Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BY9929

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
30-01-2013
Zaaknummer
201203419/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Vriezenveen lintbebouwing en centrumgebied" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201203419/1/T1/R1.

Datum uitspraak: 30 januari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State in het geding tussen:

de vennootschap onder firma JTI Autobedrijf V.O.F., gevestigd te Vriezenveen, gemeente Twenterand, en [appellant B], wonend te Vriezenveen, gemeente Twenterand (hierna tezamen en in enkelvoud: JTI Autobedrijf),

appellanten,

en

de raad van de gemeente Twenterand,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Vriezenveen lintbebouwing en centrumgebied" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft JTI Autobedrijf beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

JTI Autobedrijf en de raad hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 november 2012, waar JTI Autobedrijf, vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp en [appellant B], en de raad, vertegenwoordigd door drs. E. Nijhuis en J. Schepers, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

De Afdeling heeft de behandeling van een ander beroep tegen het besluit van 7 februari 2012 afgesplitst en de behandeling hiervan voortgezet onder zaak nr. 201203419/4/R1.

Overwegingen

1.    Ingevolge artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, zoals dit luidde ten tijde van belang en voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2.    Het plan voorziet in een planologische regeling voor de oorspronkelijke lintbebouwing en het dorpscentrum van Vriezenveen.

3.    Het beroep van JTI Autobedrijf heeft betrekking op de percelen Hammerweg 77 en 79. [appellant B], de eigenaar van het autobedrijf, is eigenaar van deze percelen. De bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd op een deel van het perceel Hammerweg 79.

4.    JTI Autobedrijf betoogt dat de bestemming van het perceel Hammerweg 77 zodanig dient te worden gewijzigd dat een deel van het perceel kan worden verhard, zodat het kan worden gebruikt voor de stalling van auto's en kan worden ontsloten op de Nieuwe Wierdenseweg.

JTI Autobedrijf stelt dat in vergelijkbare gevallen - B.V. Metaalwarenindustrie Witte van Moort aan het Westeinde 632, Jari Autohandel op de hoek van de Verzetstraat en de Aadorpweg en Brinks Metaalbewerking B.V. aan de Nieuwe Wierdenseweg 1 - planologische medewerking is verleend aan bedrijfsuitbreiding.

JTI autobedrijf betoogt voorts dat ontsluiting op de Nieuwe Wierdenseweg tot gevolg heeft dat het gebruik van de uitrit aan de Hammerweg 79 kan worden beperkt, waardoor de milieubelasting bij de naastgelegen woning wordt verminderd. In dit verband wijst hij erop dat thans de voertuigbewegingen op het erf plaatsvinden op een afstand van ongeveer 5 m van de naastgelegen woning.

4.1.    De raad betoogt dat het perceel Hammerweg 77 deel uitmaakt van de zogeheten historische lintbebouwing en vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevol is. Het gebied heeft een hoge landschappelijke waarde als slagenlandschap - lange en smalle percelen, veelal omzoomd met erfbeplanting - en is daardoor bepalend voor de bijzondere verschijningsvorm van het dorp. Het beleid ten aanzien van de lintbebouwing is gericht op het behoud van de historisch gegroeide ruimtelijke karakteristiek, in verband waarmee een terughoudend beleid wordt gevoerd ten aanzien van uitbreiding van bestaande bedrijven. Het aanbrengen van verharding en het stallen van auto's doen volgens de raad afbreuk aan de karakteristieke ruimtelijke structuur van de Hammerweg, mede in aanmerking genomen dat perceel Hammerweg 77 op de hoek met de Nieuwe Wierdenseweg is gesitueerd.

De raad heeft voorts overwogen dat bij besluit van 15 maart 2005 tijdelijke vrijstelling is verleend voor de duur van vijf jaar om verharding van het desbetreffende terreingedeelte mogelijk te maken. De tijdelijkheid van de verleende vrijstelling hield verband met de mogelijke verhuizing naar het bedrijventerrein Almeloseweg Oost, dat op dat moment in ontwikkeling was.

4.2.    Het deel van het perceel Hammerweg 77 waar JTI Autobedrijf verharding wil aanbrengen ten behoeve van de opslag van auto's en een ontsluiting naar de Nieuwe Wierdenseweg, heeft voor een deel de bestemming "Wonen - Karakteristiek" en voor een deel de bestemming "Agrarisch". In het tot dusverre geldende bestemmingsplan "Hammerweg" waren aan die delen van het perceel Hammerweg 77 respectievelijk de bestemmingen "Wonen E-" en "Agrarisch" toegekend.

Niet betwist is dat de door JTI Autobedrijf gewenste verharding van een deel van het perceel ten behoeve van de opslag van auto's en een ontsluiting naar de Nieuwe Wierdenseweg ook onder het vorige bestemmingsplan niet waren toegestaan.

