Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BY9257

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
201108698/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 juli 2009 heeft het college geen gevolg gegeven aan de aangifte van [appellant b] van adreswijziging in [locatie a] te Dronten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201108698/1/A3.

Datum uitspraak: 23 januari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant a] en [appellant b], wonend te Dronten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 23 juni 2011 in zaak nr. 10/1025 in het geding tussen:

[appellant b]

en

het college van burgemeester en wethouders van Dronten.

Procesverloop

Bij besluit van 1 juli 2009 heeft het college geen gevolg gegeven aan de aangifte van [appellant b] van adreswijziging in [locatie a] te Dronten.

Bij besluit van 4 mei 2010 heeft college het door [appellant b] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 juni 2011 heeft de rechtbank het door [appellant b] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant b] en [appellant a] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 mei 2012, waar [appellant a], bijgestaan door mr. K.A. Faber, advocaat te Heerenveen, en het college, vertegenwoordig door J.G. van der Struik-de Haan, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Desgevraagd zijn na zitting nog stukken van het college ontvangen. Deze stukken zijn naar [appellant a] en [appellant b] toegezonden.

Bij brief van 22 juni 2012 hebben [appellant a] en [appellant b] een nadere reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak opnieuw ter zitting behandeld op 4 oktober 2012, waar [appellant a], bijgestaan door mr. Faber, is verschenen.

Overwegingen

1.    Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wet op dit geding van toepassing blijft.

2.    Ingevolge artikel 1, aanhef, dertiende gedachtestreepje, onder a, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, wordt onder woonadres verstaan: het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten.

Ingevolge het vijftiende gedachtestreepje, voor zover thans van belang, wordt onder adres verstaan: het woonadres.

Ingevolge artikel 47, eerste lid, worden aan de aangifte van een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, gegevens betreffende het adres ontleend, tenzij aannemelijk is dat hij het vermelde adres niet heeft.

Ingevolge artikel 66, eerste lid, eerste volzin, is de ingezetene die zijn adres wijzigt, verplicht binnen vijf dagen na de wijziging van het adres bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft, schriftelijk aangifte van adreswijziging te doen.

Ingevolge artikel 70, eerste lid, is degene die aangifte heeft gedaan als bedoeld in de artikelen 65 tot en met 68, verplicht om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desverlangd in persoon, ter zake van zijn aangifte de inlichtingen te geven en de geschriften over te leggen die van belang zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisadministratie.

Ingevolge artikel 83, aanhef en onder f, wordt een beslissing van het college om aan een aangifte geen of slechts ten dele gevolg te geven gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

3.    Ambtshalve wordt als volgt overwogen. [appellant a] heeft geen beroep ingesteld bij de rechtbank. Ingevolge artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan geen beroep worden ingesteld tegen een op bezwaar of in administratief beroep genomen besluit door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt of administratief beroep te hebben ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit. Op grond van artikel 6:24, eerste lid, van de Awb is deze bepaling in hoger beroep van overeenkomstige toepassing. Niet is gebleken dat [appellant a] niet redelijkerwijs kan worden verweten geen beroep te hebben ingesteld. Dat betekent dat het hoger beroep, voor zover door [appellant a] ingesteld, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4.    [appellant b] woont sinds enige jaren met zijn ouders in een loods aan [locatie b] te Dronten. [appellant b] bewoont een afzonderlijk gedeelte in die loods. Hij heeft verzocht om wijziging van zijn adres in [locatie a].

5.    Het college heeft bij het in bezwaar gehandhaafde besluit geen gevolg gegeven aan de aangifte van [appellant b], omdat hij, desgevraagd, geen inlichtingen heeft verschaft over de feitelijke adressituatie op [locatie b].

6.    [appellant b] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college geen gevolg behoefde te geven aan zijn aangifte. Hij verwijst daarvoor naar een besluit van 15 februari 2011, waaraan volgens [appellant b] door het college terugwerkende kracht is toegekend. Hij wenst dat het college hem alsnog met terugwerkende kracht inschrijft op het adres [locatie b].

6.1.        Het betoog faalt. Niet in geschil is dat [appellant b] ten tijde van zijn aangifte stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [locatie b] te Dronten. Naar aanleiding van zijn aangifte heeft het college [appellant b] herhaaldelijk verzocht om inlichtingen. Het college mocht aan zijn besluit ten grondslag leggen dat [appellant b], in weerwil van deze verzoeken, geen inlichtingen heeft verstrekt op grond waarvan door het college de feitelijke adressituatie op [locatie b] te Dronten kon worden beoordeeld.

Het niet in geding zijnde besluit van het college van 15 februari 2011 strekt tot vaststelling voor de loods van de nummeraanduidingen [locatie b] voor de inpandige woning en [locatie a] voor de bedrijfshal. Anders dan [appellant b] betoogt, heeft het college aan dat besluit geen terugwerkende kracht toegekend. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201108696/1/A3 heeft de Afdeling het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 15 februari 2011, ter motivering waarvan [appellant b] dit betoog heeft aangevoerd, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college geen gevolg behoefde te geven aan de aangifte van adreswijziging.

6.2.        Het besluit van het college van 6 juli 2011, dat strekt tot het alsnog inschrijven van [appellant b] op het adres [locatie a], kan niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 6:18, eerste lid, van de Awb, welke bepaling in deze procedure op grond van het hiervoor aangehaalde overgangsrecht nog van toepassing is. Daartoe wordt overwogen dat het besluit niet strekt tot wijziging van het besluit van 4 mei 2010. Eerstgenoemd besluit kan derhalve in deze procedure niet aan de orde worden gesteld.

7.    Ten overvloede wijst de Afdeling erop dat, indien [appellant b] alsnog een bezwaarschrift indient tegen het besluit van 6 juli 2011, het college bij zijn beoordeling van de ontvankelijkheid daarvan een eventuele verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding dient te betrekken, in aanmerking genomen dat het voor [appellant b] niet op voorhand duidelijk was dat het besluit in deze procedure niet aan de orde kon worden gesteld.

8.    Het hoger beroep, voor zover ingesteld door [appellant b], is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

9.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep, ingesteld door [appellant a], niet-ontvankelijk;

II.    bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom    w.g. Sparreboom

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2013

195-671.