Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2623

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
201304783/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Kloosterstraat" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201304783/1/R1.

Datum uitspraak: 24 december 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting Islamitische Moskee, gevestigd te Weert,

appellante,

en

de raad van de gemeente Weert,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Kloosterstraat" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de Stichting beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 december 2013, waar de Stichting, vertegenwoordigd door [vice-voorzitter] van de Stichting, bijgestaan door mr. A.W.C.M. Jansen, werkzaam bij Beusmans & Jansen Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.J. Jans en ing. M.W. Arts, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in bouwmogelijkheden voor twaalf twee-onder-een-kapwoningen, drie vrijstaande woningen en een appartementengebouw op gronden nabij de moskee, die in eigendom is van de Stichting.

Procedureel

3. De Stichting voert aan dat het besluit tot vaststelling van het plan ten onrechte eerder is bekendgemaakt dan ingevolge artikel 3.8, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) is toegestaan, nu het plan gewijzigd is vastgesteld.

3.1. De Afdeling overweegt dat deze beroepsgrond betrekking heeft op een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit en reeds om die reden de rechtmatigheid van het besluit niet kan aantasten. Deze mogelijke onregelmatigheid kan geen grond vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit.

4. Wat betreft het betoog van de Stichting dat de bijlagen ten onrechte niet bij het ontwerpbestemmingsplan en evenmin bij het vastgestelde plan op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl, beschikbaar zijn gesteld, verwijst de Afdeling voor de motivering van dit oordeel naar rechtsoverweging 4 in de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling van 19 juli 2013, zaak nr. 201304783/2/R1. De Afdeling ziet thans geen aanleiding om tot een ander oordeel dan dat van de voorzitter te komen.

Inhoudelijk

5. De Stichting betoogt dat de verkeersveiligheid zal afnemen wanneer een deel van het plangebied op de Graafschap Hornelaan ontsloten wordt.

5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de nieuwe ontsluiting ongeveer 30 m ten zuiden van de huidige ontsluiting is voorzien, waardoor de ontsluiting verder weg van het kruispunt met de Fransiscuslaan komt te liggen, hetgeen de verkeersveiligheid ten goede komt. Verder zijn er meer ontsluitingen aan de Graafschap Hornelaan en stelt de raad dat het aantal extra auto’s dat van de nieuwe ontsluiting gebruik zal maken niet groot is. Verder acht de raad de door de Stichting voorgestelde ontsluiting langs de woningen en het speelterrein vanwege het woon- en leefklimaat ter plaatse van die woningen en de veiligheid van spelende kinderen ongewenst.

5.2. De Afdeling overweegt dat de voorziene ontsluiting niet leidt tot het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de verkeersveiligheid niet ernstig zal verslechteren. Daarbij betrekt de Afdeling dat de Graafschap Hornelaan weliswaar een doorgaande weg is, maar dat er ook al andere ontsluitingen op de Graafschap Hornelaan aanwezig zijn. Verder zal de ontsluiting van het appartementengebouw ongeveer 30 m zuidelijker en daarmee verder weg van het kruispunt met de Fransiscuslaan komen te liggen dan de huidige ontsluiting, hetgeen de verkeersveiligheid ten goede komt. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat de nieuwe locatie van de ontsluiting met zich brengt dat de veiligheid op het kruispunt met de Kloosterstraat ernstig verslechtert. Verder heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het aantal extra auto’s dat van de ontsluiting gebruik zal maken vanwege de toevoeging van het appartementengebouw niet zo groot is dat om die reden niet een ontsluiting aan de Graafschap Hornelaan kan worden gecontinueerd. Voorts heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ontsluiting van het appartementengebouw via de Kloosterstraat ongewenst is, gelet op de negatieve invloed van een dergelijke ontsluiting op het woon- en leefklimaat van de voorziene woningen en de veiligheid van spelende kinderen.

6. De Stichting betoogt dat de raad voor het appartementengebouw ten onrechte een bouwhoogte van 18,25 m toestaat, terwijl voor de minaret bij de moskee slechts een bouwhoogte van 7 m is toegestaan. Ten tijde van de aanvraag van een vergunning voor een minaret heeft het college van burgemeester en wethouders aangegeven dat het uit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst was om in grote mate af te wijken van de maximale bouwhoogte in het bestemmingsplan "Woongebieden rond het centrum", aldus de Stichting.

