Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2204

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-12-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
201204735/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Druten" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201204735/1/R2.

Datum uitspraak: 4 december 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de vereniging van eigenaars gebouw "Het Tabaksmagazijn" (hierna: de VVE), gevestigd te Druten,

2. de Rooms-Katholieke Parochie Druten en Puiflijk, thans: de Rooms-Katholieke Parochie Heilige Franciscus en Heilige Clara (hierna: de Parochie), gevestigd te Druten,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rabbit Sisters B.V., gevestigd te Wadenoijen, gemeente Tiel,

4. de vereniging Bond Heemschut Vereniging tot Bescherming van cultuurmonumenten in Nederland en de vereniging Cuypersgenootschap Vereniging tot behoud van Bescherming 19e en vroeg 20ste eeuws cultuurgoed in Nederland, gevestigd te Amsterdam onderscheidenlijk Maasgouw (hierna tezamen en in enkelvoud: Bond Heemschut),

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Argos Druten B.V., gevestigd te Druten, en [appellant sub 5A], wonend te Druten (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 5]),

appellanten,

en

de raad van de gemeente Druten,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Druten" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de VVE, de Parochie, Rabbit Sisters, Bond Heemschut en het Cuypersgenootschap, en [appellant sub 5] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 november 2012, waar de VVE, vertegenwoordigd door ir. F.J.M. Harbers, werkzaam bij HRSO Stedenbouw en Ruimtelijke Ontwikkeling B.V., de Parochie, vertegenwoordigd door mr. G. Gruijters, werkzaam bij het Bisdom van 's-Hertogenbosch, bijgestaan door [vice-voorzitter] van de Parochie, en [secretaris] van de Parochie, Rabbit Sisters, vertegenwoordigd door [directeur] en [gemachtigde], Bond Heemschut en het Cuypersgenootschap, beide vertegenwoordigd door J.H. Reijnen, en [appellant sub 5], eveneens vertegenwoordigd door ir. F.J.M. Harbers, voornoemd, en de raad, vertegenwoordigd door drs. I.H.M. Verploegen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 30 januari 2013, nr. 201204735/1/T1/R2 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 29 maart 2012 te wijzigen en te herstellen door het nemen van een nieuw besluit. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 28 mei 2013 heeft de raad meegedeeld dat hij bij besluit van 16 mei 2013, een partiële wijziging heeft vastgesteld van het bestemmingsplan "Kom Druten", teneinde de gebreken die in de tussenuitspraak zijn genoemd te herstellen.

Partijen zijn door de Afdeling in de gelegenheid gesteld een zienswijze over het nieuwe besluit van 16 mei 2013 naar voren te brengen. Rabbit Sisters en de Parochie hebben een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 november 2013, waar de Parochie, vertegenwoordigd door mr. G. Gruijters, werkzaam bij het Bisdom van 's-Hertogenbosch, Rabbit Sisters, vertegenwoordigd door [directeur] en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door drs. I.H.M. Verploegen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Tussenuitspraak

2. Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kom Druten" te wijzigen ten aanzien van de omvang van het bouwvlak dan wel het bebouwingspercentage dat is toegekend aan het plandeel met de bestemming "Horeca", dat grenst aan de zuidzijde van de parochietuin, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak onder 9.1 is overwogen.

Daarnaast heeft de Afdeling de raad opgedragen om het genoemde besluit van 29 maart 2012 te herstellen door met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen onder 10.2 en onder 10.3 alsnog te motiveren dat bij verwezenlijking van het plandeel met de bestemming "Centrum" - locatie 'De Smid' - wat betreft het pand van Rabbit Sisters een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden behouden alsmede dat de nieuwbouw waarin dit plandeel voorziet niet tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk zal leiden dan wel ten aanzien van dit plandeel het besluit te wijzigen.

Tussenconclusie besluit 29 maart 2012

3. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak onder 2 is overwogen, is het beroep van Argos Druten B.V. en [appellant sub 5A], voor zover ingediend door Argos Druten B.V., niet-ontvankelijk. Gezien de tussenuitspraak zijn voorts de beroepen van [appellant sub 5] voor het overige, de VVE en Bond Heemschut tegen het besluit van 29 maart 2012 geheel ongegrond.

Gelet op de tussenuitspraak zijn de beroepen van Rabbit Sisters en de Parochie tegen het besluit van 29 maart 2012 gegrond.

