Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:83

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-06-2013
Datum publicatie
04-07-2013
Zaaknummer
201210765/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Herziening delen Maaspoort-Oud Empel" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201210765/1/R3.

Datum uitspraak: 26 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te 's-Hertogenbosch,

en

de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Herziening delen Maaspoort-Oud Empel" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 mei 2013, waar [appellant] en anderen, bij monde van [drie van de appellanten], en de raad, vertegenwoordigd door drs. L.J.A. Erps, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet onder andere in de toekenning van een woonbestemming aan het perceel Empelse Schans 2 waarop een voormalige agrarische bedrijfswoning staat.

3. [appellant] en anderen voeren aan dat de raad ten onrechte het plandeel met de bestemming "Wonen" voor het perceel Empelse Schans 2 heeft vastgesteld. Dit plandeel is afgesplitst van een groter bestemmingsvlak met de bestemming "Bijzondere Doeleinden", welke bestemming werd toegekend bij het op 22 februari 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Maaspoort-Oud Empel". Anders dan de raad heeft gesteld was niet te voorzien dat de gronden met daarop de voormalige agrarische bedrijfswoning zouden worden afgesplitst en een andere bestemming zouden krijgen dan de overige gronden binnen het plandeel met de bestemming "Bijzondere doeleinden", aldus [appellant] en anderen. Verder stellen [appellant] en anderen dat onduidelijk is wat het gevolg is van de toekenning van een woonbestemming aan de voormalige agrarische bedrijfswoning voor de verdere ontwikkeling van de resterende gronden met de bestemming "Bijzondere Doeleinden". De raad had volgens hen een integrale visie dienen op te stellen met betrekking tot alle gronden binnen het bestemmingsvlak "Bijzondere Doeleinden" uit het bestemmingsplan "Maaspoort-Oud Empel". Daarbij wijzen [appellant] en anderen erop dat het gebruik van de voormalige agrarische bedrijfswoning voorheen onder het overgangsrecht viel. Door de gronden met daarop de voormalige agrarische bedrijfswoning af te splitsen en aan te merken als zelfstandige woning, kan een nieuwe bedrijfswoning worden gebouwd binnen het resterende bestemmingsvlak met de bestemming "Bijzondere doeleinden".

3.1. De raad stelt dat hij reeds in het plan "Maaspoort-Oud Empel" een woonbestemming had willen toekennen aan de gronden met de voormalige agrarische bedrijfswoning, maar dat dit per abuis is nagelaten. Verder stelt de raad dat de bestaande woning feitelijk al langere tijd wordt gebruikt als burgerwoning. De toekenning van een woonbestemming is volgens hem niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Verder onderkent de raad dat het mogelijk is om elders binnen het bestemmingsvlak met de bestemming "Bijzondere doeleinden", een (dienst)woning te bouwen, maar stelt zich op het standpunt dat dit evenmin in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat [appellant] en anderen hierdoor niet in hun belangen worden geschaad.

3.2. Bij het plan is aan het perceel Empelse Schans 2 de bestemming "Wonen" toegekend.

Ingevolge artikel 13, onder 13.1, sub a, van de planregels zijn de gronden met de bestemming "Wonen" bestemd voor wonen in de vorm van woningen, niet woonwagens, en bijzondere woonvoorzieningen al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit.

4. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de Empelse Schans 2 niet los kan worden bestemd van de overige gronden onder de bestemming "Bijzondere Doeleinden" in het bestemmingsplan "Maaspoort-Oud Empel" overweegt de Afdeling als volgt.

Gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening komt de raad in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze vrijheid strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of anderszins in strijd met het recht.

In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Zij neemt daarbij in aanmerking dat de afsplitsing en de toekenning van een woonbestemming aan de gronden met de voormalige agrarische bedrijfswoning niet dwingt tot een andere invulling van het bouwvlak op de resterende gronden met de bestemming "Bijzondere doeleinden", afgezien van het feit dat nu op deze gronden een andere dienstwoning kan worden gebouwd. Er bestaat geen dusdanige samenhang tussen de gronden dat de raad niet in redelijkheid de keuze heeft kunnen maken om het perceel met de voormalige agrarische bedrijfswoning los te bestemmen. Dit neemt niet weg dat de raad diende te onderzoeken welke gevolgen het uit het bestemmingsvlak met de bestemming "Bijzondere Doeleinden" halen van de gronden waarop de voormalige agrarische bedrijfswoning is gebouwd heeft op de omliggende gronden.

4.1. De Afdeling overweegt verder dat niet doorslaggevend is dat het gebruik van de agrarische bedrijfswoning als burgerwoning voorheen onder het overgangsrecht viel, noch of te voorzien was dat de gronden met een woonbestemming zouden worden afgesplitst van het overige deel van het bestemmingsvlak "Bijzondere Doeleinden" uit het bestemmingsplan "Maaspoort-Oud Empel". Bepalend voor de vraag of de raad in redelijkheid de keuze heeft kunnen maken om een woonbestemming toe te kennen aan de gronden met de voormalige agrarische bedrijfswoning is of deze keuze strookt met een goede ruimtelijke ordening.

4.2. Met betrekking tot de voormalige agrarische bedrijfswoning zelf heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze op ruime afstand staat van de woningen van [appellant] en anderen, zodat aannemelijk is dat zij geen ernstig nadeel zullen ondervinden van deze woning en dat de bestemming ook niet anderszins in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Verder heeft de raad in de mogelijkheid om elders op de gronden binnen het bestemmingsvlak "Bijzondere doeleinden" een nieuwe dienstwoning te bouwen geen aanleiding hoeven zien om geen woonbestemming toe te kennen aan de voormalige agrarische bedrijfswoning. Overigens merkt de Afdeling op dat in het plan "Maaspoort-Oud Empel" de mogelijkheid bestond om de bestaande agrarische bedrijfswoning af te breken en elders binnen de bouwvlakken op het plandeel met de bestemming "Bijzondere Doeleinden" een andere dienstwoning te bouwen. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid de keuze heeft kunnen maken om een woonbestemming toe te kennen aan het perceel Empelse Schans 2.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Van Hardeveld

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2013

45-656.