Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7565

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
201207299/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2012:BW8709, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 juli 2010, bekendgemaakt bij brief van 23 juli 2010, heeft het college de Sacramentskerk te Middelrode aangewezen als beschermd gemeentelijk monument (hierna ook: de aanwijzing).

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2.2
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2.18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2013/432
Gst. 2013/53

Uitspraak

201207299/1/A2.

Datum uitspraak: 3 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

R.K. Parochie Sint Norbertus, gevestigd te Berlicum, gemeente Sint-Michielsgestel (hierna: de parochie),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 juni 2012 in zaak nr. 10/2878 in het geding tussen:

de parochie

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2010, bekendgemaakt bij brief van 23 juli 2010, heeft het college de Sacramentskerk te Middelrode aangewezen als beschermd gemeentelijk monument (hierna ook: de aanwijzing).

Bij uitspraak van 15 juni 2012 heeft de rechtbank het door de parochie daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de parochie hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De parochie heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op 17 januari 2013 ter zitting gevoegd behandeld met zaak nr. 201207297/1/A2, waar de parochie, vertegenwoordigd door mr. F.C.J.J. Jessen, advocaat te 's-Hertogenbosch, vergezeld van de [secretaris] van de parochie, en het college, vertegenwoordigd door mr. D. de Jong, advocaat te Zeist, vergezeld van ing. P.C.M. van Boxtel, werkzaam bij de gemeente Sint-Michielsgestel, zijn verschenen.

Na de zitting heeft de Afdeling de zaken weer gesplitst.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 1, onder a, sub 1, van de Erfgoedverordening gemeente Sint-Michielsgestel 2009 (hierna: de verordening), wordt daarin onder gemeentelijk monument verstaan, een overeenkomstig de verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.

Ingevolge artikel 2 wordt bij de toepassing van de verordening rekening gehouden met het gebruik van het monument.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, kan het college, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.

Ingevolge het derde lid, vraagt het college advies aan de monumentencommissie, voordat het over de aanwijzing een besluit neemt.

Ingevolge het vierde lid, voert het college overleg met de eigenaar voordat het een (kerkelijk) monument als gemeentelijk monument aanwijst.

Ingevolge artikel 11, aanhef en onder a en b, is het verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, dan wel te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Ingevolge artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a en b, kent het college, indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie staat tot de weigering van het college een vergunning als bedoeld in artikel 11 te verlenen of de voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 11.

2. Niet in geschil is dat de Sacramentskerk monumentwaardig is. Het geschil spitst zich toe op het betoog van de parochie dat het college onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de door haar gestelde belangen en dat de aanwijzing daarom onzorgvuldig is voorbereid, ondeugdelijk is gemotiveerd en een zorgvuldige belangenafweging ontbeert. Volgens de parochie is de rechtbank, door te overwegen dat het teruglopend aantal kerkgangers en de stijgende kosten voor onderhoud geen beletselen hoefden te zijn om de Sacramentskerk als gemeentelijk monument aan te wijzen, voorbij gegaan aan haar betoog in beroep. Zij herhaalt dit betoog dat haar financiële situatie precair is en dat zij alleen kan blijven voortbestaan als de Sacramentskerk wordt verkocht ten behoeve van een niet kerkelijke functie. Het Bisdom wil alleen medewerking aan herbestemming verlenen als de kerk niet meer als zodanig herkenbaar is. Volgens de parochie maakt de monumentenstatus van de Sacramentskerk deze verkoop en transformatie onmogelijk. Daardoor zal de parochie onvoldoende middelen hebben voor haar sloop- en bouwplannen betreffende de Sint Petruskerk te Berlicum, die eveneens eigendom is van de parochie en waarop zaak nr. 201207297/1/A2 ziet, en stevent de parochie op een faillissement af. De rechtbank had hierin aanleiding moeten zien de aanwijzing te vernietigen, aldus de parochie.

2.1. Het college heeft, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, beleidsvrijheid bij de aanwijzing van een zaak als beschermd gemeentelijk monument. Die vrijheid vindt haar begrenzing in de verordening en in de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechter toetst de aanwijzing terughoudend; ter beoordeling staat of het college in redelijkheid, bij afweging van de betrokken belangen, tot de aanwijzing heeft kunnen komen.

2.2. Het college is tot de aanwijzing gekomen op grond van positieve adviezen hiertoe van het Monumenten Advies Bureau te Nijmegen en de gemeentelijke monumentencommissie en na toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De parochie heeft haar zienswijze in die procedure ingebracht. Het college heeft hierop schriftelijk gereageerd bij de aanwijzing, nadat de parochie - overeenkomstig haar verzoek hiertoe - in de gelegenheid is gesteld de zienswijze mondeling toe te lichten voor het voltallige college.

De reactie van het college kan zijn conclusie dragen dat de zienswijze geen aanleiding geeft af te zien van de aanwijzing. Het college heeft terecht aangevoerd dat de aanwijzing niet inhoudt dat de Sacramentskerk niet kan worden verkocht of worden aangepast aan een doelmatig gebruik zoals de parochie voor ogen heeft. Voor deze aanpassing kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo). Bij de belangenafweging van een dergelijke concrete aanvraag kunnen de door de parochie gestelde financiële belangen, de bescheiden die in dat verband zijn overgelegd en de eisen van het Bisdom in volle omvang aan de orde komen. Gelet op artikel 2.18 van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 2 van de verordening, moet het college dan ook rekening houden met het beoogde gebruik van de Sacramentskerk. Voorts is van belang dat, als een dergelijke aanvraag wordt afgewezen, artikel 18 van de verordening in de mogelijkheid voorziet van vergoeding van schade.

De parochie heeft geen concrete gegevens aangereikt waaruit kan worden afgeleid dat, zoals zij stelt, potentiële kopers van de Sacramentskerk door de monumentenstatus worden afgeschrikt. Ter zitting heeft zij desgevraagd te kennen gegeven dat zij nog niets heeft ondernomen om de Sacramentskerk te verkopen. Aannemelijk is dat potentiële kopers veeleer worden afgeschrikt door de door het Bisdom gestelde voorwaarden voor aanpassing van de Sacramentskerk. Deze voorwaarden kunnen het college echter niet worden tegengeworpen en staan los van de aanwijzing. Hetgeen de parochie heeft aangevoerd, maakt niet aannemelijk dat het gebouw na verkoop niet voor andere doeleinden dan voor kerkelijke activiteiten gebruikt kan worden.

De rechtbank heeft in de door de parochie gestelde belangen derhalve terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de aanwijzing in strijd met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen, ondeugdelijk is gemotiveerd, of de afweging van de betrokken belangen door het college zodanig onevenwichtig is, dat het niet in redelijkheid tot de aanwijzing heeft kunnen komen.

Het betoog faalt.

3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. D. Roemers en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Dallinga

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2013

18-615.