Naar het oordeel van de Afdeling blijkt uit de stukken genoegzaam dat het perceel Hammerweg 77 is gelegen in de historische lintbebouwing en ligt in een gebied met een hoge landschappelijke waarde. Het beleid van de raad om rekening te houden met de historische lintbebouwing en de landschappelijk waarde van het gebied is niet onredelijk te achten. Voorts heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gewenste uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van het autobedrijf op het perceel Hammerweg 77 een aantasting van de lintbebouwing en van de landschappelijke waarde van het gebied tot gevolg heeft en dat een zorgvuldige landschappelijke inpassing hieraan niet afdoet.

Wat betreft het beroep op het gelijkheidsbeginsel overweegt de Afdeling het volgende. De toegang van het bedrijf van B.V. Metaalwarenindustrie Witte van Moort bevindt zich aan het Westeinde 632. Het plan voorziet in de bestemming "Verkeer" en de aanduiding "parkeerterrein" voor een deel van het aan het Westeinde gelegen deel van het bedrijfsterrein. Voor het overige bevindt het bedrijf zich grotendeels achter de oorspronkelijke lintbebouwing in de nabijheid van andere, achter de oorspronkelijke lintbebouwing gelegen bedrijven. Het bedrijf van Jari Autohandel is gelegen op ongeveer 100 m van de oorspronkelijke lintbebouwing op de hoek van de Verzetstraat en de Aadorpweg. Verder van de lintbebouwing bevinden zich enkele woningen. Het bedrijf van Brinks Metaalbewerking B.V. aan de Nieuwe Wierdenseweg 1 bevindt zich meer dan 200 m achter de oorspronkelijke lintbebouwing. Tussen het bedrijf en de oorspronkelijke lintbebouwing bevindt zich een nieuw gerealiseerde woonwijk. Uit het vorenstaande blijkt dat de door JTI Autobedrijf genoemde bedrijven zijn gelegen op locaties waar achter de oorspronkelijke lintbebouwing bebouwing is gerealiseerd. Hierin onderscheiden deze locaties zich van het perceel Hammerweg 77, omdat de bebouwing op dit perceel deel uitmaakt van de oorspronkelijke lintbebouwing die in de nabije omgeving nog intact is. De locaties van de genoemde bedrijven zijn derhalve niet vergelijkbaar met die van JTI Autobedrijf. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.

Uit hetgeen JTI Autobedrijf heeft aangevoerd, blijkt niet dat er bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan de raad een groter gewicht had moeten toekennen aan de belangen van JTI Autobedrijf dan aan het belang van het in stand houden van de lintbebouwing en de landschappelijke waarden ter plaatse. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat uit de aanvraag die aan de bij besluit van 15 maart 2005 verleende vrijstelling ten grondslag ligt, blijkt dat het gaat om een periode van vijf jaar mede in afwachting van een voorgenomen verplaatsing van het autobedrijf. In het besluit van 15 maart 2005 is die tijdelijkheid ook benadrukt. Derhalve is in zoverre al een lange periode rekening gehouden met de beperkingen die JTI Autobedrijf ondervindt bij de bedrijfsvoering op het perceel Hammerweg 79 en met een mogelijke verplaatsing van het bedrijf. Wat betreft het belang van beperking van de milieubelasting blijkt uit het deskundigenbericht van de StAB dat er geen aanwijzingen zijn dat thans sprake is van een situatie waarin niet aan milieunormen kan worden voldaan.

In hetgeen JTI Autobedrijf heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voor zover het betreft het perceel Hammerweg 77 strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

5.    JTI Autobedrijf betoogt dat ten onrechte er niet in is voorzien, dat het op het achterste deel van het perceel Hammerweg 79 gelegen plandeel met de bestemming "Bedrijf" een ontsluiting op de Hammerweg heeft.

JTI Autobedrijf betoogt voorts dat de bedrijfswoning op het perceel Hammerweg 79 ten onrechte niet als bedrijfswoning maar als burgerwoning is bestemd.

5.1.    Het aan de weg gelegen deel van het perceel Hammerweg 79 heeft de bestemming "Tuin - Dorpserf", het middelste deel heeft de bestemming "Wonen - Karakteristiek" en het achterste deel heeft de bestemming "Bedrijf".

Ingevolge artikel 15, lid 15.1, van de planregels - voor zover van belang - zijn in de bestemming "Tuin - Dorpserf" tevens ontsluitingen opgenomen ten behoeve van achterliggende bedrijven.

5.2.    De raad betoogt dat de bestemming "Tuin - Dorpserf" niet in de weg staat aan ontsluiting op de Hammerweg omdat in de daarvoor geldende bestemmingsomschrijving in artikel 15, lid 15.1, van de planregels de bepaling "In de bestemming zijn tevens ontsluitingen opgenomen ten behoeve van achterliggende bedrijven." is opgenomen.

