Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2038

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-11-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
201307247/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201307247/2/R2.

Datum uitspraak: 12 november 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1], wonend te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,

2. [verzoeker sub 2], wonend te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Barneveld,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] beroep ingesteld.

[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 29 oktober 2013, waar [verzoeker sub 1], vertegenwoordigd door mr. G.J. Vooren, en de raad, vertegenwoordigd door mr. G.C. de Kruijf en drs. V.G.A. Ribbert, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende] gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de verzoeken om voorlopige voorziening van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] uitsluitend betrekking hebben op het perceel [locatie]. De verzoeken zijn er op gericht om het agrarisch bouwvlak op het desbetreffende perceel te schorsen. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] betogen dat de gewijzigde vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan - waarin aan het perceel de bestemming "Wonen" was toegekend - in strijd is met het gemeentelijk ruimtelijk beleid zoals geformuleerd in de Nota van Uitgangspunten.

3. Op 16 december 2011 heeft de eigenaar van het perceel [locatie] een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van een kalverenstal en het in gebruik nemen van een bestaande stal voor het houden van vleeskalveren. Deze aanvraag is gelet op het tijdstip van binnenkomst getoetst aan het bestemmingsplan "Buitengebied 2000". Bij besluit van 14 maart 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld een omgevingsvergunning verleend. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank. De zitting vindt op 5 november 2013 plaats.

4. De raad heeft toegelicht dat in het voorontwerp en het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming is toegekend aan genoemd perceel omdat de vergunde omvang van de agrarische activiteiten - minder dan 20 NGE - op dat moment daartoe aanleiding gaven. Bij de vaststelling van het plan heeft de raad zich gebaseerd op de situatie die rechtens is ontstaan op basis van de inmiddels verleende omgevingsvergunning. In het vastgestelde plan is daarom aan het perceel de bestemming "Agrarisch" toegekend en is het bouwvlak zoals dat is opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2000" ongewijzigd overgenomen. Dit is in overeenstemming met de Nota van Uitgangspunten die op 1 juni 2010 is vastgesteld, aldus de raad.

5. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat sprake is van een spoedeisend belang dat rechtvaardigt dat in afwachting van de behandeling van het beroep door de Afdeling een voorlopige voorziening wordt getroffen die er toe strekt dat het desbetreffende bouwvlak niet in werking treedt. Daarbij neemt de voorzitter in aanmerking dat het bouwvlak zoals dat is opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2000" ongewijzigd is overgenomen in het plan. Indien het plan in zoverre in werking treedt ontstaat geen onomkeerbare situatie.

6. Gelet hierop bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Ouwehand

Voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2013

224.