Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:358

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-07-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
201300883/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Dorpshart Renswoude" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Besluit ruimtelijke ordening
Besluit ruimtelijke ordening 1.2.3
Wet op de Raad van State
Wet op de Raad van State 46
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2013/628
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201300883/1/R6.

Datum uitspraak: 17 juli 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State in het geding tussen:

[appellant], wonend te Renswoude,

en

de raad van de gemeente Renswoude,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Dorpshart Renswoude" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 mei 2013, waar [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. R.P. Fennis, advocaat te Amsterdam, en B.J.A. Rozemeijer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door [gemachtigde], werkzaam bij de vennootschap, als partij gehoord.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State (hierna: WRvS), zoals dit luidde ten tijde van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

3. Voor zover de raad zich op het standpunt stelt dat [appellant] geen belang heeft bij het beroep tegen het bestreden besluit, nu de huur van zijn woning aan de [locatie] per 1 september 2013 zal worden beëindigd omdat de woning wordt gesloopt als gevolg van de realisering van het plan, overweegt de Afdeling het volgende.

De uitspraak in onderhavige procedure dateert van voor 1 september 2013 en, anders dan in de door de raad aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 28 november 2012 in zaak nr. 201110081/1/R1, is ter zitting niet gebleken dat [appellant] voor 1 september 2013 niet meer in de woning op het voormelde adres zal wonen. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat [appellant] geen belang meer heeft bij een uitspraak op zijn beroep tegen het bestreden besluit.

Het beroep van [appellant] zal in de einduitspraak ontvankelijk worden verklaard.

4. [appellant] richt zich in zijn beroep tegen de ontwikkeling van het gehele plan dat onder meer voorziet in woningbouw in de vorm van 46 appartementen en tien grondgebonden woningen en waarvan de beoogde realisering van detailhandel binnen de bestemming "Gemengd" en een supermarkt deel uitmaken. In dit verband voert hij onder meer aan dat geen behoefte bestaat aan woningen en winkelruimte, dat onvoldoende rekening is gehouden met de verkeersaantrekkende werking van de verschillende nieuwe functies en dat het plan in strijd is met het provinciaal beleid.

5. Aan de gronden in het plangebied zijn onder meer de bestemmingen "Centrum" en "Gemengd" toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, onder a, sub 1, van de planregels zijn de voor "Centrum" aangewezen gronden bestemd voor detailhandel, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "supermarkt", een supermarkt is toegestaan.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, onder b, sub 1 en 2, zijn de voor "Gemengd" aangewezen gronden bestemd voor detailhandel, met dien verstande dat detailhandel uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "detailhandel" is toegestaan en uitsluitend op de begane grondbouwlaag, met dien verstande dat ondergeschikte functies op de verdieping of in de kelder zijn toegestaan als niet-zelfstandig onderdeel van de functie op de begane grond.

6. In de Nota zienswijzen staat dat de aanduiding "supermarkt" is toegevoegd met de bepaling dat binnen de bestemming "Centrum" één supermarkt is toegestaan met een bedrijfsvloeroppervlakte van 1.350 m².

7. Ingevolge artikel 1.2.3, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening is indien na vaststelling de inhoud van de langs elektronische weg vastgelegde plannen en die van de verbeelding daarvan op papier tot een verschillende uitleg aanleiding geeft, de eerstbedoelde inhoud beslissend. De Afdeling stelt voorop dat, gelet op die bepaling, de digitale versie van de verbeelding doorslaggevend is.

De Afdeling stelt vast dat op de digitale verbeelding bij het voorliggende plan, anders dan op de papieren verbeelding, de gronden in het plangebied niet zijn voorzien van de aanduidingen "detailhandel" en "supermarkt". Het plan maakt, gelet op artikel 4, lid 4.1, aanhef en onder b, sub 1, van de planregels, anderszins op gronden met de bestemming "Gemengd" geen detailhandel mogelijk. Voorts staat het plan, gelet op artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a, sub 1, en de overige planregels, anderszins ook geen supermarkt toe.

De raad heeft ter zitting erkend dat niet is beoogd geen detailhandel op gronden met de bestemming "Gemengd" te realiseren en geen supermarkt in het plangebied. De raad heeft te kennen gegeven dat de aanduidingen "detailhandel" en "supermarkt", anders dan op de papieren verbeelding, abusievelijk niet op de digitale verbeelding zijn opgenomen.

Nu uit de Nota zienswijzen, die tegelijk met het bestemmingsplan is vastgesteld, het verweerschrift en het verhandelde ter zitting volgt dat uitdrukkelijk niet is beoogd in het plangebied geen supermarkt mogelijk te maken en geen detailhandel op gronden met de bestemming "Gemengd", ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover de digitale verbeelding niet overeenstemt met de papieren verbeelding wat betreft voormelde aanduidingen, is genomen in strijd met de rechtszekerheid.

8. De Afdeling ziet aanleiding de beroepsgronden van [appellant] pas te bespreken, nadat de hiervoor geconstateerde gebreken in het bestreden besluit zijn hersteld. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 46, zesde lid, van de WRvS, zoals dit luidde ten tijde van belang, op te dragen de gebreken in het bestreden besluit binnen de hierna te noemen termijn te herstellen door het nemen van een nieuw besluit. De raad dient daarbij met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 7 de digitale verbeelding overeenkomstig de papieren verbeelding te voorzien van de aanduidingen "supermarkt" en "detailhandel". Het nieuwe besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden. Bij de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het plan hoeft afdeling 3.4 van de Awb niet opnieuw te worden toegepast.

9. Om onevenredig nadeel voor [appellant] te voorkomen in verband met de procedure bij de rechtbank over de beëindiging van de huurovereenkomst van [appellant] ziet de Afdeling aanleiding om de hierna vermelde voorlopige voorziening te treffen.

10. In een volgende uitspraak zullen de beroepsgronden inhoudelijk besproken worden. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. draagt de raad van de gemeente Renswoude op om binnen 12 weken na de verzending van deze tussenuitspraak:

- met inachtneming van overweging 7 de daar omschreven gebreken te herstellen;

- de Afdeling de uitkomst mede te delen en het gewijzigde besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

II. treft de voorlopige voorziening dat het besluit van de raad van de gemeente Renswoude van 4 december 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dorpshart Renswoude" wordt geschorst totdat de Afdeling einduitspraak heeft gedaan op het beroep.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Z. Huszar, ambtenaar van staat.

w.g. Michiels w.g. Huszar

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2013

533-668.