Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:660

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-08-2013
Datum publicatie
07-08-2013
Zaaknummer
201206315/1/V1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8082, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 december 2011 heeft het COa een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 17, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: de Rva 2005) de kosten voor het laten verrichten van een contra-expertise taalanalyse te vergoeden, afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201206315/1/V1.

Datum uitspraak: 1 augustus 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa),

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 4 juni 2012 in zaak nr. 12/1415 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

het COa.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2011 heeft het COa een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 17, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: de Rva 2005) de kosten voor het laten verrichten van een contra-expertise taalanalyse te vergoeden, afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 4 juni 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat het COa een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. In de enige grief klaagt het COa dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het COa zijn besluit ondeugdelijk heeft gemotiveerd, omdat De Taalstudio bij brief van 12 december 2011 heeft laten weten bereid te zijn de identiteitsgegevens van de opsteller van de contra-expertise taalanalyse, op basis van strikte vertrouwelijkheid, aan de rechtbank te verstrekken. Het COa voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat uit artikel 17, derde en vierde lid, van de Rva 2005 en de uitspraak van de Afdeling van 2 september 2010 in zaak nr. 200904984/1/V1 volgt dat het COa bevoegd is vooraf te verifiëren of de opsteller van de contra-expertise onafhankelijk en deskundig is.

1.1. Het COa heeft de vreemdeling bij brief van 1 december 2011 verzocht om de identiteitsgegevens van de opsteller van de contra-expertise, desnoods onder geheimhouding, door De Taalstudio aan het COa kenbaar te laten maken.

In reactie hierop heeft de vreemdeling op 13 december 2011 een brief van De Taalstudio van 12 december 2011 ingestuurd waarin De Taalstudio te kennen heeft gegeven de identiteit van de in te schakelen opsteller niet bekend te maken aan het COa. Verder heeft De Taalstudio laten weten dat hij, indien hij van een rechtbank het verzoek ontvangt om de identiteit van de desbetreffende persoon aan haar bekend te maken, wel bereid is die identiteitsgegevens, op basis van strikte vertrouwelijkheid, aan de rechtbank te verstrekken.

In het besluit van 19 december 2011 heeft het COa zich op het standpunt gesteld dat het niet vooraf heeft kunnen verifiëren of de door de vreemdeling door tussenkomst van De Taalstudio in te schakelen opsteller van de contra-expertise onafhankelijk en deskundig is en dat het daarom de kosten niet vergoedt.

1.2. Uit 1.1. volgt dat het COa de vreemdeling in de gelegenheid heeft gesteld om ervoor zorg te dragen dat De Taalstudio het COa de identiteit van de opsteller, desnoods onder geheimhouding, mededeelt. De in de grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling reeds beantwoord bij uitspraak van 16 januari 2013 in zaak nr. 201112376/1/V1. Uit die uitspraak volgt dat de grief slaagt.

2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal het inleidende beroep alsnog ongegrond worden verklaard.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 4 juni 2012 in zaak nr. 12/1415;

III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, ambtenaar van staat.

w.g. Steendijk w.g. De Groot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2013

32-688.