Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:506

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-07-2013
Datum publicatie
24-07-2013
Zaaknummer
201304783/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 april 2013, kenmerk RAD-000791, heeft de raad het bestemmingsplan "Kloosterstraat" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201304783/2/R1.

Datum uitspraak: 19 juli 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting Stichting Islamitische Moskee, gevestigd te Weert,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Weert,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 april 2013, kenmerk RAD-000791, heeft de raad het bestemmingsplan "Kloosterstraat" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de Stichting beroep ingesteld.

De Stichting heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juli 2013, waar de Stichting, vertegenwoordigd door mr. A.W.C.M. Jansen, werkzaam bij Beusmans & Jansen Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening, en M. Marzoik, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.J. Jans en ing. M.W. Arts, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in bouwmogelijkheden voor twaalf twee-onder-een-kapwoningen, drie vrijstaande woningen en een appartementengebouw op gronden nabij de moskee, die in eigendom is van de Stichting.

3. Wat betreft het betoog van de Stichting dat het besluit tot vaststelling van het plan ten onrechte eerder is bekendgemaakt dan ingevolge artikel 3.8, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is toegestaan nu het plan gewijzigd is vastgesteld, overweegt de voorzitter dat deze beroepsgrond betrekking heeft op een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit en reeds om die reden de rechtmatigheid van het besluit niet kan aantasten. Nu deze mogelijke onregelmatigheid daarom geen grond zal vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit ziet de voorzitter geen aanleiding het plan om deze reden te schorsen.

4. Voor zover de Stichting betoogt dat de bijlagen ten onrechte niet bij het ontwerpbestemmingsplan en evenmin bij het vastgestelde plan op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl, beschikbaar zijn gesteld, overweegt de voorzitter als volgt.

Niet in geschil is dat de bijlagen niet met het ontwerpbestemmingsplan op de landelijke voorziening beschikbaar zijn gesteld, dat in de plantoelichting een overzicht staat van de bijlagen bij het plan en dat de bijlagen op de gemeentelijke website beschikbaar waren. Gelet hierop ziet de voorzitter op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet aan zijn actieve openbaarmakingsverplichting heeft voldaan, zodat hij niet verwacht dat het bestemmingsplan hierom in de hoofdzaak niet in stand zal blijven.

Wat betreft de omstandigheid dat de bijlagen niet bij het vastgestelde bestemmingsplan op de landelijke voorziening beschikbaar waren overweegt de voorzitter dat dit betrekking heeft op een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit en reeds om die reden de rechtmatigheid van het besluit niet kan aantasten. Nu deze mogelijke onregelmatigheid daarom geen grond zal vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit ziet de voorzitter geen aanleiding het plan om deze reden te schorsen.

5. Wat betreft het betoog van de Stichting dat de verkeersveiligheid zal afnemen doordat het plangebied op de Graafschap Hornelaan ontsloten wordt, overweegt de voorzitter dat deze enkele omstandigheid voorshands niet tot het oordeel leidt dat daardoor de verkeersveiligheid zodanig zal verslechteren, dat het besluit om die reden in strijd met een goede ruimtelijke ordening moet worden geacht. Daarbij betrekt de voorzitter dat in de plantoelichting staat dat de ontsluiting van het appartementengebouw ongeveer 30 m zuidelijker en daarmee verder weg van het kruispunt met de Fransiscuslaan zal komen te liggen dan de huidige ontsluiting, dat het moskeeterrein tevens op de Graafschap Hornelaan ontsloten wordt en ook andere ontsluitingen op de Graafschap Hornelaan aanwezig zijn.

6. De Stichting betoogt voorts dat de grondgebonden woningen en het appartementengebouw te dicht op de moskee mogelijk worden gemaakt. Zij vreest dat de bewoners geluid- en lichthinder zullen ervaren vanwege het parkeerterrein en de sociaal-culturele activiteiten die in de moskee plaatsvinden. Zij wijst erop dat niet aan de richtafstand wordt voldaan uit de brochure "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure). De Stichting vreest voorts dat zij bij realisatie van het plan niet langer aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer zal kunnen voldoen.

6.1. Volgens de raad beveelt de VNG-brochure in dit geval een afstand van 10 m aan, omdat het plangebied in gemengd gebied ligt. Omdat de moskee op meer dan 10 m van de bouwvlakken voor de grondgebonden woningen en het appartementengebouw is gesitueerd wordt daaraan volgens de raad voldaan. Verder wijst de raad erop dat de reeds aanwezige woningen op een kleinere afstand van de moskee zijn gelegen dan de woningen en appartementen die met het plan mogelijk worden gemaakt.

6.2. Aan de gronden in het plangebied zijn de bestemmingen "Verkeer" en "Wonen" toegekend. Aan de gronden met de bestemming "Wonen" zijn tien bouwvlakken toegekend. Aan het bouwvlak ten oosten van het terrein van de moskee zijn onder meer de aanduidingen "maximum bouwhoogte: 18,25 m", "maximum bouwhoogte: 12,25 m" en "maximum bouwhoogte: 3 m" toegekend (hierna: het bouwvlak voor het appartementengebouw).

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor wonen met de daarbij behorende tuinen en erven, een en ander met de daarbij behorende voorzieningen.

