Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2277

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-12-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
201304777/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 19 december 2012, in zaak nr. 201205119/1/R4, heeft de Afdeling de beroepen van [verzoeker] en anderen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201304777/1/R4.

Datum uitspraak: 4 december 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend te Wijckel, gemeente Gaasterlân-Sleat, en anderen,

verzoekers,

om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)), zoals deze bepaling luidde ten tijde van belang, van de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2012, in zaak nr. 201205119/1/R4.

Procesverloop

Bij uitspraak van 19 december 2012, in zaak nr. 201205119/1/R4, heeft de Afdeling de beroepen van [verzoeker] en anderen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

[verzoeker] en anderen hebben de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

[verzoeker] en anderen hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 oktober 2013, waar [verzoeker] en anderen, bij monde van [verzoeker], zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, zoals deze bepaling luidde ten tijde van belang, kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening strekt er niet toe een partij de gelegenheid te bieden het in de uitspraak besliste debat te heropenen. Dit betekent dat de stellingname van [verzoeker] en anderen dat de procedure die tot de uitspraak van 19 december 2012 heeft geleid onjuistheden bevat en onvolledig is, omdat rapporten niet ter inzage hebben gelegen en in de uitspraak niet alle beroepsgronden zouden zijn besproken, in deze herzieningsprocedure niet aan de orde kan komen. Evenmin kan het bijzondere rechtsmiddel van herziening worden gebruikt voor de correctie van een, in de ogen van [verzoeker] en anderen, rechterlijke misslag, nu dit niet onder de in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb bedoelde feiten en omstandigheden kan worden begrepen.

3. Voor zover [verzoeker] en anderen betogen dat het vervangen van de voorziene rotonde door een t-splitsing voor de aansluiting van de verbindingsweg aanleiding zou moeten geven om de uitspraak van 19 december 2012 te herzien, overweegt de Afdeling dat hiertoe is besloten na de genoemde uitspraak. Dit is geen feit of omstandigheid die heeft plaatsgevonden vóór de uitspraak en in zoverre wordt niet voldaan aan artikel 8:88, eerste lid, onder a, van de Awb.

4. De door [verzoeker] en anderen aangevoerde onjuistheid van de verkeerstellingen en de hogere kosten voor de verbindingsweg kunnen evenmin leiden tot herziening van de uitspraak van 19 december 2012, nu niet wordt voldaan aan artikel 8:88, eerste lid, onder b, van de Awb. Daartoe overweegt de Afdeling dat [verzoeker] en anderen blijkens hun brief van 22 juni 2013 vóór de uitspraak van de Afdeling bekend waren met de beweerdelijk onjuiste verkeerstellingen. Voor zover [verzoeker] en anderen uit de zienswijze van het college van gedeputeerde staten van 2 december 2008 afleiden dat de raad wist dat de kosten voor de verbindingsweg hoger zouden uitvallen, overweegt de Afdeling dat deze zienswijze is ingestuurd door [persoon A] en deel uitmaakte van het dossier dat heeft geleid tot de uitspraak van 19 december 2012. [verzoeker] en anderen konden derhalve redelijkerwijs vóór 19 december 2012 met deze zienswijze van het college van gedeputeerde staten bekend zijn.

5. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en drs. W.J. Deetman en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2013

375-767.