Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BY9232

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
201202635/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 september 2009 heeft de Belastingdienst het aan [appellante] toegekende voorschot kinderopvangtoeslag 2008 herzien op nihil gesteld en het teveel betaalde is van haar teruggevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201202635/1/A2.

Datum uitspraak: 23 januari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 10 februari 2012 in zaak nr. 10/5312 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2009 heeft de Belastingdienst het aan [appellante] toegekende voorschot kinderopvangtoeslag 2008 herzien op nihil gesteld en het teveel betaalde is van haar teruggevorderd.

Bij besluit van 2 november 2010 heeft de Belastingdienst het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 februari 2012 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De Belastingdienst heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Nadat partijen daartoe toestemming hadden verleend, heeft de Afdeling bepaald dat behandeling van de zaak ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

    Overwegingen

1.    Ingevolge artikel 26 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir) is de belanghebbende, indien een herziening van een voorschot leidt tot een terug te vorderen bedrag, het bedrag van de terugvordering in zijn geheel verschuldigd.

2.    Niet in geschil is dat [appellante] over 2008 geen aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag.

3.    [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het voorschot niet van haar mag worden teruggevorderd, omdat zij er niet verantwoordelijk voor is dat de Belastingdienst haar ten onrechte een voorschot heeft toegekend en zij het voorschot nimmer heeft ontvangen. Zij voert hiertoe aan dat het [gastouderbureau], nadat de kinderopvangtoeslag bij wijzigingsformulier van 4 april 2008 was stopgezet, zonder haar toestemming een nieuwe aanvraag heeft gedaan en het in verband daarmee toegekende voorschot op zijn bankrekening heeft laten storten.

3.1.    De rechtbank heeft terecht overwogen dat het ervoor moet worden gehouden dat [appellante] de kinderopvangtoeslag zelf heeft aangevraagd, omdat de aanvraag met haar DigiD is ondertekend en daaraan niet afdoet dat zij het voorschot, naar zij stelt, nimmer heeft ontvangen, nu dat is overgemaakt naar de in de aanvraag vermelde rekening.

    Het betoog faalt.

4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb    w.g. Bindels

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2013

85-686.