Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2620

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
201304570/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 februari 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Neede, Bedrijventerrein 2011" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201304570/1/R2.

Datum uitspraak: 24 december 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid W-Tec B.V., gevestigd te Neede, gemeente Berkelland, en anderen,

2. [appellant sub 2], wonend te Neede, gemeente Berkelland,

en

de raad van de gemeente Berkelland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 februari 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Neede, Bedrijventerrein 2011" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben W-Tec B.V. en anderen en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 november 2013, waar [appellant sub 2], bijgestaan door mr. R. Wilschut, en de raad, vertegenwoordigd door J.M.G. Lammers, werkzaam bij de gemeente, en ing. M. Daalwijk, werkzaam bij de Omgevingsdienst Achterhoek, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in een juridisch planologisch kader voor het bedrijventerrein in Neede.

Het beroep van W-Tec B.V. en anderen

Bedrijf

3. W-Tec B.V. en anderen hebben bezwaar tegen de vaststelling van het plan voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein", de aanduiding "bedrijf tot en met 3.2" en de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerking" betreffende het perceel Handelsweg 2 te Neede.

Zij betogen dat de raad ten onrechte geen bedrijven hoger dan milieucategorie 3.2 op het perceel mogelijk heeft gemaakt, terwijl in het voorgaande bestemmingsplan ter plaatse bedrijven met milieucategorie 5 waren toegestaan. Zij stellen dat het met deze beperking onmogelijk is om de op het perceel gevestigde onderneming in stand te houden. Bovendien zijn volgens hen de in de afgelopen jaren gedane investeringen in de panden op het terrein onbruikbaar geworden. Voorts voeren W-Tec B.V. en anderen aan dat door de beperking van de op het perceel toegestane bedrijven, de bedrijfspanden minder goed verhuurbaar zullen zijn en voorts in waarde zullen dalen. Daarnaast voeren zij aan dat op een ander perceel op het bedrijventerrein wel bedrijven van milieucategorie 4 zijn toegestaan.

3.1. De raad acht een regeling, zoals opgenomen in het voorgaande bestemmingsplan "Dorp Neede, 5e wijziging", op grond waarvan op het bedrijventerrein voor de toegestane activiteiten geen beperking in de vorm van een maximale milieucategorie gold, niet langer wenselijk gelet op de rechtszekerheid en een goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van het bedrijf van W-Tec B.V. en anderen stelt de raad dat de bestaande bedrijfsactiviteiten als zodanig zijn bestemd met de aan de gronden toegekende specifieke aanduidingen, zodat die activiteiten kunnen worden voortgezet.

3.2. In de verbeelding is weergegeven dat aan de gronden betreffende het perceel Handelsweg 2 de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" is toegekend. Voorts is aan een deel van de gronden de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerking" toegekend.

Ingevolge artikel 5, lid 5.1, aanhef, van de planregels zijn de voor "Bedrijventerrein"' aangewezen gronden bestemd voor:

[..]

d. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" uitsluitend voor bedrijven in categorie 1, 2, 3.1 en 3.2 in de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

[..]

j. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - metaalbewerking" ook voor een metaalbewerkings- en kunststofverwerkingsbedrijf;

[..]

3.3. Uit de planregels volgt dat op het perceel Handelsweg 2 bedrijven van maximaal milieucategorie 3.2 en een metaalbewerkings- en kunststofverwerkingsbedrijf zijn toegestaan. In het voorgaande bestemmingsplan "Dorp Neede, 5e wijziging" was geen beperking ten aanzien van de toegestane bedrijven in het plan opgenomen.

