Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7550

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
201209650/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 augustus 2012 heeft het college aan Plaza Food B.V. een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een opslag-, productie- en distributiebedrijf van kant-en-klaarmaaltijden aan de Celsiusstraat 18 te Wijchen.

Wetsverwijzingen
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer 6.1
Besluit omgevingsrecht
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2013/442
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/1853

Uitspraak

201209650/1/A4.

Datum uitspraak: 3 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plaza Food B.V., gevestigd te Wijchen,

2. [appellant sub 2], wonend te Wijchen,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Wijchen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2012 heeft het college aan Plaza Food B.V. een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een opslag-, productie- en distributiebedrijf van kant-en-klaarmaaltijden aan de Celsiusstraat 18 te Wijchen.

Tegen dit besluit hebben Plaza Food B.V. en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 maart 2013, waar Plaza Food B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. M.J.A. Arts, advocaat te Nijmegen, en [appellant sub 2], bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. E.H.C. Muskens en D. Janssen BSc, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Alvorens aan de inhoud van de beroepen kan worden toegekomen, moet de vraag worden beantwoord of Plaza Food B.V. en [appellant sub 2] belang hebben bij een uitspraak op hun beroepen.

1.1. Op 1 januari 2013 is in werking getreden het Besluit van 31 oktober 2012 tot wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht en enkele andere besluiten (nieuwe activiteiten, integratie Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer, vereenvoudigingen en reparaties in het Activiteitenbesluit milieubeheer) (hierna: het wijzigingsbesluit). Voorts is op die datum in werking getreden het Besluit van 14 september 2012 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (agrarische activiteiten in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer), waarbij de citeertitel van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer is gewijzigd in Activiteitenbesluit milieubeheer.

Bij het wijzigingsbesluit zijn het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd.

In artikel II, aanhef en onderdeel G, aanhef en onder 5 en a, van het wijzigingsbesluit is bepaald dat bijlage I, onderdeel C, van het Besluit omgevingsrecht als volgt wordt gewijzigd: categorie 9.4, onderdeel a, vervalt.

In categorie 9.4, onderdeel a, van bijlage I, onderdeel C, van het Besluit omgevingsrecht, waren als categorie├źn van vergunningplichtige inrichtingen aangewezen: inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken of verwerken van voedingsmiddelen, genotmiddelen of grondstoffen daarvoor waarbij:

1o. de gezamenlijke nominale belasting op bovenwaarde van continu-ovens meer bedraagt dan 200 kW;

2o. voor het vervaardigen, bewerken of verwerken gebruik wordt gemaakt van een of meer andere apparaten dan continu-ovens met een individuele nominale belasting op bovenwaarde van meer dan 130 kW of een aansluitwaarde van meer dan 130 kW.

1.2. Uit het voorgaande volgt dat de inrichting van Plaza Food B.V. waarop de verleende revisievergunning ziet vanaf 1 januari 2013 niet langer tot een categorie van inrichtingen waarvoor ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) vergunning is vereist.

1.3. Ingevolge artikel 6.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, voor zover hier van belang, worden voor inrichtingen waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichtingen, een vergunning in werking en onherroepelijk was, de voorschriften van die vergunning gedurende drie jaar na het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichtingen, aangemerkt als maatwerkvoorschriften, mits de voorschriften van die vergunning vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften en voor zover dit besluit op de inrichting van toepassing is.

Nu de bij het bestreden besluit verleende vergunning niet voor 1 januari 2013 onherroepelijk was, zijn er geen voorschriften die ingevolge artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer worden aangemerkt als maatwerkvoorschriften. Aangezien voor het overige geen relevant overgangsrecht bestaat, geldt dat voor de bij het bestreden besluit vergunde activiteiten vanaf 1 januari 2013 geen vergunning op grond van de Wabo meer is vereist. De door Plaza Food B.V. en [appellant sub 2] met hun beroepen beoogde gehele of gedeeltelijke vernietiging van het bestreden besluit heeft geen gevolgen voor de mogelijkheid om ter plaatse een inrichting te drijven overeenkomstig de aanvraag van Plaza Food B.V. Vanaf meernoemde datum gelden onder de Wabo uitsluitend de rechtstreeks werkende voorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

1.4. Gelet hierop hebben Plaza Food B.V. en [appellant sub 2] geen belang meer bij de beoordeling van de vraag of het college de vergunning heeft mogen verlenen en of het daaraan de betwiste voorschriften mocht verbinden, nu ook niet aannemelijk is geworden dat zij door de werking van het bestreden besluit schade hebben geleden. Derhalve is hun procesbelang vervallen.

2. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W. Sorgdrager, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van staat.

w.g. Sorgdrager w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2013

163-727.