Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2294

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-12-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
201306230/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Stadscentrum - Koningsplein" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201306230/1/R6.

Datum uitspraak: 4 december 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Deltaborgh Investments B.V., gevestigd te Enschede,

appellant,

en

de raad van de gemeente Enschede,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Stadscentrum - Koningsplein" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Deltaborgh beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de stichting Stichting Medisch Spectrum Twente (hierna: MST) een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Deltaborgh en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 oktober 2013, waar Deltaborgh, vertegenwoordigd door mr. M. Nijkamp, advocaat te Hengelo, [ directeur], [gemachtigde] en mr. J.A. Sanderink, en de raad, vertegenwoordigd door L.M. Kelly-van-Oort en B.J.M. ter Huurne, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting als partij gehoord MST, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. R. van Eck, advocaat te Enschede.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in het Koningsplein ten behoeve van het MST op het kruispunt waar de Koningstraat, de Beltstraat en de Boulevard 1945 samenkomen.

3. Deltaborgh is eigenaar en verhuurder van een kantoorpand met 28 parkeerplaatsen aan de Boulevard 1945 20-34 te Enschede. De parkeerplaatsen zijn gelegen in het plangebied. Deltaborgh betoogt dat de raad onvoldoende gewicht heeft toegekend aan haar belangen nu het plan onteigening van haar parkeerplaatsen vereist. Hierbij voert zij aan dat het kantoorpand zonder parkeerplaatsen verminderd dan wel niet verhuurbaar zal zijn. Verder voldoet het pand na onteigening van de parkeerplaatsen niet meer aan de gemeentelijke Bouwverordening.

Voorts betoogt Deltaborgh dat het plan in strijd is met een toezegging van de raad die vermeld is in de uitspraak van 2 maart 2011 (in zaak nr. 200908554/1/R3).

Verder stelt Deltaborgh zich op het standpunt dat het kredietbesluit ten onrechte niet met het ontwerpplan ter inzage heeft gelegen en de inhoud daarvan niet in de plantoelichting is opgenomen. Voorts acht zij het plan niet financieel uitvoerbaar nu het in de plantoelichting genoemde budget reeds opgaat aan schadeloosstelling.

4. De raad stelt zich op het standpunt dat weliswaar geen overeenstemming met Deltaborgh is bereikt, maar dat het gemeentebestuur Deltaborgh alternatieve parkeermogelijkheden en een volledige schadeloosstelling heeft aangeboden. Voorts is het plan financieel uitvoerbaar nu het door Deltaborgh genoemde budget uit het kredietbesluit niet het enige budget is.

5. Deltaborgh heeft een kantoorpand aan de Boulevard 1945 20-34 te Enschede met acht verdiepingen en ongeveer 5.100 m2 verhuurbare ruimte. Aan de voorzijde van het pand liggen 28 parkeerplaatsen op eigen terrein. Het plan voorziet ter plaatse van de parkeerplaatsen en de daaraan grenzende kruising van de Koningstraat, de Beltstraat en de Boulevard 1945 in de bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied".

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, van de planregels zijn de voor "Verkeer-Verblijfsgebied" aangewezen gronden bestemd voor erftoegangswegen, woonerven, pleinen, tunnels, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, speelvoorzieningen, straatmeubilair en waterfonteinen, nutsvoorzieningen en bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken.

6. Het bestemmingsplan "Medisch Spectrum Twente 2009" voorziet in de samenvoeging van twee gebouwen van het MST, die thans met een lange luchtbrug met elkaar verbonden zijn, tot één gebouw. Daarbij is gekozen om de nieuwe hoofdingang te verplaatsen naar de zijde van het centrum van Enschede. De nieuwe hoofdingang komt uit op de gronden waarvoor het onderhavige plan voorziet in het toekomstige Koningsplein. In de plantoelichting is vermeld dat het bestaande gebruik van het plangebied bestaat uit de 28 parkeerplaatsen van Deltaborgh en een kruising zonder pleinfunctie waar wegen voor auto's, openbaar vervoer, fietsers en voetgangers samenkomen. De raad beoogt een groene inrichting waarbij het Koningsplein voor langzaam verkeer de verbinding vormt tussen het MST en het centrum van Enschede. Voor gemotoriseerd verkeer worden rondom het plein wegen aangelegd, aldus de plantoelichting.

