Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BY8504

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-01-2013
Datum publicatie
16-01-2013
Zaaknummer
201210876/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 april 2012 heeft het college [verzoekers] op straffe van een dwangsom gelast binnen 26 weken de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] te Emst te beëindigen en beëindigd te houden, op straffe van een dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201210876/2/A1.

Datum uitspraak: 10 januari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend te Emst,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 6 november 2012 in de zaken nrs. 12/1408 en 12/1409 in het geding tussen:

[verzoekers]

en

het college van burgemeester en wethouders van Epe.

Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2012 heeft het college [verzoekers] op straffe van een dwangsom gelast binnen 26 weken de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] te Emst te beëindigen en beëindigd te houden, op straffe van een dwangsom.

Bij besluit van 11 september 2012 heeft het het door [verzoekers] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 november 2012 heeft de rechtbank het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben onder meer [verzoekers] hoger beroep ingesteld. Zij hebben de voorzitter voorts verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 december 2012, waar [verzoekers], bijgestaan door mr. J.H. Hermsen, advocaat te Apeldoorn, en het college, vertegenwoordigd door mr. K.A. Weerts, werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het verzoek strekt er toe de besluiten van 2 april 2012 en 11 september 2012 te schorsen.

2.    Niet staat op voorhand vast dat de aangevallen uitspraak en de besluiten van 2 april 2012 en 11 september 2012 in het bodemgeschil onverkort in stand zullen blijven.

Nu voorts niet is gebleken van zodanig dringende belangen aan de zijde van het college, dat de uitspraak op de hoger beroepen niet kan worden afgewacht, bestaat, gelet op de in aanmerking te nemen belangen, aanleiding om na te melden voorlopige voorziening te treffen.

3.    Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Epe van

11 september 2012, kenmerk nr. 2012-28961, en 2 april 2012, kenmerk nr. 2012-09589;

II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Epe tot vergoeding aan [verzoeker A] en [verzoeker B] van bij dezen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 944,00 (zegge: negenhonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Epe aan [verzoeker A] en [verzoeker B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 232,00 (zegge: tweehonderdtweeëndertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb    w.g. Kos

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2013

580.