Het besluit van 16 mei 2013

4. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 16 mei 2013 het plan gewijzigd vastgesteld. Daarbij is het bebouwingspercentage dat is toegekend aan het plandeel met de bestemming "Horeca", dat grenst aan de zuidzijde van de parochietuin, verlaagd van 100% naar 80%.

Tevens is het bouwvlak dat is toegekend aan het plandeel met de bestemming "Centrum" dat ziet op locatie 'De Smid' aangepast. Dat bouwvlak is ter hoogte van de bestaande ramen in het naastgelegen pand van Rabbit Sisters twee meter naar achteren gelegd, zodat de daar aanwezige ramen behouden blijven. Ook zijn op het bouwvlak extra hoogtescheidingslijnen aangebracht, waardoor de maximale bouwhoogte van het deel van het bouwvlak dat direct naast het pand van Rabbit Sisters is voorzien is verlaagd van 13,5 meter naar 5 meter. Voorts is in de plantoelichting een nadere onderbouwing gegeven van de verwachte parkeerdruk na realisering van nieuwbouw op locatie 'De Smid' en de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan.

5. Nu bij het besluit van 16 mei 2013 de door de Parochie en door Rabbit Sisters bestreden plandelen gewijzigd zijn vastgesteld, zijn de beroepen van de Parochie en Rabbit Sisters, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), van rechtswege mede gericht tegen dit besluit.

De beroepen van [appellant sub 5] voor het overige, de VVE en Bond Heemschut zijn gericht tegen plandelen die niet bij het besluit van 16 mei 2013 gewijzigd zijn vastgesteld. Ook ontbreekt een ruimtelijke samenhang tussen de door hen bestreden plandelen en de twee gewijzigd vastgestelde plandelen. Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft derhalve voor deze beroepen geen betekenis.

Bouwvlak horecagelegenheid

6. De Parochie betoogt dat bij het voldoen aan de tussenuitspraak door de raad onvoldoende kennis is vergaard omtrent de relevante feiten en dat geen zorgvuldige afweging van de betrokken belangen heeft plaatsvonden. Daarbij wijst de Parochie erop dat volgens de raad de verlaging van het bebouwingspercentage in overleg met de initiatiefnemer tot stand is gekomen, maar dat bijvoorbeeld geen overleg heeft plaatsgevonden met de instanties die zijn belast met het toezicht op de brandveiligheid.

6.1. Wat betreft het betoog dat ten onrechte door de raad geen overleg is gevoerd met de instanties die zijn belast met het toezicht op de brandveiligheid, overweegt de Afdeling dat deze omstandigheid op zichzelf geen aanleiding geeft voor het oordeel dat moet worden aangenomen dat het toekomstige pand niet aan de brandveiligheidseisen kan voldoen. Nu de Parochie haar betoog op dit punt niet nader heeft onderbouwd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad op voorhand ervan moest uitgaan dat vanwege brandveiligheidseisen geen omgevingsvergunning voor het toekomstige horecapand zal kunnen worden verleend. Dit betoog treft dan ook geen doel.

6.2. In de tussenuitspraak is reeds geoordeeld dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bouwmogelijkheden waarin het bestreden plandeel voorziet passend zijn en aansluiten bij de bestaande bebouwing aan de Hogestraat. Voorts is in de tussenuitspraak geoordeeld dat bebouwing van dit plandeel niet tot een onaanvaardbare aantasting van de cultuurhistorische waarden van de pastorie met tuin en de kerk zal leiden en dat niet aannemelijk is dat sprake zal zijn van een zodanige aantasting van de privacy in de pastorietuin dat de raad hieraan een doorslaggevend gewicht had moeten toekennen. Met welke andere feiten of betrokken belangen door de raad bij de gewijzigde vaststelling van het bestreden plandeel onvoldoende rekening zou zijn gehouden, is door de Parochie niet inzichtelijk gemaakt.

6.3. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling ook geen aanleiding voor het oordeel dat de besluitvorming van de raad omtrent het gewijzigde maximale bebouwingspercentage voor dit plandeel op onzorgvuldige wijze is gekomen.

Uitzicht en daglichttoetreding

7. Rabbit Sisters voert aan dat met de gewijzigde vaststelling van het bouwvlak van het plandeel dat ziet op bouwlocatie 'De Smid' behoud van voldoende lichtinval in de vier aanwezige ramen in de zijkant van haar pand onvoldoende is gewaarborgd. Daarnaast wijst Rabbit Sisters erop dat die ramen volledig zullen worden omsloten door de nieuwe bebouwing op het aangrenzende perceel en het huidige uitzicht uit die ramen volledig zal komen te vervallen. Volgens haar heeft de raad met die omstandigheid onvoldoende rekening gehouden.

