruinen is vastgesteld, gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 19 april 2011;

III. verklaart het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden van 18 december 2012, waarbij het wijzigingsplan strekkende tot wijziging van de bestemming van het perceel aan de [locatie] te Ruinen gewijzigd is vastgesteld, ongegrond;

IV. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden tot vergoeding van bij [appellante] en haar maten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 804,64 (zegge: achthonderdvier euro en vierenzestig eurocent), waarvan € 708,00 (zegge: zevenhonderdacht euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden aan [appellante] en haar maten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Postma, ambtenaar van staat.

w.g. Kranenburg w.g. Postma

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2013

539-745.