Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:2034

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
201304629/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Oppad 2" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201304629/1/R1.

Datum uitspraak: 20 november 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren,

en

de raad van de gemeente Wijdemeren,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Oppad 2" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 oktober 2013, waar de raad, vertegenwoordigd door J. van den Adel en F. Lieste, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in de bouw van maximaal tien woningen en de aanleg van parkeervoorzieningen die in collectief particulier opdrachtgeverschap worden ontwikkeld. Het aanwezige gebouw Het Trefpunt, dat onder meer dienst deed als gymzaal en thans fungeert als locatie voor kinderfeesten, zal als gevolg van het plan worden gesloopt. Dit geldt ook voor de bij Het Trefpunt behorende parkeerplaatsen.

3. In het plan zijn aan de gronden de bestemming "Verkeer" en de bestemming "Wonen - 1", voorzien van de aanduidingen "maximum aantal wooneenheden - 9" en "maximum aantal wooneenheden - 1" toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder b, van de planregels zijn de voor "Verkeer" aangewezen gronden bestemd voor bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, zijn de voor "Wonen - 1" aangewezen gronden bestemd voor:

a. het wonen met daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;

b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, water en toegangswegen.

Ingevolge artikel 9, aanhef en onder f, zijn de regels van stedenbouwkundige aard en de bereikbaarheidseisen van paragraaf 2.5 van de bouwverordening uitsluitend van toepassing, voor zover het betreft de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.

3.1. Niet in geschil is dat in het voorgaande bestemmingsplan "Loosdrecht Landelijk Gebied Noordoost", vastgesteld door de raad op 29 mei 2008, aan de gronden de bestemmingen "Maatschappelijke doeleinden (M)", voorzien van de aanduiding "verenigingsgebouw (Mv)", en "Verkeersdoeleinden (V)" waren toegekend. In zoverre was dat plan goedgekeurd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland op 27 januari 2009.

Ingevolge artikel 25, eerste lid, aanhef en onder a, van de planvoorschriften waren de op de plankaart voor "Maatschappelijke doeleinden (M)" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "verenigingsgebouw (Mv)" bestemd voor een verenigingsgebouw.

Ingevolge artikel 31, eerste lid, aanhef en onder g, waren de op de plankaart voor "Verkeersdoeleinden (V)" aangewezen gronden bestemd voor parkeervoorzieningen.

4. [appellant] voert aan dat het huidige tekort aan parkeerplaatsen door de voorziene woningbouw onevenredig wordt vergroot. Hij wijst erop dat vervoer met een eigen auto, en derhalve de beschikbaarheid van parkeerplaatsen, een absolute noodzaak is gelet op het ontbreken van openbaar vervoer in de omgeving.

4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan in voldoende parkeergelegenheid voorziet. Er worden 29 parkeerplaatsen aangelegd, waarvan vier bij de woningen en 25 in het openbaar gebied. Deze aantallen komen ongeveer overeen met het aantal van 30 parkeerplaatsen dat als gevolg van het plan zal verdwijnen, aldus de raad.

4.2. Overeenkomstig artikel 2 van de beleidsnota "Parkeernormen gemeente Wijdemeren", vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 7 februari 2006 (hierna: de parkeernota), hanteert de raad, voor het vaststellen van het minimumaantal benodigde parkeerplaatsen, bij de toepassing van artikel 2.5.30 van de bouwverordening de normering van 2,2 parkeerplaatsen per eengezinswoning in het landelijk gebied.

4.3. In het rapport "Parkeeronderzoek herontwikkeling Kindertrefpunt Oud-Loosdrecht, Openbare en privéparkeerplaatsen" van Goudappel Coffeng van 11 februari 2013 (hierna: het parkeeronderzoek) wordt geconcludeerd dat buiten het aantal parkeerplaatsen waarin in het kader van het plan wordt voorzien, geen extra parkeerplaatsen benodigd zijn. Het parkeeraanbod dat op de openbare parkeerplaatsen beschikbaar is, is voldoende om de parkeervraag als gevolg van de ontwikkeling op te vangen.

4.4. In de Structuurvisie Wijdemeren, vastgesteld door de raad op 19 juli 2012, staat dat Oud-Loosdrecht te maken heeft met een hoge parkeerdruk en veel verkeer. Binnen de duur van deze structuurvisie zal worden onderzocht of het mogelijk en wenselijk is om de parkeerproblemen op te lossen door transferia, parkeerpockets in het lint achter de rooilijn van de woningen, het instellen van betaald parkeren of het instellen van blauwe zones.

4.5. Niet in geschil is dat in het onderhavige geval volgens de parkeernota een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per eengezinswoning van toepassing is. Ten behoeve van de voorziene woningbouw dienen op grond van de parkeernota derhalve 22 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Nu 29 parkeerplaatsen worden aangelegd, voorziet het plan voor de voorziene woningen in voldoende parkeergelegenheid.

De raad erkent dat sprake is van een hoge parkeerdruk in de omgeving van het plangebied, zoals ook uit de structuurvisie volgt. Als gevolg van het plan gaan weliswaar 30 parkeerplaatsen - die zijn aangelegd voor de bezoekers van Het Trefpunt, maar waarvan de raad heeft gesteld dat die ook openbaar zijn - verloren, maar het plan voorziet, naast de 22 parkeerplaatsen voor de voorziene woningen, in zeven openbare parkeerplaatsen. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in de bestaande situatie een dusdanig tekort bestaat aan parkeergelegenheid dat de zeven extra in het plan voorziene openbare parkeerplaatsen onvoldoende zijn om de bestaande parkeerdruk op te vangen. De Afdeling betrekt bij haar oordeel dat met de sloop van Het Trefpunt de desbetreffende parkeerbehoefte komt te vervallen. Voorts heeft de raad ter zitting toegelicht dat op sommige dagen in het vaarseizoen weliswaar sprake is van een onevenredig hoge parkeerdruk, maar dat op die momenten terreinen in de omgeving worden opengesteld waar geparkeerd kan worden. Verder heeft [appellant] niet gesteld dat het parkeeronderzoek zodanige gebreken bevat dan wel leemten in kennis vertoont dat de raad zich hierop niet had mogen baseren. Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet tot onaanvaardbare parkeerproblemen leidt.

5. [appellant] betoogt dat het gebouw Het Trefpunt, dat als gevolg van het plan zal worden gesloopt, kan worden behouden omdat het voor verschillende doeleinden kan worden ingezet.

5.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de exploitatie van het gebouw Het Trefpunt reeds decennialang verliesgevend is en de exploitatie geen kerntaak vormt voor de gemeente. Daarbij is het gebouw volgens de raad dringend aan onderhoud toe, maar daarmee zou een aanzienlijke investering zijn gemoeid. [appellant] heeft voormeld standpunt van de raad niet bestreden. De raad heeft gekozen voor woningbouw op de desbetreffende locatie, omdat uit de Woonvisie Wijdemeren en de Regionale Woonvisie volgt dat behoefte bestaat aan betaalbare eengezinswoningen. Ook dit standpunt heeft [appellant] niet bestreden. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor de bouw van nieuwe woningen en de sloop van het gebouw "Het Trefpunt" in plaats van voor behoud van dat gebouw.

6. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Z. Huszar, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Huszar

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2013

533-668.