7.1. Wat betreft de vermindering van de daglichttoetreding overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar hetgeen onder 10.2 van de tussenuitspraak is overwogen, dat de raad opnieuw niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat met de bebouwingsmogelijkheden voor locatie 'De Smid' op het aangrenzende perceel, voldoende daglichtttoetreding in het pand van Rabbit Sisters is gewaarborgd. Hierbij betrekt de Afdeling dat ter zitting namens de raad slechts is toegelicht dat het oorspronkelijke bouwvlak is aangepast om aan te sluiten bij artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), maar dat geen nader onderzoek is gedaan naar de mate van daglichttoetreding in het pand van Rabbit Sisters nadat het bestreden plandeel is gerealiseerd.

Bij verwezenlijking van het bestreden plandeel op het aangrenzende perceel dient Rabbit Sisters een zekere mate van daglichtvermindering te accepteren. De raad heeft, gezien de omvang en hoogte van de toekomstige bebouwing in combinatie met de relatief korte afstand van die bebouwing tot het pand van Rabbit Sisters, in dit geval echter ten onrechte naar het verwachte verlies van daglichttoetreding als gevolg van het bestreden plandeel geen onderzoek verricht. Het besluit van 16 mei 2013 is in zoverre genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

Bouwvlak en bebouwingspercentage

8. Rabbit Sisters betoogt voorts dat de planregels niet duidelijk zijn over de maximale bebouwing die het plan toestaat voor het perceel van locatie 'De Smid'. Daarbij wijst zij op een tegenstrijdigheid in de bepaling van artikel 7.2.1, onder a, van de planregels, waardoor het onbedoeld mogelijk is gemaakt om een grotere oppervlakte van een perceel te bebouwen dan het bebouwingspercentage toestaat. Volgens Rabbit Sisters voldoet het deel van het bouwvlak dat voor het perceel van locatie 'De Smid' is ingetekend niet aan het maximale bebouwingspercentage van 70%. Als het gehele bouwvlak wordt bezien in relatie tot de totale oppervlakte van het perceel aan de Hogestraat nr. 39, haar eigen perceel aan de Hogestraat nr. 37 en het perceel van locatie 'De Smid' aan de Hogestraat nr. 33-35 tezamen, dan wordt wel voldaan aan het maximale bebouwingspercentage van 70%.

Daarnaast voert Rabbit Sisters aan dat ten onrechte één bouwvlak is ingetekend voor de hiervoor genoemde drie percelen aan de Hogestraat, omdat het deel van dit bouwvlak dat is ingetekend voor haar eigen perceel en het perceel aan de Hogestraat nr. 39 groter is dan de bestaande bebouwing en dat binnen de planperiode op die twee percelen geen veranderingen te verwachten zijn. Voor bouwlocatie 'De Smid' dient aan het perceel aan de Hogestraat nr. 33-35 een afzonderlijk bouwvlak te worden toegekend en aan de percelen aan Hogestraat nr. 37 en nr. 39 moet een bouwvlak overeenkomstig de bestaande situatie worden toegekend, aldus Rabbit Sisters.

8.1. Ingevolge artikel 1 van de planregels wordt verstaan onder het bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dan wel bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd.

Ingevolge artikel 1 van de planregels wordt verstaan onder het bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

Ingevolge artikel 1 van de planregels wordt verstaan onder het bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

Ingevolge artikel 7.2.1, onder a, van de planregels mag het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer bedragen dan 70%, met dien verstande dat het bouwvlak altijd volledig mag worden bebouwd.

8.2. Uit de hierboven aangehaalde planregels volgt dat Rabbit Sisters terecht betoogt dat door het toekennen van één gezamenlijk bouwvlak aan de drie desbetreffende percelen, die percelen wat betreft het berekenen van het maximale bebouwingspercentage als bedoeld in artikel 7.2.1, onder a, van de planregels moeten worden beschouwd als een aaneengesloten stuk grond en dus als één bouwperceel in de zin van artikel 1 van de planregels. Ter zitting is gebleken dat dit niet de bedoeling van de raad is geweest, maar dat elk van de drie percelen op zichzelf dient te voldoen aan het maximale bebouwingspercentage van 70%.

