Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BY9245

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
201205963/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Molenhoek - Sparrenburg - A59" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 8.2
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:13
Algemene wet bestuursrecht 2:15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2013/49 met annotatie van G. Overkleeft-Verburg
JIN 2013/83
JOM 2013/119
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201205963/2/R3.

Datum uitspraak: 23 januari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch,

en

de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Molenhoek - Sparrenburg - A59" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2012, waar, voor zover van belang, [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door G.J.A. Meulendijks, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

De Afdeling heeft de behandeling van dit beroep afgesplitst van zaak nr. 201205963/1/R3. De behandeling van het beroep van [persoon] en anderen, dat tevens op de zitting van 12 november 2012 door de Afdeling is behandeld, zal onder laatstgenoemd nummer worden voortgezet.

Overwegingen

1.    De raad betwist de ontvankelijkheid van het beroep van [appellant], dat is gericht tegen de omvang van de aanduiding "bouwvlak" op zijn perceel [locatie] te Rosmalen, omdat [appellant] geen schriftelijke zienswijze over het ontwerpplan naar voren heeft gebracht.

2.    Ingevolge de artikelen 8.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, zoals dit luidde ten tijde van belang, en artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door de belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze bij de raad naar voren heeft gebracht.

Dit is slechts anders voor zover de raad bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp dan wel indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Ingevolge artikel 2:15, eerste lid, van de Awb kan een bericht elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend.

3.    De omvang van de aanduiding "bouwvlak" op het perceel van [appellant] is niet gewijzigd vastgesteld. Voorts heeft [appellant] geen schriftelijke zienswijze naar voren gebracht, maar een zienswijze per e-mailbericht op zondag 17 juli 2011, binnen de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen. Het feit dat, zoals door [appellant] ter zitting is gesteld, hij de in een brief vervatte zienswijze als bijlage bij het e-mailbericht heeft gevoegd, maakt niet dat hij zijn zienswijze op niet-elektronische wijze naar voren heeft gebracht.

De raad heeft echter niet kenbaar gemaakt dat de elektronische weg voor het indienen van zienswijzen is opengesteld, als bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, van de Awb.

Gelet hierop is geen schriftelijke zienswijze ingediend. Voorts is er geen aanleiding voor het oordeel dat [appellant] redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij geen niet-elektronische zienswijze naar voren heeft gebracht.

4.    De door [appellant] aangevoerde omstandigheid dat de raad hem weliswaar een herstelmogelijkheid heeft geboden om de zienswijze alsnog op niet-elektronische wijze naar voren te brengen, maar dit te laat heeft gedaan, leidt niet tot een ander oordeel.

Uit de uitspraak van de Afdeling van 29 augustus 2012 in zaak nr. 201112596/1/A1 volgt dat, indien met een bij een bestuursorgaan ingekomen e-mailbericht is beoogd een bezwaar of administratief beroepschrift in te dienen waarop het bestuursorgaan bevoegd is te beslissen, hij het bezwaar of beroep eerst niet-ontvankelijk mag verklaren, omdat hij de elektronische weg niet heeft opengesteld, nadat het een herstelmogelijkheid aan de indiener heeft geboden. De herstelmogelijkheid dient te worden geboden indien uit het e-mailbericht valt af te leiden dat daarmee beoogd wordt bezwaar te maken, dan wel administratief beroep in te stellen en het is verzonden naar het officiële e-mailadres van het desbetreffende overheidslichaam of van de ambtelijke dienst die het aangaat, dan wel naar het zakelijke e-mailadres van een ambtenaar, met wie de indiener zodanig contact over de zaak heeft gehad, dat hij ervan mocht uitgaan dat het e-mailbericht met het bezwaar of administratief beroep ook naar die ambtenaar mocht worden gestuurd.

Voorts volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 26 september 2012 in zaak nr. 201108509/1/R4 dat ook een plicht tot het bieden van een herstelmogelijkheid kan bestaan indien het gaat om een e-mailbericht waaruit valt af te leiden dat daarmee wordt beoogd een zienswijze naar voren te brengen. Ook in dat geval moet, voor de beantwoording van de vraag of een herstelmogelijkheid dient te worden geboden, worden beoordeeld of aan de voorwaarden uit de uitspraak van de Afdeling van 29 augustus 2012 is voldaan.

Het e-mailbericht van [appellant] is verzonden aan het zakelijke e-mailadres van de ambtenaar die in de publicatie van het ontwerpplan stond vermeld, waarmee [appellant] niet een zodanig contact heeft gehad dat hij er, in weerwil van de omstandigheid dat de raad de elektronische weg niet heeft opengesteld, van uit mocht gaan dat het e-mailbericht met de zienswijze ook naar die ambtenaar mocht worden gestuurd. Gelet hierop behoefde de raad geen herstelmogelijkheid aan [appellant] te bieden, zodat het betoog van [appellant] reeds hierom faalt.

5.    Het beroep van [appellant] is niet-ontvankelijk.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Pikart-van den Berg

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2013

350-605.