Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:981

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
04-09-2013
Zaaknummer
201204972/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Industrieterrein Leuken Noord", kenmerk NL.IMRO.0988.BPIndustrLeukenNrd-VA01, vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201204972/1/R1.

Datum uitspraak: 4 september 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Weert, waarvan de maten zijn [maat A] en [maat B], beiden wonend te Weert,

en

de raad van de gemeente Weert,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Industrieterrein Leuken Noord", kenmerk NL.IMRO.0988.BPIndustrLeukenNrd-VA01, vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de maatschap beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De maatschap en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 januari 2013, waar de maatschap, vertegenwoordigd door ing. V.M.C.M. Leppers, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.J. Jans, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 13 februari 2013, nr. 201204972/1/T1/R1, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na de verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 21 maart 2012 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 22 mei 2013 heeft de raad het besluit van 21 maart 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Industrieterrein Leuken Noord" gewijzigd door een nieuwe verbeelding, kenmerk NL.IMRO.0988.BPIndustrLeukenNrd-VA02, vast te stellen. Voorts heeft de raad de toelichting aangevuld en een nieuw rapport als bijlage bij de toelichting gevoegd.

De maatschap heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, haar zienswijze hierover naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat op grond van de beschikbare documenten niet kan worden uitgesloten dat voor een deel van het toekomstige bedrijventerrein dat buiten de aanduiding "milieuzone - geurzone" ligt, de voorgrondbelasting hoger zal zijn dan 14 odour units per m3 lucht. Nu de raad ter zitting heeft gesteld dat wat betreft de beoordeling van een goed verblijfsklimaat de grens bij een geurbelasting van 14 odour units per m3 lucht ligt, heeft de raad zich zonder nadere motivering niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat op het toekomstige bedrijventerrein buiten de aanduiding "milieuzone - geurzone" sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. In hetgeen de maatschap heeft aangevoerd, heeft de Afdeling aanleiding gezien voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover het betreft de gronden op het toekomstige bedrijventerrein, onzorgvuldig is voorbereid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het bestreden besluit is in zoverre genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Gelet hierop is het beroep van de maatschap tegen het besluit van 21 maart 2012 in zoverre gegrond. Het besluit van 21 maart 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Industrieterrein Leuken Noord" dient, voor zover het betreft de gronden op het toekomstige bedrijventerrein gelegen buiten de aanduiding "milieuzone - geurzone", te worden vernietigd.

In hetgeen de maatschap heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voor het overige strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van de maatschap tegen het besluit van 21 maart 2012 is voor het overige ongegrond.

2. In de tussenuitspraak is de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het besluit van 21 maart 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Industrieterrein Leuken Noord" te herstellen door alsnog toereikend te motiveren dat de in het geuronderzoek opgenomen geurcontour van 14 odour units per m3 lucht op een juiste wijze is berekend dan wel op basis van nieuwe berekeningen van deze geurcontour de op de verbeelding opgenomen aanduiding "milieuzone - geurzone" te wijzigen.

3. De raad heeft in de tussenuitspraak aanleiding gezien een nieuw geuronderzoek te laten verrichten door Milieu Adviesbureau B.V. en de resultaten daarvan zijn neergelegd in een notitie van 12 maart 2013 (hierna: de geurnotitie). De raad heeft de in deze notitie berekende geurcontouren ten grondslag gelegd aan zijn besluit van 22 mei 2013 waarbij onder meer een nieuwe verbeelding is vastgesteld. Op deze verbeelding is de aanduiding "milieuzone - geurzone" over een groter deel van het toekomstige bedrijventerrein komen te liggen dan op de verbeelding zoals deze op 21 maart 2012 was vastgesteld.

Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:19 van de Awb, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding.