Voor zover W-Tec B.V. en anderen betogen dat de raad in het vastgestelde plan ten onrechte heeft voorzien in een beperking van de toegestane bedrijven op het perceel, wordt overwogen dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

De raad heeft te kennen gegeven dat hij een bedrijventerrein zonder milieuzonering, gelet op de ligging van het terrein nabij woningen, niet langer in overeenstemming acht met een goede ruimtelijke ordening. Volgens de raad is met de aan de gronden van W-Tec B.V. en anderen toegekende aanduidingen het bestaande gebruik op het perceel bestemd. W-Tec B.V. en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de raad zich ten onrechte op dit standpunt heeft gesteld. De enkele stelling dat met de aan de gronden toegekende aanduidingen de in de afgelopen jaren gedane investeringen onbruikbaar zijn gemaakt, is daarvoor onvoldoende. Bovendien hebben W-Tec B.V. en anderen niet aannemelijk gemaakt dat zij ten tijde van de vaststelling van het plan concrete plannen hadden om ter plaatse een bedrijf behorende tot milieucategorie 4.1 of hoger of een bedrijf anders dan een metaalbewerkings- en kunststofverwerkingsbedrijf te vestigen, zodat de raad daarmee bij de vaststelling van het plan geen rekening hoefde te houden.

In de verbeelding is weergegeven dat aan de gronden betreffende het perceel Koopmansweg 12, waarnaar W-TecB.V. en anderen verwijzen als een perceel waarop wel bedrijven van milieucategorie 4 zijn toegestaan, de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2" is toegekend. Ten aanzien van de door W-Tec B.V. en anderen gemaakte vergelijking met dit perceel, waarop het bedrijf Staalfabriek Diepenmaat is gevestigd, heeft de raad gesteld dat de bestaande bedrijfsactiviteiten van dat bedrijf activiteiten van milieucategorie 4.2 betreffen. Gelet op het conserverende karakter van het plan is volgens de raad daarom de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2" aan dat plandeel toegekend. In hetgeen W-Tec B.V. en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om aan de juistheid van het voorgaande te twijfelen. Nu hieruit volgt dat op zowel het perceel van het bedrijf Staalfabriek Diepenmaat als op het perceel van W-Tec B.V. en anderen het bestaande gebruik is bestemd, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan in zoverre in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft vastgesteld.

Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de op het perceel aanwezige panden betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn.

Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid een groter gewicht kunnen toekennen aan het met het plan te dienen doel dan aan het belang van W-Tec B.V. en anderen bij het behouden van de mogelijkheden zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Dorp Neede, 5e wijziging", zodat de raad in redelijkheid het plan, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduidingen "bedrijf tot en met categorie 3.2" en "specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerking" heeft kunnen vaststellen. Het betoog faalt.

Woningen

4. Voorts hebben W-Tec B.V. en anderen bezwaar tegen de vaststelling van het plan voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" betreffende het perceel Moeshof 40 en 42.

Zij betogen dat de raad ten onrechte een woonbestemming aan deze gronden heeft toegekend. Volgens W-Tec B.V. en anderen worden zij door de toekenning van deze woonbestemming in hun bedrijfsmogelijkheden beperkt. Het bestemmen van de woningen is volgens hen, gelet op de afstand tussen hun bedrijf en die woningen - welke afstand korter is dan de afstand tot de andere woningen in Neede - in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het bedrijf op het perceel Handelsweg 2 door de toekenning van de bestemming "Wonen" aan de gronden betreffende het perceel Moeshof 40 en 42 niet in zijn bedrijfsvoering wordt beperkt. De raad stelt dat met de toekenning van de bestemming "Wonen" het feitelijke gebruik van de woningen is bestemd.

4.2. In de verbeelding is weergegeven dat aan de gronden betreffende Moeshof 40 en 42 de bestemming "Wonen" is toegekend.

Ingevolge artikel 12, lid 12.1, aanhef en onder a, van de planregels zijn de voor "Wonen" bestemde gronden bestemd voor wonen.

