Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BY8009

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-01-2013
Datum publicatie
09-01-2013
Zaaknummer
201202666/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 mei 2011 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201202666/1/A3.

Datum uitspraak: 9 januari 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 februari 2012 in zaak nr. 11/8092 in het geding tussen:

[appellant]

en

de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).

Procesverloop

Bij besluit van 6 mei 2011 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard.

Bij besluit van 7 september 2011 heeft het CBR het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 februari 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het CBR heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2012, waar het CBR, vertegenwoordigd door drs. M.M. van Dongen, werkzaam bij het CBR, is verschenen.

Overwegingen

1.    Naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 heeft het CBR aan [appellant] een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2011 en is uitgevoerd door M. Hanoeman, psychiater, en P. Mutsaers, arts. Op grond van de bevindingen van het onderzoek hebben de keurend artsen geconcludeerd dat op basis van de huidige anamnese aanwijzingen bestaan voor agressie en impulsiviteitsproblemen. Voorts is er sprake van een verslavingsproblematiek, die wordt omschreven als cannabismisbruik in ruime zin. Op grond van deze bevindingen heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard.

2.    De rechtbank heeft overwogen dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat het onderzoeksrapport onvoldoende dragend is voor de daarin gestelde diagnose. Evenmin bestaat aanleiding om te oordelen dat het onderzoek niet zorgvuldig heeft plaatsgevonden. De enkele ontkenningen van [appellant] dat hij zich agressief heeft gedragen en dat de diagnose cannabismisbruik in ruime zin juist is, zijn onvoldoende om aan de juistheid van het verslag van bevindingen van de onderzoekers te twijfelen, aldus de rechtbank.

3.    [appellant] verwijst in hoger beroep naar hetgeen hij eerder in de procedure heeft aangevoerd. De rechtbank is op deze gronden in de overwegingen van de aangevallen uitspraak ingegaan. In hoger beroep heeft [appellant] geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende gronden en argumenten in de aangevallen uitspraak onjuist, dan wel onvolledig zou zijn. Er bestaat derhalve geen aanleiding voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.

4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

6.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom    w.g. Neuwahl

lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2013

280-773.