4. De maatschap voert aan dat de resultaten en conclusies van de geurnotitie niet juist zijn en dat de raad deze notitie niet aan zijn besluit van 22 mei 2013 ten grondslag mocht leggen. In dit verband wijst zij er op dat zowel met V-Stacks Gebied als met V-Stacks Vergunning berekeningen zijn gemaakt en dat de resultaten verschillen, terwijl volgens haar bij gelijke invoergegevens de resultaten gelijk zouden moeten zijn. Voorts wijst de maatschap er in dit kader op dat het geurgevoelig object aan de [locatie] op de geurcontour en niet ruim buiten de geurcontour van 8 odour units per m3 lucht berekend vanaf het virtuele bouwblok had moeten liggen. In een geval als dit, waarin het geurgevoelig object binnen de geurcontour ligt die is berekend vanaf de rand van het bouwblok, is immers de belemmering die het geurgevoelig object meebrengt voor de veehouderij bepalend voor de ligging van het virtuele bouwblok en daardoor voor de ligging van de geurcontour. Daarnaast wijst de maatschap erop dat in de geurnotitie is uitgegaan van een onjuiste geuremissiefactor nu bij de weergave van de vergunning voor alle drie de stallen een geuremissiefactor van 0,34 is vermeld, terwijl in de geurnotitie voor de stallen 1 en 2 een geuremissiefactor van 0,35 is ingevoerd. De maatschap voert ten slotte aan dat de aanduiding "milieuzone - geurzone" is gebaseerd op de geurcontour die is berekend aan de hand van het zogenoemde virtuele bouwblok, maar dat de stallen 1 en 2 ten onrechte buiten het virtuele bouwblok liggen.

4.1. In de geurnotitie staat dat, zoals aanbevolen in de Handleiding V-Stacks Gebied, de geurcontour is berekend met het computerprogramma V-Stacks Gebied. Voorts is, overeenkomstig deze handleiding, ter controle op een aantal representatieve receptorpunten de geurbelasting met V-Stacks Vergunning berekend. Uitkomst hiervan is dat op twee van de drie receptorpunten binnen het toekomstige bedrijventerrein de geurbelasting berekend met V-Stacks Gebied en met V-Stacks Vergunning ongeveer gelijk is. Op het derde receptorpunt is dit niet het geval, zodat een nieuw ontvangerpunt is toegevoegd waarop de geurbelasting 13,9 odour units per m3 lucht bedraagt. In het raadsvoorstel staat dat de aanduiding "milieuzone - geurzone" is bepaald door de twee receptorpunten en het nieuwe ontvangerpunt met elkaar te verbinden. Door de aanduiding "milieuzone - geurzone" op deze manier te bepalen is verzekerd dat buiten deze contour geen hogere geurbelasting dan 14 odour units per m3 lucht kan optreden, aldus het raadsvoorstel.

4.2. Op de website van Infomil (www.infomil.nl) - bij welke instantie volgens de toelichting van de Regeling geurhinder en veehouderij (Stc. 18 december 2006, nr. 246, blz. 21) het computerprogramma V-Stacks vergunning verkrijgbaar is - staat in reactie op de vraag hoe het komt dat V-Stacks Gebied en V-Stacks Vergunning afwijkende resultaten geven, dat het nooit de bedoeling is geweest dat beide modellen op bedrijfsniveau tot exact dezelfde uitkomsten leiden. V-Stacks Gebied kent namelijk een aantal vereenvoudigingen waardoor het mogelijk wordt een groot aantal emissiebronnen mee te nemen, aldus de website. Gelet hierop wordt in de omstandigheid dat uit de geurnotitie volgt dat op een receptorpunt met beide modellen afwijkende resultaten zijn berekend, geen grond gevonden voor het oordeel dat de resultaten en conclusies van de geurnotitie onjuist zijn.

4.3. Wat betreft de ligging van de geurcontour van 8 odour units per m3 lucht berekend vanaf het virtuele bouwblok, overweegt de Afdeling als volgt.

De Afdeling acht - gelet op de in de geurnotitie berekende geurcontouren - aannemelijk dat andere geurgevoelige objecten dan het object aan [locatie] een dusdanig beperkende werking op de veehouderij hebben dat het geurgevoelig object aan [locatie] buiten de geurcontour van 8 odour units per m3 lucht berekend vanaf de rand van het virtuele bouwblok ligt. Gelet hierop wordt in de enkele stelling van de maatschap hieromtrent evenmin grond gevonden voor het oordeel dat de resultaten en conclusies van de geurnotitie onjuist zijn.

