Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ0719

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-01-2013
Datum publicatie
06-02-2013
Zaaknummer
201201045/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Uden-Noord II, Hotel Van der Valk" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201201045/2/R3.

Datum uitspraak: 31 januari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Uden,

en

de raad van de gemeente Uden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Uden-Noord II, Hotel Van der Valk" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 januari 2013, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. H.G.M. van der Westen, advocaat te Eindhoven, en de raad, vertegenwoordigd door drs. J. Heijmans en R. Francissen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Het plan voorziet in een hotel met bijbehorende voorzieningen en ontsluiting tussen de Handwijzerstraat en de Rondweg te Uden.

3.    [verzoeker] woont aangrenzend aan het plangebied. Hij beoogt met zijn verzoek onomkeerbare gevolgen van het in werking getreden plan te voorkomen, omdat inmiddels een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen is ingediend en deze op basis van dit plan moet worden verleend.

4.    Ter zitting heeft de raad te kennen gegeven dat het gemeentebestuur niet zal wachten met de beslissing op de aanvraag totdat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in de bodemprocedure, omdat de initiatiefnemer zo spoedig mogelijk met de bouw van het hotel wil beginnen. De voorzitter overweegt dat het spoedeisende belang bij het onderhavige verzoek hiermee is gegeven, omdat het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kan leiden tot een onomkeerbare situatie. Voorts valt een uitspraak in de bodemprocedure, waarvan de mondelinge behandeling eveneens op 24 januari 2013 plaatsvindt, op korte termijn te verwachten. Gelet hierop is niet de verwachting dat een schorsing van het bestreden besluit de initiatiefnemer onevenredig in zijn belangen zal treffen.

5.    Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen de betrokken belangen, ziet de voorzitter aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen en het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan te schorsen.

6.    De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. De door [verzoeker] gestelde kosten voor een door een deskundige uitgebracht rapport komen niet voor inwilliging in aanmerking, aangezien [verzoeker] in verband met de behandeling van het voorliggende verzoek om voorlopige voorziening geen stukken heeft overgelegd die als een deskundigenrapport kunnen worden aangemerkt.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Uden van 10 november 2011 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Uden-Noord II, Hotel Van der Valk";

II.    veroordeelt de raad van de gemeente Uden tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 986,08 (zegge: negenhonderdzesentachtig euro en acht cent), waarvan € 944,00 (zegge: negenhonderdvierenveertig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.    gelast dat de raad van de gemeente Uden aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F.  Boermans, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten    w.g. Boermans

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2013

429-662.