4.3. Het plandeel met de bestemming "Wonen" betreffende het perceel Moeshof 40 en 42 grenst aan het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" betreffende het perceel Handelsweg 2. Zoals hiervoor is overwogen is aan de gronden betreffende het perceel Handelsweg 2 de bestemming "Bedrijventerrein", de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" en de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerking" toegekend. Uit de planregels volgt dat op het perceel daarmee bedrijven van milieucategorie 3.2 en een metaalbewerkings- en kunststofverwerkingsbedrijf zijn toegestaan. Hiermee zijn de bestaande activiteiten van het bedrijf van W-Tec B.V. anderen bestemd. Volgens de raad dient een metaalbewerkings- en kunststofverwerkingsbedrijf als een bedrijf van milieucategorie 4.1 te worden aangemerkt. Voorts heeft de raad ter zitting te kennen gegeven dat de twee woningen op grond van het voorgaande bestemmingsplan "Dorp Neede, 5e wijziging" niet als zodanig waren bestemd, zodat de woningen planologisch gezien thans als nieuwe woningen moeten worden aangemerkt.

De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat op het perceel van W-Tec B.V. en anderen, gelet op de in de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" van 2009 (hierna: VNG-brochure) opgenomen richtafstanden, maximaal bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 3.2 aanvaardbaar zijn in verband met de twee woningen op Moeshof 40 en 42. Op grond van de VNG-brochure wordt tussen woningen in een gemengd gebied en bedrijven van milieucategorie 3.2 een afstand van 50 meter aanbevolen. Blijkens de verbeelding bedraagt de afstand tussen de grens van het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" betreffende het perceel Handelsweg 2 en de gevel van de woningen ongeveer 20 meter. De raad heeft niet gemotiveerd op grond waarvan hij in dit geval een kortere afstand aanvaardbaar acht. Voorts heeft de raad niet gemotiveerd op welke wijze het mogelijk maken van de twee woningen zich verhoudt tot de aan de gronden van W-Tec B.V. en anderen toegekende aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerking". Nu op het perceel van W-Tec B.V. en anderen hiermee tevens de bestaande bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 4.1 zijn bestemd, heeft de raad dan ook evenmin voldoende gemotiveerd op grond waarvan het toekennen van de bestemming "Wonen" aan de gronden betreffende het perceel Moeshof 40 en 42 ruimtelijk aanvaardbaar is. Hierbij wordt voorts in aanmerking genomen dat ingevolge artikel 2.14, zevende lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht thans bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen of het in werking hebben van een inrichting bouwwerken in de omgeving van de inrichting overeenkomstig het bestemmingsplan in aanmerking genomen moeten worden. Het betoog slaagt.

4.4. In hetgeen W-Tec. B.V. en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" betreffende het perceel Moeshof 40 en 42, niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep van W-Tec B.V. en anderen is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

Het beroep van [appellant sub 2]

5. Ter zitting heeft [appellant sub 2] zijn beroepsgrond dat het plan, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1" betreffende het perceel kadastraal bekend als gemeente Berkelland/Neede, sectie I, nummer 193, in strijd met de rechtszekerheid is vastgesteld aangezien de wijziging van dit plandeel ten opzichte van het ontwerpplan niet in de zienswijzennota of de lijst van ambtshalve wijzigingen is opgenomen, ingetrokken.

6. Het beroep van [appellant sub 2] richt zich tegen de vaststelling van het plan, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1" betreffende het perceel kadastraal bekend als gemeente Berkelland/Neede, sectie I, nummer 193.

[appellant sub 2] stelt dat het plan in zoverre gewijzigd is vastgesteld ten opzichte van ontwerpplan. Deze wijziging betreft volgens hem geen wijziging van ondergeschikte aard, zodat de raad ten onrechte niet opnieuw een ontwerpplan ter inzage heeft gelegd.

6.1. De raad kan bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zo groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen.

In het ontwerpplan was aan de gronden betreffende het perceel kadastraal bekend als gemeente Berkelland/Neede, sectie I, nummer 193 de bestemming "Wonen" toegekend. In het vastgestelde plan is aan de gronden de bestemming "Bedrijventerrein" toegekend. De raad heeft toegelicht dat de aan de gronden toegekende bestemming is gewijzigd, aangezien beoogd was om overeenkomstig het voorgaande bestemmingsplan "Dorp Neede, 5e wijziging" welk plan ter plaatse voorzag in de bestemming "Industriële bebouwing I", een bedrijfsbestemming aan de gronden toe te kennen.