Verder worden in de plantoelichting alternatieve mogelijkheden beschreven om te parkeren na het opheffen van de 28 parkeerplaatsen aan de voorzijde van het kantoorpand van Deltaborgh. Beschreven is dat op 150 m afstand van het kantoorpand een particuliere parkeergarage met 460 parkeerplaatsen ligt en dat op 220 m afstand een parkeergarage met 1650 parkeerplaatsen ligt. Voorts zal laatstgenoemde parkeergarage na verwezenlijking van het plan een uitgang krijgen op het Koningsplein op 40 m afstand van het kantoorpand.

7. Vast staat dat de bereikbaarheid van het kantoorpand van Deltaborgh wordt verminderd door het opheffen van de 28 voor bezoekers bedoelde parkeerplaatsen aan de voorzijde van het kantoorpand. Deltaborgh stelt dat als gevolg daarvan haar kantoorpand minder verhuurbaar zal zijn en in waarde zal dalen. De raad heeft evenwel geen doorslaggevend gewicht hoeven toekennen aan de gestelde verminderde verhuurbaarheid van het kantoorpand. Daarbij heeft de raad in aanmerking kunnen nemen dat met de aanleg van het Koningsplein ten behoeve van de ontsluiting van het MST richting het centrum een groot maatschappelijk belang is gediend en dat Deltaborgh bij het uitblijven van minnelijke verwerving van haar gronden in aanmerking komt voor een schadeloosstelling op grond van de onteigeningswet. Voor zover Deltaborgh aanvoert dat de waarde van de parkeerplaatsen niet los van de verminderde verhuurbaarheid van het kantoorpand kan worden beoordeeld, overweegt de Afdeling dat dit aspect niet in de onderhavige procedure aan de orde kan komen. Bij het uitblijven van minnelijke verwerving zou dit aspect zo nodig in een eventueel te voeren onteigeningsprocedure kunnen worden ingebracht.

8. Voor zover Deltaborgh betoogt dat het kantoorpand door het ontbreken van parkeervoorzieningen op het eigen terrein in strijd met de Bouwverordening zal zijn, heeft de raad zich onweersproken op het standpunt gesteld dat het college van burgemeester en wethouders bij de verlening van een eventuele omgevingsvergunning voor een verbouwing van het kantoorpand ontheffing kan verlenen van de desbetreffende bepaling in de Bouwverordening.

9. In de uitspraak van 2 maart 2011 (in zaak nr. 200908554/1/R3) heeft de Afdeling onder 2.17 onder meer overwogen: "Met betrekking tot de door Deltaborgh genoemde situatieschetsen waarop haar perceel voorkomt, heeft de raad ter zitting verklaard dat bij de gemeente weliswaar voornemens bestaan om het gebied, waarin het perceel van Deltaborgh ligt, tot verkeersluw gebied te maken, maar dat daartoe niet zal worden overgegaan alvorens instemming met Deltaborgh is bereikt over de parkeerplaatsen op haar gronden."

Niet kan worden volgehouden dat is toegezegd dat zal worden afgezien van de aanleg van het Koningsplein indien het gemeentebestuur geen overeenstemming met Deltaborgh bereikt over de verwerving van de parkeerplaatsen en het bieden van alternatieve parkeermogelijkheden. Daar komt bij dat van de zijde van de raad is aangevoerd dat Deltaborgh bij het uitblijven van minnelijke verwerving in aanmerking komt voor een schadeloosstelling op grond van de onteigeningswet.

10. Met betrekking tot de financiële uitvoerbaarheid is in de plantoelichting vermeld dat indien minnelijke verwerving niet leidt tot het gewenste resultaat, het instrument van onteigening zal worden ingezet. Voorts is onder meer een kredietbesluit voor de planvorming van de openbare ruimte waaronder het Koningsplein vermeld. Anders dan Deltaborgh betoogt hoefde het kredietbesluit niet met het ontwerpplan ter inzage te liggen en is de motivering bij het besluit niet onvolledig, nu de zakelijke inhoud van het kredietbesluit in de plantoelichting is vermeld. Voor zover Deltaborgh betoogt dat het budget uit het kredietbesluit te laag is gelet op de kosten voor de verwerving van de gronden heeft de raad toegelicht dat het voorbereidingskrediet exclusief de kosten voor verwerving van de gronden is. De kosten van de verwerving behoren tot het bedrag dat voor de herontwikkeling van het gebied is gereserveerd. In het aangevoerde bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het plan niet financieel uitvoerbaar is.

11. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Hupkes

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2013

635.