Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2036

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
201303355/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBONE:2013:1814, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 oktober 2011 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen het gebruik van een pand op het perceel [locatie A] te Lemelerveld (hierna onderscheidenlijk: het pand en het perceel) als burgerwoning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201303355/1/A1.

Datum uitspraak: 20 november 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Lemelerveld, gemeente Dalfsen,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 28 februari 2013 in zaak nr. 12/1408 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Dalfsen.

Procesverloop

Bij besluit van 12 oktober 2011 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen het gebruik van een pand op het perceel [locatie A] te Lemelerveld (hierna onderscheidenlijk: het pand en het perceel) als burgerwoning.

Bij besluit van 23 mei 2012 heeft het het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 februari 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben [partijen] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 oktober 2013, waar [appellant], vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, en het college, vertegenwoordigd door mrs. F.G. Janssen en A.F. Klink, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn daar [partijen], bijgestaan door mr. S.D. van Reenen, gehoord.

Overwegingen

1. Het pand is sinds 12 december 1990 in eigendom van [partij]. [partijen] gebruiken het sinds 1991 als burgerwoning. Niet in geschil is dat dat gebruik in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Dalfsen" (hierna: het bestemmingsplan).

2. Ingevolge artikel 35, lid B, van de voorschriften van het bestemmingsplan mag het gebruik van gronden en opstallen, strijdig met het plan op het tijdstip van het van rechtskracht worden daarvan, worden gehandhaafd.

Ingevolge artikel 36 mogen bouwwerken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan bestaan, dan wel in uitvoering zijn of mogen worden opgericht krachtens een bouwvergunning, waarvan de aanvraag vóór het voormelde tijdstip is ingediend en die afwijken van het plan:

1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot;

2. met inachtneming van de naar de weg, dan wel kanaal, gekeerde bebouwingsgrens, tenzij zulks onmogelijk is, geheel worden vernieuwd, indien het bouwwerk door een calamiteit is verwoest; één en ander behoudens onteigening en mits de aanvraag om bouwvergunning binnen twee jaar na de calamiteit is ingediend;

3. na vrijstelling van burgemeester en wethouders worden uitgebreid met een vergroting, welke niet meer bedraagt dan 10 procent van de inhoud van het in de aanhef bedoelde bouwwerk, met dien verstande dat deze bevoegdheid niet van toepassing is voor de gronden die op de kaart zijn aangeduid met waterstaatkundige doeleinden (dubbelbestemming);

Het bepaalde onder 1 en 2 is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, doch zijn gebouwd, zonder of in afwijking van een bouwvergunning - voor zover vereist - in strijd met het toen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 35, lid B, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan een onderscheid maakt tussen gebruik dat in overeenstemming is met het bestemmingsplan en gebruik dat daarmee in strijd is. Het gebruik van het pand als burgerwoning is in strijd met het voorheen geldende en op 23 juni 1977 in werking getreden bestemmingsplan "Buitengebied Dalfsen", zodat het niet door het in het bestemmingsplan geregelde overgangsrecht wordt beschermd. Dat blijkt ook uit artikel 36 van de planvoorschriften. Ingevolge die bepaling valt het gebruik van gronden en gebouwen dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan niet onder de werking van het overgangsrecht, aldus [appellant].

3.1. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat artikel 35 van de planvoorschriften geen onderscheid maakt tussen gebruik dat in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan en gebruik dat daarmee in overeenstemming was. Het gebruik van de woning als burgerwoning wordt derhalve door het in het bestemmingsplan opgenomen overgangsrecht beschermd, nu dat plan op 14 augustus 1999 in werking is getreden en niet in geschil is dat dit gebruik toen was aangevangen en intussen niet was gewraakt.

In artikel 36 van de planvoorschriften is geen uitzondering gemaakt voor het gebruik dat in strijd is met het voorheen geldende bestemmingsplan. De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde dan ook met juistheid geen grond gezien voor het oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het niet handhavend tegen het gebruik van het pand als burgerwoning kon optreden. De stelling van [appellant] dat het gebruik van de woning in het bij besluit van 24 juni 2013 door de raad van de gemeente Dalfsen vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied" nogmaals onder het overgangsrecht is gebracht, zodat moet worden aangenomen dat het impliciet is gewraakt, maakt dat niet anders, reeds nu dit bestemmingsplan na het besluit van 23 mei 2012 is vastgesteld.

Het betoog van [appellant] dat het gebruik van het pand als burgerwoning in strijd is met het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied Dalfsen" behoeft, gelet op het voorgaande, geen bespreking.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Fransen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2013

407-700.