Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2480

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
18-12-2013
Zaaknummer
201303807/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Parochiecentrum Leidseweg 100" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2014/672

Uitspraak

201303807/1/R4.

Datum uitspraak: 18 december 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de vereniging Belangenvereniging Krimwijk, gevestigd te Voorschoten,

2. [appellant sub 2], wonend te Voorschoten,

en

de raad van de gemeente Voorschoten,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Parochiecentrum Leidseweg 100" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Belangenvereniging Krimwijk en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 oktober 2013, waar Belangenvereniging Krimwijk, vertegenwoordigd door C.A.W. Thunnissen en T.D. Lauret, [appellant sub 2], bijgestaan door mr. W. Kattouw, en de raad, vertegenwoordigd door S. Teerink en H. Meijer, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting het kerkbestuur van de Heilige Laurentius en de Moeder Gods, vertegenwoordigd door N.C. van der Ploeg en W.H.G. Niersman, als partij gehoord.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in een nieuw parochiecentrum met parkeerterrein ter vervanging van het bestaande Bondsgebouw aan de Leidseweg 100 te Voorschoten.

3. Belangenvereniging Krimwijk en [appellant sub 2] kunnen zich niet verenigen met het voorziene parkeerterrein bij het nieuwe parochiecentrum. Volgens hen bestaat geen noodzaak aan extra parkeerplaatsen ten behoeve van het te realiseren parochiecentrum. Belangenvereniging Krimwijk en [appellant sub 2] voeren aan dat het bestaande parkeerterrein bij de Laurentiuskerk en de openbare parkeerstrook aan de Leidseweg kunnen voorzien in de parkeerbehoefte. Daartoe stellen zij dat bij kerkelijke hoogtijdagen de bestaande parkeerplaatsen niet volledig bezet zijn en dat de parkeerstrook vrijwel altijd leeg is. De bestaande parkeerplaatsen kunnen gecombineerd worden gebruikt, aldus Belangenvereniging Krimwijk en [appellant sub 2]. In dit verband voert Belangenvereniging Krimwijk aan dat de raad in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelt, nu bij het wijzigen van de bestemming van het gebouw aan de Krimkade 20 te Voorschoten openbare parkeerplaatsen wel bij de beschikbare parkeerruimte mochten worden opgeteld. Volgens Belangenvereniging Krimwijk gaat de raad ten onrechte uit van een functie-uitbreiding. Zij stelt dat slechts sprake is van vervanging van het bestaande gedateerde Bondsgebouw. Tevens blijft het bruto vloeroppervlak van het gebouw nagenoeg gelijk, aldus Belangenvereniging Krimwijk.

Subsidiair voert [appellant sub 2] aan dat de raad, indien het nieuwe parkeerterrein noodzakelijk zou zijn, onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het parkeerterrein niet kan worden gerealiseerd ter plaatse van het te vervangen bestaande Bondsgebouw. Volgens [appellant sub 2] kan op die plaats de bestaande parkeercapaciteit voldoende worden uitgebreid.

3.1. Aan het perceel aan de Leidseweg 100 te Voorschoten is in het plan, voor zover hier van belang, de bestemming "Maatschappelijk" en de aanduiding "parkeerterrein" toegekend.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, zijn de voor "Maatschappelijk" aangewezen gronden bestemd voor:

a. maatschappelijke voorzieningen;

b. een begraafplaats ter plaatse van de aanduiding "begraafplaats";

één en ander met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen, paden, parkeervoorzieningen binnen de aanduiding "parkeerterrein", groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.

3.2. In de plantoelichting is vermeld dat het bestaande Bondsgebouw, dat gedateerd is, wordt vervangen door een nieuw parochiecentrum. Het nieuwe parochiecentrum heeft volgens de plantoelichting een bruto vloeroppervlak van 771 m2 in plaats van een bruto vloeroppervlak van 609 m2 van het bestaande Bondsgebouw en voorziet in tegenstelling tot het bestaande Bondsgebouw in verschillende zalen en ondersteunende ruimten waardoor het gebouw multifunctioneel is. Het plan maakt derhalve ten opzichte van het vorige plan een uitbreiding mogelijk. Gelet hierop ziet de Afdeling in hetgeen Belangenvereniging Krimwijk heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid de hele nieuwbouw aan de hedendaagse parkeerkencijfers heeft kunnen toetsen.

Voor het berekenen van het voor het nieuwe parochiecentrum benodigde aantal parkeerplaatsen heeft de raad volgens de plantoelichting de parkeerkencijfers van CROW gehanteerd, zoals deze zijn neergelegd in de CROW-publicatie ‘ASVV 2004 Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom’ (hierna: CROW-publicatie). Daarbij wordt in de CROW-publicatie uitgegaan van een bruto vloeroppervlak, te weten de totale vloeroppervlakte binnen de buitenmuren inclusief alle verdiepingen. Het vloeroppervlak van de eerste verdieping van het nieuwe gebouw heeft de raad derhalve terecht bij de berekening van het aantal parkeerplaatsen meegerekend. Dat op de eerste verdieping een trap, een lift en een opslagruimte zal worden gerealiseerd maakt dit niet anders. Uit de CROW-publicatie volgt dat voor een verenigingsgebouw in sterk stedelijk gebied minimaal 1 en maximaal 3 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak dienen te worden gerealiseerd. Nu het parochiecentrum een bruto vloeroppervlak van 771 m2 zal beslaan, is volgens de plantoelichting behoefte aan 20 parkeerplaatsen voor het parochiecentrum. Belangenvereniging Krimwijk en [appellant sub 2] hebben deze berekening niet bestreden.

