Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2409

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
11-12-2013
Zaaknummer
201305610/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Haaren" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201305610/1/R3.

Datum uitspraak: 11 december 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Haaren,

2. [appellant sub 2], wonend te Haaren,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Haaren,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Haaren" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 oktober 2013, waar [appellant sub 2], [appellant sub 1], bijgestaan door mr. J.H.M. Verjans, en de raad, vertegenwoordigd door A. Engelse, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep van [appellant sub 1]

2. [appellant sub 1] betoogt dat de raad de aanduiding "maximale goothoogte (m) = 3,5" op het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie sub 1] ten onrechte heeft vastgesteld. Ter zitting heeft [appellant sub 1] te kennen gegeven dat een maximale goothoogte van 5,5 m, in overeenstemming met het voorheen geldende plan, voldoende is voor zijn huidige woning en dat daarmee zijn bezwaren zouden zijn weggenomen.

2.1. De raad heeft zich bij het verweerschrift op het standpunt gesteld dat voor de woning van [appellant sub 1] abusievelijk een maximale goothoogte van 3,5 m is opgenomen en dat dit 5,5 m dient te zijn, in overeenstemming met het voorheen geldende plan.

Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Het betoog slaagt.

2.2. In hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van de aanduiding "maximale goothoogte (m) = 3,5" op het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie sub 1], is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Nu niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb op de hierna te melden wijze zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat deze uitspraak ten aanzien van dit planonderdeel in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dit is vernietigd. Hierbij betrekt de Afdeling dat het gaat om een maximale goothoogte die overeenstemt met het voorheen geldende plan en dat die ziet op een bestaande woning in een bebouwde omgeving.

Het beroep van [appellant sub 2]

3. [appellant sub 2] betoogt dat de raad het plan ten onrechte heeft vastgesteld, voor zover niet is bepaald dat binnen de hindercirkel van 30 m van zijn bedrijf, Autocentrum Haaren aan [locatie sub 2], niet mag worden gebouwd.

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het een conserverend plan betreft, waarin ter plaatse de bestaande rechten uit het bestemmingsplan "Copal-terreinen" en het uitwerkingsplan "Haerens Hof", beide in rechte onaantastbaar, zijn overgenomen. De raad verwijst naar de uitspraken van de Afdeling over het bestemmingsplan en het uitwerkingsplan van 14 oktober 2009 en 16 januari 2013 (zaak nr. 200805128/1/R2 onderscheidenlijk zaak nr. 201205212/1/R3). Wat betreft de gronden met de bestemming "Wonen - Uit te werken" zal bij de uitwerking worden getoetst aan de dan geldende wet- en regelgeving, waarbij rekening zal worden gehouden met het bedrijf van [appellant sub 2]. In overeenstemming met de plansystematiek is gekozen voor een algemene woonbestemming, waarbinnen meerdere voorzieningen mogelijk zijn, en niet voor gedifferentieerde bestemmingen.

3.2. Binnen een afstand van 30 m van het perceel [locatie sub 2], waarop het bedrijf van [appellant sub 2] is gevestigd, is bij het plan, voor zover hier van belang, onder meer de bestemming "Wonen - Uit te werken" toegekend.

Ingevolge artikel 28, lid 28.1, van de planregels zijn de voor "Wonen - Uit te werken" aangewezen gronden bestemd voor:

a. wonen, met dien verstande dat het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangeduide maximum aantal wooneenheden in acht dient te worden genomen;

b. aan huis verbonden beroepen;

c. wegen, straten, wandel- en fietspaden;

d. parkeer-, groen-, speel- en nutsvoorzieningen;

e. waterlopen en voorzieningen voor de waterhuishouding;

f. ondergrondse gebouwen ten behoeve van ondergronds parkeren;

met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.