Deze afwijking van het ontwerp is naar aard en omvang niet zo groot dat geoordeeld moet worden dat een wezenlijk ander plan voorligt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de wijziging enkel op een klein deel van de in het plan opgenomen gronden ziet, zodat de opzet van het plan als geheel niet is gewijzigd. Het betoog faalt.

7. [appellant sub 2] betoogt dat de raad ten onrechte geen bedrijfswoning op zijn perceel mogelijk heeft gemaakt. Daartoe voert hij aan dat de raad ten onrechte geen uitzondering op het in de gemeentelijke beleidsnotitie "Nieuwe woningen in het buitengebied in verband met krimp" (hierna: de notitie) opgenomen uitgangspunt om geen nieuwe woningen toe te staan, heeft gemaakt voor bedrijfswoningen, terwijl voor woningen bij agrarische bedrijven wel een uitzondering geldt. Bovendien had de raad deze notitie niet aan het plan ten grondslag mogen leggen aangezien de notitie ten onrechte zonder het bieden van inspraak is vastgesteld, aldus [appellant sub 2].

7.1. De raad acht het toestaan van een bedrijfswoning op het perceel van [appellant sub 2] niet wenselijk. Hij wijst hierbij op het in verband met de geconstateerde krimp in de gemeente vastgestelde uitgangspunt om geen nieuwe woningen toe te staan.

7.2. Aan de gronden betreffende het perceel kadastraal bekend als gemeente Berkelland/Neede, sectie I, nummer 193 is blijkens de verbeelding de bestemming "Bedrijventerrein" toegekend. Aan het plandeel is geen bouwvlak toegekend.

Ingevolge artikel 5, lid 5.2, onder 5.2.1, sub a, van de planregels moet een gebouw binnen een bouwvlak worden gebouwd.

7.3. Uit de planregels gelezen in verbinding met de verbeelding volgt dat het plan niet voorziet in de door [appellant sub 2] gewenste mogelijkheid om een bedrijfswoning op het perceel op te richten. Niet gebleken is dat [appellant sub 2] ten tijde van de vaststelling van het plan concrete plannen had waarmee de raad bij de vaststelling van het plan rekening had moeten houden. De raad heeft in dit verband onweersproken gesteld dat een in het verleden door [appellant sub 2] bij de raad ingediend voorstel voor de bouw van een woning op het perceel, is ingetrokken. Voorts heeft [appellant sub 2] niet aannemelijk gemaakt dat een bedrijfswoning noodzakelijk is voor zijn bedrijf - dat een bedrijf betreft in de bouw en verkoop van kermisattracties - nu hij zijn stelling dat dit noodzakelijk is in verband met storingen niet nader heeft onderbouwd. Voor zover [appellant sub 2] wijst op de in de notitie opgenomen mogelijkheid om bij agrarische bedrijven, in afwijking van het uitgangspunt om in verband met de krimp geen medewerking te verlenen aan nieuwe woningen, een tweede bedrijfswoning toe te staan, heeft de raad, nu niet gebleken is van een concreet plan of van een noodzaak voor de bouw van een bedrijfswoning, reeds daarom geen aanleiding hoeven zien om in dit geval af te wijken van het genoemde uitgangspunt. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen afzien van het mogelijk maken van een bedrijfswoning op het perceel van [appellant sub 2]. Het betoog faalt.

8. [appellant sub 2] betoogt voorts dat de raad ten onrechte de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1" aan zijn gronden heeft toegekend. In het voorgaande bestemmingsplan was geen beperking ten aanzien van de toegestane bedrijfsactiviteiten opgenomen, zodat de raad hiermee volgens [appellant sub 2] ten onrechte is afgeweken van het aan de vaststelling van het plan ten grondslag gelegde uitgangspunt dat bestaande planologische rechten worden gehandhaafd. Bovendien betreft zijn op een ander perceel gevestigde bedrijf een bedrijf van milieucategorie 3.2, aldus [appellant sub 2].