4.4. Wat betreft de gehanteerde geuremissiefactor van 0,35 in plaats van 0,34, overweegt de Afdeling als volgt. Indien van een te hoge geuremissiefactor zou zijn uitgegaan, wat daarvan ook zij, dan heeft dit tot gevolg dat de berekende geurcontour groter is dan deze zou moeten zijn. Nu de aanduiding "milieuzone - geurzone" is gebaseerd op de berekende geurcontour, is deze aanduiding hooguit aan een groter deel van het toekomstige bedrijventerrein toegekend dan noodzakelijk was. Dit betoog kan derhalve niet afdoen aan de juistheid van het standpunt van de raad dat buiten de aanduiding "milieuzone - geurzone" op het toekomstige bedrijventerrein sprake zal zijn van een aanvaardbaar verblijfsklimaat.

4.5. Met betrekking tot de ligging van stallen buiten het virtuele bouwblok, overweegt de Afdeling als volgt. De veehouderij ligt ten zuiden van het toekomstige bedrijventerrein. De afstand tussen de plangrens ter plaatse van het toekomstige bedrijventerrein en het virtuele bouwblok bedraagt minimaal ongeveer 50 m. De afstand tussen de plangrens ter plaatse van het toekomstige bedrijventerrein en de stallen 1 en 2 bedraagt minimaal ongeveer 130 m. Gelet hierop is aannemelijk dat voor de ligging van de geurcontour van 14 odour units per m3 op het toekomstige bedrijventerrein niet de stallen 1 en 2 maar de rekenpunten op de meest noordelijke grens van het virtuele bouwblok bepalend zijn. Dit wordt bevestigd door de in de geurnotitie berekende geurcontour van 14 odour units per m3 lucht vanaf de huidige emissiepunten in de stallen, welke contour op een minimale afstand van ongeveer 115 m ten zuiden van de plangrens ter plaatse van het toekomstige bedrijventerrein ligt. Eveneens wordt dit bevestigd door de omstandigheid dat de geurcontour van 14 odour units per m3 lucht vanaf de rand van het bouwblok - waarbinnen de stallen liggen - ter plaatse van het toekomstige bedrijventerrein nagenoeg gelijk loopt met de geurcontour die is bepaald vanaf het virtuele bouwblok. Gelet op het vorenstaande wordt in het aangevoerde geen grond gevonden voor het oordeel dat de raad zich bij de situering van de aanduiding "milieuzone - geurzone" niet mocht baseren op de in de geurnotitie berekende geurcontour van 14 odour units per m3 lucht vanaf het virtuele bouwblok.

4.6. In hetgeen de maatschap heeft aangevoerd, wordt geen grond gevonden voor het oordeel dat de aanduiding "milieuzone - geurzone" op de verbeelding behorende bij het besluit van 22 mei 2013 is vastgesteld in strijd met een goede ruimtelijke ordening of het recht.

Het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 22 mei 2013 is ongegrond.

5. De raad dient ten aanzien van de maatschap op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Weert tot vaststelling van het bestemmingsplan "Industrieterrein Leuken Noord", kenmerk NL.IMRO.0988.BPIndustrLeukenNrd-VA01, gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van 21 maart 2012 voor zover het betreft de plandelen met de bestemmingen "Bedrijventerrein" en "Groen" buiten de aanduiding "milieuzone - groenzone" ter plaatse van het toekomstige bedrijventerrein;

III. verklaart het beroep tegen het besluit van 21 maart 2012 voor het overige ongegrond;

IV. verklaart het beroep tegen het besluit van 22 mei 2013 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Industrieterrein Leuken Noord", kenmerk NL.IMRO.0988.BPIndustrLeukenNrd-VA02, ongegrond;

V. veroordeelt de raad van de gemeente Weert tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1432,92 (zegge: veertienhonderdtweeëndertig euro en tweeënnegentig cent), waarvan een gedeelte groot € 708 (zegge: zevenhonderdacht euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Weert aan [appellante] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.P. van Kooten-Vroegindeweij, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Van Kooten-Vroegindeweij

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2013

559.