Ingevolge lid 4.2.2, onder a, moet het hoofdgebouw en mogen bijgebouwen in het bouwvlak worden gebouwd.

Ingevolge onderdeel f gelden ten aanzien van de maatvoering van hoofdgebouwen de volgende regels:

a. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m;

b. de bebouwingshoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 9 m;

tenzij een andere goot- en bebouwingshoogte is aangeduid op de verbeelding.

6.3. Het plangebied ligt aan de Graafschap Hornelaan en op ongeveer 100 m van de bouwvlakken bevinden zich een middelbare school en een gezoneerd industrieterrein. Het bouwvlak voor het appartementengebouw ligt op ongeveer 6 m van het terrein van de moskee. Van de overige bouwvlakken liggen twee op ongeveer 6 m van het terrein van de moskee, twee op ongeveer 23 m, twee op ongeveer 41 m en drie op ongeveer 65 m.

6.4. In de VNG-brochure staat dat indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, richtafstanden gemotiveerd met één afstandstap verlaagd kunnen worden bij het omgevingstype gemengd gebied. Volgens de VNG-brochure is een gemengd gebied een gebied met een matige tot sterke functiemenging; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren volgens de VNG-brochure eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied, omdat daar de verhoogde milieubelasting door geluid kleinere richtafstanden kan rechtvaardigen.

De in de VNG-brochure opgenomen afstanden zijn indicatief en afwijking hiervan in verband met de specifieke omstandigheden van het betrokken gebied is mogelijk. Voorts staat in de VNG-brochure dat de richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven of andere milieubelastende functies toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.

6.5. Ter zitting heeft de raad gewezen op de aanvraag van de bouwvergunning voor de moskee, waarin het gebied is getypeerd als dynamisch stedelijk gebied met functiemenging en een school in de nabijheid. Gelet op het voorgaande en op de omstandigheid dat het plangebied aan de Graafschap Hornelaan ligt, die een belangrijke toegangsweg naar het centrum van Weert is, en in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein en een middelbare school, ziet de voorzitter voorshands geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plangebied als gemengd gebied als bedoeld in de VNG -brochure kan worden aangemerkt.

6.6. Niet is geschil is dat een moskee is aan te merken als "kerkgebouwen en dergelijke" en dat de VNG-brochure daarvoor een afstand tot gemengd gebied aanbeveelt van 10 m. Gelet op hetgeen in de VNG-brochure staat dient naar het voorlopig oordeel van de voorzitter gemeten te worden vanaf de grens van het terrein van de moskee. De voorzitter heeft op voorhand geen aanknopingspunten voor het oordeel dat gemeten zou moeten worden tot de moskee zelf en dat het daar omheen gelegen parkeerterrein ten behoeve van de moskee daarbij niet zou moeten worden betrokken.

Het bouwvlak voor het appartementengebouw en de twee dichtst bij het moskeeterrein gelegen bouwvlakken liggen binnen de richtafstand van 10 m. De raad heeft gelet daarop niet aannemelijk gemaakt dat ter plaatse van de hier te bouwen woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege de moskee zal heersen. In de onderzoeken "Akoestisch rapport Geluidbelasting plangebied Kloosterstraat" van 7 januari 2011 en "Akoestisch onderzoek Geluidbelasting plangebied Kloosterstraat" van 19 juni 2012 is geluidhinder vanwege het terrein van de moskee niet bezien. Wat betreft het standpunt van de raad dat in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal heersen, omdat een aantal bestaande woningen dichterbij de moskee staan, overweegt de voorzitter dat, wat daar ook van zij, de raad daarmee niet heeft onderkend dat de bestaande woningen op ongeveer 14 m afstand van het moskeeterrein liggen en derhalve op grotere afstand dan de hiervoor genoemde bouwvlakken. De voorzitter is op voorhand niet overtuigd dat de Afdeling in de hoofdzaak tot de conclusie zal komen dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat met het plan wat de hiervoor bedoelde bouwvlakken betreft sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Wat betreft het betoog dat de Stichting bij realisatie van het plan niet meer aan het Activiteitenbesluit milieubeheer zal kunnen voldoen overweegt de voorzitter dat, gelet op de omstandigheid dat voor de overige te bouwen woningen aan de richtafstanden uit de VNG-brochure wordt voldaan en gelet op hetgeen de Stichting heeft aangevoerd, hij niet verwacht dat het besluit tot vaststelling van het plan voor die overige woningen in de hoofdzaak niet in stand zal blijven.

7. Gelet op 6.6 ziet de voorzitter ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen aanleiding voor het treffen van de hierna te melden voorlopige voorziening. De overige gronden van de Stichting behoeven derhalve geen bespreking.

8. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Weert van 10 april 2013, kenmerk RAD-000791, wat betreft het bouwvlak voor het appartementengebouw en de twee bouwvlakken die het dichtst bij het moskeeterrein liggen, zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart 1;

II. wijst het verzoek voor het overige af;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Weert tot vergoeding van bij de stichting Stichting Islamitische Moskee in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.290,68 (zegge: twaalfhonderdnegentig euro en achtenzestig cent), waarvan € 944,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Weert aan de stichting Stichting Islamitische Moskee het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. Y. Verhage, ambtenaar van staat.

w.g. Polak w.g. Verhage

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2013

655.