Ter zitting heeft de raad wat betreft het deel van het perceel Hammerweg 79 met de bestemming "Wonen - Karakteristiek" zich op het standpunt gesteld dat de woning op dit plandeel als bedrijfswoning had moeten worden bestemd. Daarmee wordt tevens in ontsluiting van de achtergelegen gronden met de bestemming "Bedrijf" voorzien, aangezien de voor "Bedrijf" bestemde gronden mede zijn bestemd voor wegen.

5.3.    Het standpunt van de raad dat de bestemming "Tuin - Dorpserf" niet in de weg staat aan ontsluiting van het deel van het perceel Hammerweg 79 met de bestemming "Bedrijf" op de Hammerweg, is naar het oordeel van de Afdeling juist. In hetgeen JTI Autobedrijf heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan wat betreft dit plandeel strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Nu de raad zich wat betreft het deel van het perceel Hammerweg 79 met de bestemming "Wonen - Karakteristiek" op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

6.    JTI Autobedrijf betoogt dat in artikel 25 van de planregels ten onrechte is bepaald dat op- en overslag van goederen niet zichtbaar mag zijn vanaf de openbare weg en niet hoger mag zijn dan drie meter. Zij stelt dat vrijwel het gehele bedrijf zichtbaar is vanaf de Nieuwe Wierdenseweg. Verder stelt JTI Autobedrijf dat onder het vorige bestemmingsplan opslag hoger dan 3 m was toegestaan.

6.1.    De raad betoogt dat gezien de ligging van het bedrijf in de historische lintbebouwing en de landschappelijke waarde van het gebied een beperking van de hoogte van de opslag nodig is.

Voorts heeft de raad naar aanleiding van het deskundigenbericht het standpunt ingenomen, dat de bepaling dat de opslag niet zichtbaar mag zijn vanaf de openbare weg, een onnodige beperking van de bedrijfsvoering van JTI Autobedrijf met zich brengt.

6.2.    Ingevolge artikel 25 van de planregels wordt onder strijdig gebruik begrepen gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving waaronder in ieder geval wordt begrepen - voor zover van belang - het gebruik van gronden ten behoeve van de op- en overslag van goederen voor zover deze vanaf de openbare weg zichtbaar is, of hoger is dan 3 m.

6.3.    In het vorige bestemmingsplan was aan het perceel Hammerweg 79 de bestemming "Wonen E-" toegekend, alsmede voor het deel van het perceel dat thans de bestemming "Bedrijf" heeft de aanduiding "Gebied als bedoeld in artikel 5, lid 11, sub b (handel en verkoop van motorvoertuigen - zonder reparatiewerkzaamheden - toegestaan)". Hieruit volgt niet zoals JTI Autobedrijf betoogt dat opslag hoger dan 3 m was toegestaan. Uit het deskundigenbericht blijkt dat op het open terrein personenauto's, kleine bedrijfsauto's en caravans worden gestald. Gelet hierop heeft JTI Autobedrijf niet aannemelijk gemaakt dat de bedrijfsvoering wordt belemmerd bij een beperking van de opslag tot een hoogte van 3 m. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor in 4.2 is overwogen is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat een beperking van de hoogte van de opslag tot 3 m nodig is om het bedrijf in te passen in de omgeving.

In hetgeen JTI Autobedrijf heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voor zover het betreft de hoogte van de op- en overslag van goederen strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Nu de raad zich wat betreft de bepaling dat de opslag niet zichtbaar mag zijn vanaf de openbare weg, in geval van het perceel van JTI Autobedrijf, op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

7.    Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Gelet op de geconstateerde gebreken kan herstel slechts plaatsvinden door het nemen van een nieuw besluit.

De raad dient daartoe met inachtneming van overweging 5.3 het besluit te wijzigen door het vaststellen van een andere planregeling voor het deel van het perceel Hammerweg 79 waaraan de bestemming "Wonen - Karakteristiek" is toegekend.

Voorts dient de raad met inachtneming van overweging 6.3 het besluit te wijzigen door het vaststellen van een andere planregeling voor het perceel Hammerweg 79 wat betreft de zichtbaarheid van de op- en overslag van goederen vanaf de openbare weg.

8.    Bij wijziging van het besluit behoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb. Wel dient het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze te worden bekendgemaakt.

9.    In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

draagt de raad van de gemeente Twenterand op om binnen 16 weken na de verzending van deze tussenuitspraak:

1. met inachtneming van overweging 7 de daar omschreven gebreken te herstellen en

2. de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.

w.g. Kranenburg    w.g. Melse

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2013

191.