Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2159

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-11-2013
Datum publicatie
27-11-2013
Zaaknummer
201303635/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 december 2010 heeft het college maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.20, vijfde lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (thans: Activiteitenbesluit milieubeheer; hierna: Activiteitenbesluit) vastgesteld voor de inrichting, bestaande uit café Bongo Beach en discotheek De Fabriek, gelegen aan het Stratumseind 34-36 te Eindhoven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2014/3244
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201303635/1/A4.

Datum uitspraak: 27 november 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TS II B.V., gevestigd te Eindhoven,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 29 maart 2013 in zaak nr. 11/2790 in het geding tussen:

TS II

en

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.

Procesverloop

Bij besluit van 8 december 2010 heeft het college maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.20, vijfde lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (thans: Activiteitenbesluit milieubeheer; hierna: Activiteitenbesluit) vastgesteld voor de inrichting, bestaande uit café Bongo Beach en discotheek De Fabriek, gelegen aan het Stratumseind 34-36 te Eindhoven.

Bij besluit van 20 juni 2011 heeft het college het door TS II daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 4 juni 2012 heeft het college het besluit van 8 december 2010 ingetrokken en opnieuw maatwerkvoorschriften vastgesteld voor de inrichting.

Bij uitspraak van 29 maart 2013 heeft de rechtbank het door TS II tegen het besluit van 7 juli 2011 (lees: 20 juni 2011) ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het beroep tegen het besluit van 4 juni 2012 ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft TS II hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 oktober 2013, waar het college, vertegenwoordigd door M.J.M.J. Heutink en ing. J. van de Werf, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 2.20, vijfde lid, van het Activiteitenbesluit kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen welke technische voorzieningen in de inrichting moeten worden aangebracht en welke gedragsregels in acht moeten worden genomen teneinde aan de geldende geluidsnormen te voldoen.

2. Bij het besluit van 4 juni 2012 heeft het college, voor zover hier van belang, bij maatwerkvoorschrift de hoogte van de maximaal toelaatbare muziekniveaus binnen discotheek De Fabriek vastgesteld, teneinde te kunnen voldoen aan de geluidsnormen die ingevolge het Activiteitenbesluit gelden op de gevel van gevoelige gebouwen en in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. Hieraan heeft het college het rapport 'Geluidsmetingen discotheek De Fabriek Stratumseind 36' van SRE Milieudienst van 5 maart 2012 (hierna: het geluidrapport) ten grondslag gelegd.

2.1. Ingevolge maatwerkvoorschrift 2 mag het geluidniveau, veroorzaakt door een in de inrichting aanwezige geluidsinstallatie, in discotheek De Fabriek met alle ramen en deuren gesloten, niet hoger zijn dan 94 dB(A) in de dagperiode, 89 dB(A) in de avondperiode en 84 dB(A) in de nachtperiode.

3. TS II kan zich niet verenigen met maatwerkvoorschrift 2 en betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het geluidrapport niet deugdelijk is. Daartoe voert zij aan dat de metingen en berekeningen niet conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (hierna: de Handleiding) zijn verricht, omdat de exacte meetlocatie van de microfoon niet is vermeld, niet duidelijk is hoe lang en hoe vaak op de verschillende punten is gemeten en bij het geluidrapport geen plattegrond van de woonkamer van de aanpandige woning is gevoegd. Volgens TS II heeft de rechtbank miskend dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het geluidrapport desondanks representatief is.

3.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat in het geluidrapport voldoende duidelijk is vastgelegd onder welke omstandigheden de meting heeft plaatsgevonden nu daarin is vermeld waar, hoe lang en hoe vaak is gemeten. Derhalve heeft de rechtbank terecht overwogen dat het geluidrapport in zoverre voldoet aan de Handleiding.

In zoverre faalt het betoog.

3.2. Volgens paragraaf 3.8 van de Handleiding moet een meetrapport onder meer een plattegrond van de meetsituatie bevatten met daarin aangegeven de positie van de bronnen, de meetplaats, eventuele stoorbronnen, reflecterende vlakken en het type bodem.

3.3. Bijlage 1 bij het geluidrapport betreft een plattegrond en een luchtfoto waarop de ligging van discotheek De Fabriek en van de woonkamer van de aanpandige woning aan de Oude Stadsgracht 40 is aangegeven. Derhalve bevat het rapport een plattegrond waarop de positie van de bron en de meetplaats zijn aangegeven, zodat ook in zoverre wordt voldaan aan de Handleiding. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de omstandigheid dat aan het geluidrapport geen afzonderlijke plattegrond van de woonkamer van de aanpandige woning is gehecht, niet maakt dat het rapport niet voldoet aan de Handleiding.

Het betoog faalt ook in zoverre.

4. TS II betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat voor het college geen aanleiding bestond om een maximaal toelaatbaar muziekniveau lager dan 103,7 dB(A) vast te stellen, omdat volgens het geluidrapport bij dat geluidniveau binnen discotheek De Fabriek niet of nauwelijks een verhoging van het achtergrondniveau werd waargenomen.

4.1. Niet in geschil is dat bij het besluit van 4 juni 2012 bij de vaststelling van de maximaal toelaatbare muziekniveaus binnen De Fabriek terecht is uitgegaan van het standaard housemuziekspectrum.

Uit het bovenste gedeelte van de tabel in bijlage 2 bij het geluidrapport blijkt dat bij een zendniveau in de inrichting van 103,7 dB(A), een ontvangniveau van 29,3 dB(A) op het immissiepunt is gemeten waarbij het stoorniveau 28,9 dB(A) bedroeg. Dit gedeelte van de tabel bevat de resultaten van de meting waarbij de overdrachtsreductie tussen de inrichting en de beoordelingspunten is bepaald. Vervolgens is, uitgaande van deze overdrachtsreductie, berekend bij welke geluidniveaus, bij toepassing van het standaard housemuziekspectrum, wordt voldaan aan de geluidsnormen die ingevolge het Activiteitenbesluit gelden. In het bovenste gedeelte van de tabel, waarin de door TS II bedoelde waarde van 103,7 dB(A) staat, is nog geen rekening gehouden met het toepasselijke muziekspectrum. Derhalve kan aan deze waarde op zichzelf bezien geen conclusie worden verbonden over het maximaal toelaatbaar muziekniveau bij toepassing van het standaard housemuziekspectrum, waarbij wordt voldaan aan de geluidsnormen die ingevolge het Activiteitenbesluit gelden. Het betoog van TS II geeft dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de bij maatwerkvoorschrift 2 vastgestelde maximaal toelaatbare muziekniveaus te laag zijn.

Het betoog faalt.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, voorzitter, en mr. R. Uylenburg en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van staat.

w.g. Wortmann w.g. Kalter

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2013

492-687.