3.3. In voornoemde uitspraak van 14 oktober 2009 over het bestemmingsplan "Copal-terreinen" heeft de Afdeling over de aanbevolen richtafstand uit de brochure "Bedrijven en Milieuzonering" van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure) en het bedrijf van [appellant sub 2] het volgende overwogen:

"In de VNG-brochure zijn de bedrijfstypen ingedeeld in milieucategorieën, die samenhangen met een aanbevolen afstand ten opzichte van een milieugevoelige bestemming om hinder van de milieufactoren geur, gevaar en geluid uit te sluiten of althans tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De afstanden die de VNG-brochure aanbeveelt gelden in beginsel tussen de perceelsgrens van een bedrijf enerzijds en de gevel van een - in een rustige woonwijk gelegen - woning anderzijds. Deze afstanden zijn voorts bedoeld voor nieuwe situaties. Voor een categorie 2 bedrijf zoals het bedrijf van Autocentrum Haaren wordt in de brochure een afstand van 30 meter aanbevolen. (…) Het dichtstbijzijnde plandeel met de bestemming "Uit te werken woondoeleinden" ligt op minder dan 10 meter afstand van de perceelsgrens van Autocentrum Haaren. (…) De nieuwbouw op deze locatie is echter voorzien op een uit te werken bestemming, waarvoor nog een uitwerkingsplan zal worden opgesteld. (…) De uitwerkingsregels laten het college van burgemeester en wethouders ruimte om binnen de daarin bepaalde grenzen de inrichting van het gebied in het uitwerkingsplan nader te bepalen (…). Gelet hierop heeft Autocentrum Haaren niet aannemelijk gemaakt dat in de beoogde woningbouw niet kan worden voorzien op een locatie in het uitwerkingsplan waarbij aan de in de VNG-brochure genoemde afstand van 30 meter wordt voldaan."

3.4. De twee plandelen met de bestemming "Wonen - Uit te werken" liggen beide deels binnen een afstand van 30 m van het bedrijfsperceel van [appellant sub 2] en deels op grotere afstand. Voor de ter plaatse voorziene nieuwbouw zal het college een uitwerkingsplan moeten vaststellen, met toepassing van de uitwerkingsregels. In die regels bestaat ruimte om de inrichting van het gebied nader te bepalen, waarbij, gelet op artikel 28, lid 28.1, van de planregels, ook onder meer groen- en parkeervoorzieningen mogelijk zijn. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad, met het oog op de plansystematiek, niet in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor één uit te werken bestemming, waarbij de differentiatie van verschillende bestemmingen en de bouw- en gebruiksmogelijkheden bij het uitwerkingsplan zullen worden bezien. De raad heeft zich daarbij in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat bij de vaststelling van een uitwerkingsplan aan de hand van de op dat moment bestaande situatie ter plaatse, waaronder het bedrijf van [appellant sub 2], zal worden getoetst aan de op dat moment geldende wet- en regelgeving om de exacte invulling te bepalen. Daarbij is voorts van belang dat, nu de plandelen ook deels op een grotere afstand dan 30 m van het bedrijfsperceel van [appellant sub 2] liggen, in zoverre geen aanleiding bestaat voor een ander oordeel dan in de uitspraak van 14 oktober 2009, waarin is geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat geen uitwerkingsplan mogelijk is met inachtneming van de in de VNG-brochure genoemde afstand van 30 m. Derhalve is aannemelijk dat een uitwerkingsplan mogelijk is waarbij de bedrijfsactiviteiten van [appellant sub 2] niet zullen worden beperkt. Het betoog faalt.

3.5. Gelet op het voorgaande is het beroep van [appellant sub 2] ongegrond.

Slot

4. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3. van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

5. De raad dient ten aanzien van het beroep van [appellant sub 1] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van het beroep van [appellant sub 2] bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant sub 1] gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Haaren van 18 april 2013, waarbij het bestemmingsplan "Kom Haaren" is vastgesteld, voor zover het betreft de aanduiding "maximale goothoogte (m) = 3,5" op het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie sub 1];

III. bepaalt dat aan het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie sub 1] de aanduiding "maximale goothoogte (m) = 5,5" wordt toegekend;

IV. bepaalt dat deze uitspraak wat betreft het bepaalde onder III in de plaats treedt van het besluit voor zover dat is vernietigd;

V. verklaart het beroep van [appellant sub 2] ongegrond;

VI. draagt de raad van de gemeente Haaren op om binnen 4 weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel III wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VII. veroordeelt de raad van de gemeente Haaren tot vergoeding van bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 981,08 (zegge: negenhonderdeenentachtig euro en acht cent), waarvan € 944,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII. gelast dat de raad van de gemeente Haaren aan [appellant sub 1] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Kooijman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2013

45-715.