De Stichting betoogt voorts dat de twee dichtstbijzijnde bouwvlakken ten behoeve van maximaal vier woningen en het bouwvlak voor het appartementengebouw te dicht op de moskee zijn voorzien. Volgens de Stichting ontbreekt onderzoek naar de geluidbelasting van het moskeeterrein op deze plandelen. De Stichting vreest dat de moskee bij realisatie van het plan niet langer aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer zal kunnen voldoen en dat de bewoners geluid- en lichthinder zullen ervaren vanwege het parkeerterrein en de sociaal-culturele activiteiten die in de moskee plaatsvinden. In dit kader wijst zij erop dat niet aan de richtafstand van 30 m wordt voldaan uit de brochure "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure).

6.1. Ten aanzien van de bouwhoogte van het appartementengebouw in vergelijking met de toegestane bouwhoogte voor de minaret, stelt de raad dat de Stichting een aanvraag heeft ingediend voor een minaret met een bouwhoogte van 7 m. Verder stelt de raad dat de situering van het voorziene appartementengebouw anders is dan die van de moskee, waardoor niet van een gelijke situatie kan worden gesproken en een andere afweging wat betreft de bouwhoogte is gemaakt.

Ten aanzien van de afstand tot het moskeeterrein stelt de raad dat het plangebied in een gemengd gebied ligt, zodat een afstand van 10 m tussen het moskeeterrein en de voorziene bouwvlakken dient te worden aangehouden waarmee hinder ter plaatse van de voorziene woningen en het appartementengebouw wordt voorkomen. Hierbij baseert de raad zich op de in de VNG-brochure voor een gemengd gebied genoemde richtafstand van 10 m voor een kerkgebouw.

6.2. Aan de gronden in het plangebied is onder meer de bestemming "Wonen" toegekend. Aan die gronden zijn tien bouwvlakken toegekend. Aan het bouwvlak ten oosten van het terrein van de moskee zijn tevens onder meer de aanduidingen "maximum bouwhoogte: 18,25 m", "maximum bouwhoogte: 12,25 m" en "maximum bouwhoogte: 3 m" toegekend (hierna: het bouwvlak voor het appartementengebouw).

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor wonen met de daarbij behorende tuinen en erven, een en ander met de daarbij behorende voorzieningen.

Ingevolge lid 4.2.2, onder a, moet het hoofdgebouw en mogen bijgebouwen in het bouwvlak worden gebouwd.

Ingevolge onderdeel f gelden ten aanzien van de maatvoering van hoofdgebouwen de volgende regels:

a. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m;

b. de bebouwingshoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 9 m;

tenzij een andere goot- en bebouwingshoogte is aangeduid op de verbeelding.

6.3. Het bouwvlak voor het appartementengebouw ligt op ongeveer 6 m van het terrein van de moskee. Voorts liggen de twee dichtstbijzijnde bouwvlakken voor maximaal vier woningen op een afstand van ongeveer 6 m van het terrein van de moskee.

6.4. Blijkens de plankaart van het bestemmingsplan "Woongebieden rond het centrum" is aan het moskeeterrein de bestemming "Maatschappelijk" toegekend. Voor het bouwvlak geldt een maximale goot- en bouwhoogte van 4 m.

Dit bestemmingsplan gold ook voor het onderhavige plangebied. Blijkens die plankaart was aan het onderhavige plangebied eveneens de bestemming "Maatschappelijk" toegekend.

Ingevolge artikel 8, lid 8.1, van de planvoorschriften van dat plan zijn de op de plankaart als "Maatschappelijk" aangewezen gronden bestemd ten dienste van maatschappelijke, culturele, educatieve, medische, sociale, levensbeschouwelijke en/of religieuze doeleinden met de daarbij behorende bebouwing, erven, groenvoorzieningen, parkeergelegenheden en andere voorzieningen.

Ingevolge lid 8.3.2, onder b, gelden, onderscheidenlijk golden ten aanzien van de maatvoering de volgende regels:

1. de goothoogte van hoofdgebouwen mag onderscheidenlijk mocht niet meer bedragen dan 6 m, tenzij een andere goothoogte is onderscheidenlijk was aangeduid op de kaart;

2. de bebouwingshoogte van hoofdgebouwen mag onderscheidenlijk mocht niet meer bedragen dan 9 m, tenzij een andere hoogte is onderscheidenlijk was aangeduid op de kaart.