Gezien het voorgaande heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling voor de drie percelen aan de Hogestraat nr. 33 tot en met nr. 39 ten onrechte voorzien in één gezamenlijk bouwvlak.

Aantasting privacy

9. Rabbit Sisters voert aan dat het plan leidt tot aantasting van de privacy in de achtertuin en in de bovenwoning van haar pand.

9.1. De raad stelt zich op het standpunt dat door realisering van dit plandeel de privacy op het perceel van Rabbit Sisters zal veranderen. Volgens de raad is sprake van een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing van dit bouwplan. Hierdoor blijven, zo stelt de raad, de gevolgen voor Rabbit Sisters beperkt en is geen sprake van een ongebruikelijke of onacceptabele situatie.

9.2. Wat betreft de gestelde aantasting van de privacy in de tuin van haar pand, overweegt de Afdeling dat het pand op de begane grond in gebruik is als winkelpand en dat Rabbit Sisters niet inzichtelijk heeft gemaakt in welk opzicht de eventuele resterende privacy in de achterliggende tuin meer zou worden aangetast door het verwezenlijken van het bestreden plandeel dan door het huidige bedrijfsmatige gebruik van het pand. Met betrekking tot de aantasting van de privacy in de bovenwoning, is van belang dat in dit kader door Rabbit Sisters met name wordt gewezen op de inkijk door bewoners en bezoekers vanaf de opgang naar de nieuwe woningen boven het toekomstige winkelpand. Rabbit Sisters heeft niet aannemelijk gemaakt dat die vorm van inkijk leidt tot een zodanige aantasting van de privacy dat de raad in redelijkheid hieraan een doorslaggevend gewicht had moeten toekennen.

Centrumvisie en bouwvolume

10. Voorts betoogt Rabbit Sisters dat het bouwplan voor 'De Smid' niet past in de ruimtelijke structuur van het centrum van Druten. De hogere toegestane bouwhoogte voor dit plandeel in vergelijking met de bestaande bebouwing en het volgens haar te forse bouwvolume past dit niet in het kleinschalige karakter van het centrum. Volgens Rabbit Sisters is het bouwplan voor 'De Smid' daarom niet in overeenstemming is met de Centrumvisie.

10.1. Het betoog dat het plandeel dat ziet op herontwikkelingslocatie 'De Smid' in strijd is met de Centrumvisie volgt de Afdeling niet, nu in de Centrumvisie is vermeld dat het planologisch mogelijk blijft om binnen het centrumgebied ruimte te benutten voor detailhandel. Het bouwplan voor 'De Smid' wordt als voorbeeld genoemd van een situatie waarin de huidige bebouwing wordt vervangen door nieuwbouw met de karakteristieke kenmerken van de bebouwing van het centrumgebied.

In de Centrumvisie is weliswaar vermeld dat de panden in onder andere de Hogestraat over het algemeen individueel en kleinschalig zijn, maar eveneens is vermeld dat een aantal plekken aan de Hogestraat zich onderscheiden door afwijkende bebouwing, in hoogte of verschijningsvorm. Blijkens de verbeelding geldt voor het plandeel dat ziet op 'De Smid' verschillende maximale bouwmaten, maar ten hoogste een maximale goothoogte van 10 meter en een maximale bouwhoogte van 13,5 meter. Blijkens de verbeelding gelden voor het perceel aan de overzijde van de Raadhuisstraat vergelijkbare bouwhoogtes en varieert de maximale bouwhoogte voor percelen aan de Hogestraat van 10 meter tot 16 meter. Anders dan Rabbit Sisters stelt, is naar het oordeel van de Afdeling dan ook geen sprake van te afwijkend bouwvolume ten opzichte van de bestaande situatie in het centrum van Druten.

Eindconclusie

11. Gelet op de tussenuitspraak dient het besluit van 29 maart 2012, voor zover dat ziet op de toekenning van een bebouwingspercentage van 100% aan het plandeel met de bestemming "Horeca" dat grenst aan de zuidzijde van de parochietuin, te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb. Gezien hetgeen hiervoor onder 6.1 tot en met 6.3 is overwogen is het beroep van de Parochie tegen het besluit van 16 mei 2013 ongegrond.