Uitgangspunt van de gemeente Voorschoten is dat het parkeren in beginsel op eigen terrein dient plaats te vinden. De Afdeling acht dit uitgangspunt niet onredelijk. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het bij de kerk, de begraafplaats, de pastorie en het Bondsgebouw behorende terrein in de huidige situatie over ongeveer 35 parkeerplaatsen beschikt. De raad heeft uiteengezet dat gelet op de hedendaagse parkeerkencijfers voor de kerk behoefte bestaat aan minimaal 24 en maximaal 47 parkeerplaatsen, voor de begraafplaats behoefte bestaat aan minimaal 27 en maximaal 37 parkeerplaatsen en voor de pastorie en andere woningen aan 6 parkeerplaatsen. Gelet hierop heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de kerk, de begraafplaats, de pastorie en het nieuwe multifunctionele parochiecentrum met een parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen, ook indien rekening wordt gehouden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen, een grotere parkeerbehoefte hebben dan het aantal parkeerplaatsen dat thans op het terrein aanwezig is en dat het aantal parkeerplaatsen dat thans op het terrein aanwezig is nodig is voor de kerk, de begraafplaats en de pastorie. Ten aanzien van de door Belangenvereniging Krimwijk gemaakte vergelijking met het wijzigen van de bestemming van een gebouw aan de Krimkade 20 te Voorschoten overweegt de Afdeling dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat die situatie overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie. Derhalve bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad bij de vaststelling van het plan heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Gelet op het vorenstaande geeft het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen voorzien in een parkeerterrein bij het nieuwe parochiecentrum dat voorziet in 20 parkeerplaatsen.

3.3. Ten aanzien van de door [appellant sub 2] aangedragen alternatieve situering van het nieuwe parkeerterrein, is door de raad uiteengezet dat in nauw overleg met de gemeentelijke welstandcommissie de situering van het nieuwe parkeerterrein tot stand is gekomen. Volgens de raad is de aangedragen alternatieve locatie voor het nieuwe parkeerterrein ter plaatse van het te vervangen bestaande Bondsgebouw, logistiek gezien en gelet op de ruimtelijke uitstraling niet geschikt. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor de in het plan voorziene situering van het nieuwe parkeerterrein.

4. [appellant sub 2] vreest dat het plan zal leiden tot een aantasting van haar woon- en leefklimaat door het verlies aan groen in de nabijheid van haar woning aan de [locatie] te Voorschoten. In het bijzonder vreest zij aantasting van haar uitzicht en geluidoverlast als gevolg van het voorziene parkeerterrein bij het parochiecentrum.

4.1. Ingevolge artikel 4, lid 4.3, onder 4.3.2, van de planregels gelden ten behoeve van de landschappelijke inpassing de volgende regels:

a. de landschappelijke inpassing van de gronden met de bestemming "Maatschappelijk" moet voor 1 april 2014 zijn aangelegd overeenkomstig het inrichtingsplan en dient vervolgens aldus in stand te worden gehouden;

b. onder inrichtingsplan wordt in deze planregels verstaan het groenplan, gedateerd 20 augustus 2011, dat als bijlage 1 aan de toelichting is toegevoegd.

4.2. In de plantoelichting is vermeld dat het kappen van een aantal bomen noodzakelijk is om de nieuwbouw te kunnen realiseren. Waardevolle bomen zullen evenwel zoveel mogelijk worden gespaard door deze in te passen in de planontwikkeling. Ten behoeve hiervan is een groenplan ontwikkeld, aldus de plantoelichting. Uit het groenplan van 20 augustus 2011 volgt dat een groenbeplanting met bomen en struiken zal worden aangeplant om het parochiecentrum, de toegangsweg naar het nieuwe parkeerterrein en het nieuwe parkeerterrein zoveel mogelijk aan het zicht vanuit de Jan Pieterszoon Coenstraat en de Professor Boerhaaveweg te onttrekken. De Afdeling overweegt dat gelet op de ingevolge artikel 4, lid 4.3, onder 4.3.2, van de planregels verplicht aan te leggen groenbeplanting tussen het voorziene parkeerterrein en de Jan Pieterszoon Coenstraat, de aantasting van het uitzicht van [appellant sub 2] niet zodanig zal zijn dat de raad daaraan een doorslaggevend gewicht had moeten toekennen. Ten aanzien van de vrees van [appellant sub 2] voor geluidoverlast volgt uit de verbeelding dat de afstand tussen het voorziene parkeerterrein en het perceel van [appellant sub 2] aan de [locatie] te Voorschoten minimaal 40 m bedraagt. [appellant sub 2] heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij als gevolg van het parkeerterrein zodanige geluidoverlast zal ondervinden dat de raad niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Gelet op het vorenstaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de beoogde situering van het parkeerterrein bij het parochiecentrum niet zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant sub 2] aan de [locatie] te Voorschoten.

5. Gelet op het voorgaande zijn de beroepen ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Lodeweges

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2013

625.