Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BY9181

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
201209639/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 juli 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Zomerzone Noord" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201209639/2/R1.

Datum uitspraak: 16 januari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Haarlem,

en

de raad van de gemeente Haarlem,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 juli 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Zomerzone Noord" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 januari 2013, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. S. Essakkili, en de raad, vertegenwoordigd door K.W. Glas en J. van der Lee, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is verschenen de besloten vennootschap Ymere Ontwikkeling B.V., derdebelanghebbende, vertegenwoordigd door mr. R.J.J. Tempelaars.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    [verzoeker] kan zich niet verenigen met het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduiding "maximale bouwhoogte 13 m" op de hoek van de Berlagelaan en de Kromhoutlaan, tegenover zijn woning. Hij betoogt dat de voorziene bebouwing zal leiden tot verminderde lichtinval in zijn woning en op zijn dakterras. Daarnaast betoogt hij dat de situering van de bebouwing ter plaatse van een bestaande groenstrook op de hoek van voormelde lanen zal leiden tot aantasting van zijn woon- en leefomgeving. Hij stelt dat de raad onvoldoende gewicht heeft toegekend aan zijn belang bij het behoud van deze groenstrook.

3.    Ten behoeve van het plan is een bezonningsstudie uitgevoerd door het onderzoeksbureau Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V.. De resultaten daarvan zijn neergelegd in het rapport "Bezonningsstudie, Berlagelaan te Haarlem" van 9 maart 2012. In de bezonningsstudie is het aantal zonuren bepaald op een dag in de zomer en op een dag in de winter. Uit het rapport volgt dat de voorziene bebouwing tot gevolg heeft dat het aantal zonuren op 19 juni op het dakterras van [verzoeker] zal verminderen met een half uur aan het begin van de avond. Het aantal zonuren in de woning wijzigt niet. Het aantal zonuren op 19 februari op het perceel wijzigt evenmin.

[verzoeker] heeft zijn stelling dat de resultaten van de bezonningsstudie niet representatief zijn omdat het aantal zonuren op slechts twee dagen in het jaar is bepaald, niet aannemelijk gemaakt. In de omstandigheid dat [verzoeker] ter zitting heeft aangekondigd een contra-expertise te zullen overleggen, ziet de voorzitter geen aanleiding om op voorhand te twijfelen aan de resultaten.

Gelet op de bevindingen in de bezonningsstudie heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de voorziene bebouwing zal leiden tot een beperkte afname van het aantal zonuren. Deze beperkte afname heeft de raad niet onevenredig nadelig voor [verzoeker] behoeven achten.

4.    Op de hoek van de Berlagelaan en de Kromhoutlaan ligt een groenstrook. Daarachter, langs de Berlagelaan, staat reeds bebouwing. De raad heeft ervoor gekozen om de nieuwe bebouwing langs de Berlagelaan tot aan de Kromhoutlaan te bouwen om de weg beter te begeleiden en op het binnenterrein groen aan te leggen. Daarbij heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het verdwijnen van de groenstrook niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van de woonomgeving van [verzoeker]. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het niet ongebruikelijk is dat in een stedelijke omgeving, waarin het perceel van [verzoeker] ligt, bebouwing aan de straat staat, zonder een groenstrook daarvoor.

Ter zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat hij ook vreest dat zijn privacy wordt aangetast door de voorziene bebouwing ter plaatse van de groenstrook. Hierover overweegt de voorzitter dat op voorhand niet kan worden uitgesloten dat als gevolg van het plan voor [verzoeker] enig verlies van privacy kan optreden. Dat dit verlies onevenredig zal zijn, acht de voorzitter op voorhand niet aannemelijk. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de voorziene bebouwing op een afstand van ongeveer 22 m van de gevel van de woning van [verzoeker] komt te staan.

Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid een groter gewicht kunnen toekennen aan het belang van het realiseren van de voorziene bebouwing ter plaatse van de groenstrook dan aan het belang van [verzoeker] bij het behoud daarvan.

5.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.I. Slagt, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten    w.g. Slagt

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2013

618.