Gelet op hetgeen onder 7.1 en 8.2 is overwogen, dienen zowel het besluit van 29 maart 2012 als het besluit van 16 mei 2013, voor zover die besluiten betrekking hebben op de vaststelling respectievelijk de gewijzigde vaststelling van het plandeel met de bestemming "Centrum" dat ziet op locatie 'De Smid' aan de Hogestraat nr. 33-35, te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep van Rabbit Sisters tegen het besluit van 16 mei 2012 is dan ook gegrond. Gelet op het voorgaande behoeft hetgeen Rabbit Sisters heeft aangevoerd met betrekking tot de gestelde toename van de parkeerdruk in de omgeving geen bespreking meer.

11.1. Voorts ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb op de hierna te melden wijze zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat deze uitspraak ten aanzien van dit plandeel gedeeltelijk in de plaats treedt van het besluit van 16 mei 2013.

Hierbij betrekt de Afdeling dat vernietiging van het plandeel dat betrekking heeft op locatie 'De Smid' ertoe leidt dat de begrenzing van het resterende deel van het gezamenlijke bouwvlak dat over de percelen aan de Hogestraat nr. 37 en nr. 39 ligt niet langer sluitend is, wat onwenselijk is uit een oogpunt van rechtszekerheid. Daarom zal de Afdeling bepalen dat de noordelijke grens van het gezamenlijke bouwvlak op de kadastrale grens tussen de percelen aan de Hogestraat nr. 33-35 en nr. 37 komt te liggen, zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart.

11.2. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

Proceskosten

12. De raad dient ten aanzien van Rabbit Sisters en de Parochie op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van de VVE, Bond Heemschut en [appellant sub 5] bestaat voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

12.1. De door Rabbit Sisters op het proceskostenformulier aangegeven reiskosten en verletkosten van een getuige komen niet voor vergoeding in aanmerking reeds om de reden dat niet overeenkomstig artikel 8:60, vierde lid, van de Awb mededeling is gedaan.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Argos Druten B.V. en [appellant sub 5A] tegen het besluit van 29 maart 2012, voor zover dat is ingesteld door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Argos Druten B.V., niet-ontvankelijk;

II. verklaart de beroepen van de Rooms-Katholieke Parochie Heilige Franciscus en Heilige Clara en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rabbit Sisters B.V. tegen het besluit van de raad van de gemeente Druten van 29 maart 2012 alsmede het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rabbit Sisters B.V. tegen het besluit van de raad van de gemeente Druten van 16 mei 2013 gegrond;

III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Druten:

a. van 29 maart 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kom Druten", voor zover dat ziet op de toekenning van een bebouwingspercentage van 100% aan het plandeel met de bestemming "Horeca" dat grenst aan de zuidzijde van de parochietuin en op de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Centrum" dat betrekking heeft op locatie 'De Smid' aan de Hogestraat nr. 33-35;

b. van 16 mei 2013 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Kom Druten", voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming "Centrum" dat betrekking heeft op locatie 'De Smid' aan de Hogestraat nr. 33-35, zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

IV. bepaalt dat de grens van het bouwvlak dat was toegekend aan het plandeel met de bestemming "Centrum" dat betrekking heeft op locatie 'De Smid' aan de Hogestraat, op de kadastrale grens tussen de percelen aan de Hogestraat nr. 33-35 en nr. 37 ligt, zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

V. bepaalt dat deze uitspraak ten aanzien van het hiervoor vermelde onderdeel IV in de plaats treedt van het besluit van de raad van de gemeente Druten van 16 mei 2013;

VI. draagt de raad van de gemeente Druten op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen III.b en IV, wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VII. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Argos Druten B.V. en [appellant sub 5A] voor het overige, en de beroepen van vereniging van eigenaars gebouw "Het Tabaksmagazijn", de vereniging Bond Heemschut en de vereniging Cuypersgenootschap tegen het besluit van de raad van de gemeente Druten van 29 maart 2012 alsmede het beroep van de Rooms-Katholieke Parochie Heilige Franciscus en Heilige Clara tegen het besluit van de raad van de gemeente Druten van 16 mei 2013 geheel ongegrond;

VIII. veroordeelt de raad van de gemeente Druten tot vergoeding van:

a. bij de Rooms-Katholieke Parochie Heilige Franciscus en Heilige Clara in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1652,00 (zegge: zestienhonderdtweeënvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

b. bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rabbit Sisters B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1578,40 (zegge: vijftienhonderdachtenzeventig euro en veertig cent), waarvan € 708,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IX. gelast dat de raad van de gemeente Druten aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) voor de Rooms-Katholieke Parochie Heilige Franciscus en Heilige Clara en € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rabbit Sisters B.V. vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Vreugdenhil

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2013

571.