Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:388

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-07-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
201303869/2/V6
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 augustus 2010 heeft de minister [verzoekster] een boete opgelegd van € 88.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201303869/2/V6.

Datum uitspraak: 11 juli 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 21 maart 2013 in zaak nr. 12/1080 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de minister).

Procesverloop

Bij besluit van 12 augustus 2010 heeft de minister [verzoekster] een boete opgelegd van € 88.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Bij besluit van 3 mei 2012 heeft de minister het daartegen door [verzoekster] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 maart 2013 heeft de rechtbank het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 12 augustus 2010 herroepen, de boete vastgesteld op € 79.200,00 en bepaald dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak hebben [verzoekster] en de minister hoger beroep ingesteld. [verzoekster] heeft voorts de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 juli 2013, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. W.J.Th. Bustin, advocaat te Groningen, en de minister, vertegenwoordigd door mr. M.A.L. Verbruggen en mr. J.J.A. Huisman, beiden werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit tot het opleggen van de boete worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist.

2. [verzoekster] stelt dat betaling van de boete voor haar tot financiële problemen zal leiden.

3. [verzoekster] heeft deze stelling noch in haar verzoek noch ter zitting op enige wijze gestaafd. Derhalve is het spoedeisend belang van het verzoek niet aangetoond. Reeds daarom dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C.M. Woestenburg-Bertels, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Woestenburg-Bertels

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2013

501.