8.1. De raad acht bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 3.2 ter plaatse niet wenselijk, gelet op de in de nabijheid gelegen woningen.

8.2. In de verbeelding is weergegeven dat aan het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" betreffende het perceel kadastraal bekend als gemeente Berkelland/Neede, sectie I, nummer 193 tevens de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1" is toegekend.

Ingevolge artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder c, van de planregels zijn de voor "Bedrijventerrein" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1" uitsluitend bestemd voor bedrijven in categorie 1, 2, en 3.1 in de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

8.3. Uit de planregels volgt dat op het perceel van [appellant sub 2] bedrijven van maximaal milieucategorie 3.1 zijn toegestaan. In het voorgaande bestemmingsplan "Dorp Neede, 5e wijziging" was geen beperking ten aanzien van de toegestane bedrijven in het plan opgenomen, zodat dat plan de vestiging van een bedrijf van milieucategorie 3.2 toestond. Vast staat dat het perceel in de bestaande situatie niet voor bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 3.2 in gebruik is. Zoals overwogen in 3.3 kunnen in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

De raad heeft te kennen gegeven dat hij een bedrijventerrein zonder milieuzonering, gelet op de ligging van het terrein nabij woningen, niet langer in overeenstemming acht met een goede ruimtelijke ordening. Gebleken is dat op het perceel ten tijde van de vaststelling van het plan geen bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 3.2 plaatsvonden. Ter zitting heeft [appellant sub 2] te kennen gegeven dat hij het perceel voor opslagdoeleinden in gebruik wil nemen. Niet in geschil is dat die activiteiten als bedrijfsactiviteiten van categorie 2 kunnen worden gekwalificeerd. Niet gebleken is dat [appellant sub 2] ten tijde van de vaststelling van het plan concrete plannen had om op het perceel bedrijfsactiviteiten van categorie 3.2 te ontwikkelen. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat de bedrijfsvoering van zijn bedrijf door de toekenning van de aanduiding "bedrijf tot en met 3.1" wordt beperkt. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het perceel en het perceel waarop zijn bedrijf is gevestigd, dat een bedrijf van milieucategorie 3.2 betreft, door een weg van elkaar gescheiden zijn. Daarnaast heeft de raad in zoverre bij de vaststelling van plan in aanmerking kunnen nemen dat op korte afstand van het perceel van [appellant sub 2] woningen gelegen zijn. Voor zover [appellant sub 2] betoogt dat elders in het gebied dezelfde afstand tussen bedrijven van milieucategorie 3.2 en woningen is aangehouden, maakt dat niet dat de toekenning van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" in de onderhavige situatie aanvaardbaar is. Hierbij is van belang dat de plandelen met de bestemming "Wonen" grenzen aan het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1".

Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid een groter gewicht kunnen toekennen aan het met de in het plan opgenomen milieuzonering opgenomen te dienen doel dan aan het belang van [appellant sub 2] bij het toekennen van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" aan het plandeel, zodat de raad in redelijkheid het plan, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduidingen "bedrijf tot en met categorie 3.1" heeft kunnen vaststellen. Het betoog faalt.

9. Het beroep van [appellant sub 2] is ongegrond.

Proceskosten

10. De raad dient ten aanzien van W-Tec B.V. en anderen op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Ten aanzien van [appellant sub 2] bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid W-Tec B.V. en anderen gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Berkelland van 26 februari 2013, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" betreffende het perceel Moeshof 40 en 42;

III. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid W-Tec B.V. en anderen voor het overige en het beroep van [appellant sub 2] geheel ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Berkelland tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid W-Tec B.V. en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

V. gelast dat de raad van de gemeente Berkelland aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid W-Tec B.V. en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Donner-Haan, ambtenaar van staat.

w.g. Helder w.g. Donner-Haan

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2013

674.