6.5. Over de door de Stichting gemaakte vergelijking met de bouwhoogte voor de minaret wordt overwogen dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat deze situatie verschilt van de aan de orde zijnde situatie omdat de moskee aan de Charitasstraat staat en derhalve niet dezelfde situering in het straatbeeld inneemt als het voorziene appartementengebouw aan de Graafschap Hornelaan op de hoek van twee gebiedsontsluitende wegen. Daargelaten het antwoord op de vraag welke hoogte voor de minaret destijds is aangevraagd, ziet de Afdeling in hetgeen de Stichting heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door de Stichting genoemde situatie niet overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie.

Verder kunnen in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. In dit geval heeft de raad betoogd dat de bouwhoogte passend in de omgeving is gelet op de situering van het voorziene appartementengebouw op de hoek van de Franciscuslaan en de Graafschap Hornelaan. Voorts markeert de bouwhoogte van het voorziene appartementengebouw een einde van een cluster van woningen, maatschappelijke voorzieningen en winkels, waarna het bedrijventerrein Doolhof begint. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de maximale bouwhoogte van 18,25 m voor het appartementengebouw past in de omgeving.

6.6. In de VNG-brochure worden kerkgebouwen en dergelijke aangeduid als categorie 2 waarvoor een richtafstand van 30 m wordt aanbevolen voor het omgevingstype rustige woonwijk.

In de VNG-brochure staat dat indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, richtafstanden gemotiveerd met één afstandstap verlaagd kunnen worden bij het omgevingstype gemengd gebied. Volgens de VNG-brochure is een gemengd gebied een gebied met een matige tot sterke functiemenging; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren volgens de VNG-brochure eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied, omdat daar de verhoogde milieubelasting door geluid kleinere richtafstanden kan rechtvaardigen.

De in de VNG-brochure opgenomen afstanden zijn indicatief en afwijking hiervan in verband met de specifieke omstandigheden van het betrokken gebied is mogelijk.

6.7. Het plangebied ligt aan de Graafschap Hornelaan. Op ongeveer 100 m van de bouwvlakken bevinden zich een middelbare school en een gezoneerd industrieterrein.

Gelet op de omstandigheid dat het plangebied aan de Graafschap Hornelaan ligt die een belangrijke toegangsweg naar het centrum van Weert is en dat het plangebied in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein en een middelbare school ligt, ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het plangebied als gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure kan worden aangemerkt en dat gelet daarop een richtafstand van 10 m kan worden aangehouden.

6.8. Het bouwvlak voor het appartementengebouw en de twee dichtst bij het moskeeterrein gelegen bouwvlakken liggen binnen de richtafstand van 10 m. Dat ter plaatse van de hier te bouwen woningen ondanks deze afstand een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege de moskee zal heersen, heeft de raad niet aannemelijk gemaakt. In de onderzoeken "Akoestisch rapport Geluidbelasting plangebied Kloosterstraat" van 7 januari 2011 en "Akoestisch onderzoek Geluidbelasting plangebied Kloosterstraat" van 19 juni 2012 is geluidhinder vanwege het terrein van de moskee niet bezien. Zo is geen rekening gehouden met het deel van het moskeeterrein waarop geparkeerd wordt. De raad heeft weliswaar gesteld dat in de onderzoeken rekening is gehouden met de verkeerstromen in de omgeving en de verkeersaantrekkende werking van onder meer de moskee, maar dit betekent niet dat de onderzoeken inzichtelijk maken wat de totale geluidbelasting ten gevolge van de inrichting op de voorziene woningen zal zijn. De onderzoeken betreffen immers alleen het wegverkeerslawaai. Evenmin is onderzocht of de Stichting nog langer aan het Activiteitenbesluit milieubeheer kan voldoen. Dit in aanmerking genomen heeft de raad zich zonder onderzoek ook niet op het standpunt kunnen stellen dat de Stichting niet in haar exploitatie zal worden gehinderd. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb in zoverre te worden vernietigd.

7. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

8. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Weert van 10 april 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kloosterstraat", voor zover het betreft het meest westelijk gelegen bouwvlak voor het appartementengebouw en de twee bouwvlakken gelegen op een afstand van ongeveer 6 m van het perceel Charitasstraat 4 te Weert;

III. draagt de gemeente Weert op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Weert tot vergoeding van bij de stichting Stichting Islamitische Moskee in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 990,68 (zegge: negenhonderdnegentig euro en achtenzestig cent), waarvan € 944,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Weert aan de stichting Stichting Islamitische Moskee het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Bošnjaković

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2013

410-763.