Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2070

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-11-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
201309201/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 mei 2013 heeft het college aan Aldi Vastgoed B.V. omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een Aldi supermarkt op een perceel aan de Palmbrugweg te Echt (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201309201/2/A1.

Datum uitspraak: 14 november 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Via Vastgoed B.V. en anderen, gevestigd te 's-Hertogenbosch,

verzoekers,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg van 23 augustus 2013 in de zaken nrs. 13/1856 en 13/1857 in het geding tussen:

Via Vastgoed B.V. en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren.

Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2013 heeft het college aan Aldi Vastgoed B.V. omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een Aldi supermarkt op een perceel aan de Palmbrugweg te Echt (hierna: het perceel).

Bij uitspraak van 23 augustus 2013 heeft de voorzieningenrechter het door Via Vastgoed B.V. en anderen daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Via Vastgoed B.V. en anderen hoger beroep ingesteld. Tevens hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Via Vastgoed B.V. heeft nadere stukken ingediend.

Aldi Vastgoed B.V. heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 november 2013, waar Via Vastgoed B.V. en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. W.G.B. van de Ven, advocaat te ’s-Hertogenbosch, en het college, vertegenwoordigd door drs. M.P.W. Brienissen-Sterkenburg en mr. M.J.H. Siega-Gulikers, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar Aldi Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door M.C.C. van Herk, bijgestaan door mr. J.H. Meijer, advocaat te Arnhem, gehoord.

Overwegingen

1. Het verzoek strekt ertoe dat de verleende omgevingsvergunning wordt geschorst, om te voorkomen dat met de bouw wordt gestart, dan wel voortgegaan, voordat de Afdeling uitspraak in de bodemprocedure heeft gedaan.

2. In het hoger beroep zijn rechtsvragen aan de orde die zich niet lenen voor beantwoording in deze procedure. Daarbij gaat het met name om het antwoord op de vraag of het gestelde belang van ondernemers/winkeliers bij het voorkomen van leegstand in een winkelgebied rechtvaardigt dat zij opkomen tegen vergunningverlening voor vestiging elders van een der ondernemers/winkeliers.

3. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend.

4. Het betoog strekt ertoe dat regels, als gesteld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening, Aldi beletten te vertrekken uit het winkelgebied, waar zij thans haar activiteiten ontplooit. Hetgeen verzoekers in hoger beroep naar voren hebben gebracht geeft echter onvoldoende grond om op voorhand aan te nemen dat de verleende omgevingsvergunning uiteindelijk niet in stand zal blijven, althans geconcludeerd zal worden dat geen omgevingsvergunning verleend mocht worden, als is gebeurd. Naar voorlopig oordeel heeft het college terecht niet getracht Aldi door weigering van de aangevraagde vergunning te dwingen haar supermarkt te blijven exploiteren op een locatie, waar zij dit, mede gelet op haar nieuwe winkelconcept, niet meer wenselijk en passend acht. Het heeft met de vergunningverlening mede het oog gehad op het behoud van een vestiging van Aldi binnen de gemeente. Er is geen reden om op voorhand aan te nemen dat het dat niet mocht.

5. De conclusie is dat het verzoek moet worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Bolleboom

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2013

641.