Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2628

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
201304878/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2013:5977, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 februari 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag van [appellant A] over het jaar 2012 op nihil gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201304878/1/A2.

Datum uitspraak: 24 december 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], mede voor hun minderjarige kind (hierna tezamen: [appellant A] en anderen), wonend te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 23 april 2013 in zaak nr. 12/1384 in het geding tussen:

[appellant A] en anderen

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluit van 21 februari 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag van [appellant A] over het jaar 2012 op nihil gesteld.

Bij besluit van 10 juli 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 april 2013 heeft de rechtbank het door [appellant A] en [appellant B] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant A] en anderen hoger beroep ingesteld.

De Belastingdienst/Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 november 2013, waar [appellant A] en anderen, bijgestaan door mr. S. Cakici-Reinders en mr. E.C. Cerezo, advocaten te Haarlem, en de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door mr. J.H.E. van der Meer en mr. C.L.N.E. Bogaerts, werkzaam bij de Belastingdienst/Toeslagen, zijn verschenen.

De Afdeling heeft het onderzoek ter zitting geschorst, teneinde de Belasting/Toeslagen in de gelegenheid te stellen stukken over te leggen.

Bij brief van 21 november 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen toegezegd alsnog huurtoeslag over geheel 2012 toe te kennen.

Bij brief van 28 november 2013 hebben [appellant A] en anderen een zienswijze naar voren gebracht.

Met toestemming van partijen is afgezien van een verdere behandeling van de zaak ter zitting.

Overwegingen

1. Bij brief van 21 november 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen bericht dat uit nader onderzoek is gebleken dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst in juni 2013 de verblijfsstatus van de toeslagpartner van [appellant A], [appellant B], met terugwerkende kracht heeft gewijzigd. Dat betekent dat er niet langer een belemmering bestaat om huurtoeslag toe te kennen voor geheel 2012.

2. Bij brief van 28 november 2013 hebben [appellant A] en anderen te kennen gegeven het hoger beroep te handhaven en verzocht de Belastingdienst/Toeslagen te veroordelen tot vergoeding van de bij hen opgekomen proceskosten.

2.1. Volgens vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld de uitspraak van 17 juli 2013 in zaak nr. 201205341/1/A2, geeft de vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over te gaan. Indien, afgezien van de vraag of aanleiding bestaat tot een proceskostenveroordeling over te gaan, geen belang meer bestaat bij een beoordeling van de zaak, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Vervolgens moet worden bezien of in de omstandigheden van het geval, en in het bijzonder in de reden voor het vervallen van het procesbelang, grond is gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Een dergelijke grond kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het bestuursorgaan aan de appellant is tegemoetgekomen. Met overeenkomstige toepassing van de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht is dan een proceskostenveroordeling mogelijk.

2.2. De Belastingdienst/Toeslagen heeft met de brief van 21 november 2013 te kennen gegeven dat aan [appellant A] alsnog huurtoeslag over het gehele jaar 2012 zal worden toegekend. Gelet hierop hebben [appellant A] en anderen, afgezien van de vraag of aanleiding bestaat tot een proceskostenveroordeling over te gaan, thans geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.

2.3. Het besluit om de huurtoeslag over 2012 alsnog toe te kennen, is het gevolg van gewijzigde omstandigheden en niet van hetgeen door [appellant A] en anderen in bezwaar en beroep is aangevoerd, zodat van tegemoetkomen door de Belastingdienst/Toeslagen geen sprake is. De Afdeling ziet evenwel aanleiding de Belastingdienst/Toeslagen te veroordelen tot vergoeding van de bij [appellant A] en anderen in verband met het bijwonen van de zitting door hun gemachtigde opgekomen kosten, nu de omstandigheden die tot het alsnog toekennen van de huurtoeslag hebben geleid, reeds voorafgaand aan de zitting bij de Belastingdienst/Toeslagen bekend waren.

3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

4. De Belastingdienst/Toeslagen dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

5. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II. veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van bij [appellant A] en anderen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, voorzitter, en mr. A. Hammerstein en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Wortmann w.g. Lodder

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2013

17-756.