Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1960

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
201304965/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8756, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 augustus 2012 heeft het college aan [appellante] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op het perceel [locatie] te Rijkevoort.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201304965/1/A1.

Datum uitspraak: 13 november 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 19 april 2013 in zaak nr. 13/532 in het geding tussen:

[wederpartij] en anderen, allen wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer.

Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2012 heeft het college aan [appellante] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op het perceel [locatie] te Rijkevoort.

Bij besluit van 18 december 2012 heeft het college het door [wederpartij] en anderen daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 19 april 2013 heeft de rechtbank het door [wederpartij] en anderen daartegen ingestelde beroep, voor zover ingediend door de eisers wonend op de percelen [11 percelen], gegrond verklaard, het besluit van 18 december 2012 vernietigd, voor zover de door hen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk zijn verklaard, de tegen het besluit van 28 augustus 2012 door deze eisers gemaakte bezwaren ongegrond verklaard, bepaald dat de uitspraak in plaats treedt van het besluit van 18 december 2012 voor zover die is vernietigd en het beroep van de overige eisers ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] en anderen en het college hebben een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 oktober 2013, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J.A.J.M. van Houtum, en het college, vertegenwoordigd door M.M.L. van Lankvelt, ing. J.P.M. van Katwijk en mr. J.P.L.M. van der Velden, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [wederpartij] en anderen, vertegenwoordigd door [wederpartij] en [gemachtigden], als partij gehoord.

Overwegingen

1. Ambtshalve wordt als volgt overwogen. De rechtbank heeft het besluit van 18 december 2012 vernietigd, voor zover het college daarbij de bezwaren van de eisers wonend op de percelen [11 percelen] niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft voorts zelf in de zaak voorzien door deze bezwaren ongegrond te verklaren. Daarmee is het besluit van 28 augustus 2012, waarbij aan [appellante] omgevingsvergunning is verleend, in stand gebleven. Het college noch [wederpartij] en anderen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 april 2013. Cornellissen heeft aldus gekregen wat zij met de aanvraag beoogde te bereiken, te weten het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Gelet hierop heeft zij in zoverre geen belang bij het door haar ingestelde hoger beroep.

De door [appellante] ter zitting geuite vrees dat het niet instellen van hoger beroep haar in andere procedures zou kunnen worden tegengeworpen, is ongegrond. De rechtskracht van het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak is beperkt tot onderhavige geschil. Bij toekomstige besluiten zal per besluit, los van de onderhavige procedure, moeten worden beoordeeld of degene die daartegen een rechtsmiddel aanwendt als belanghebbende bij dat besluit kan worden aangemerkt. Een andersluidend oordeel zou tot gevolg hebben dat een belanghebbende hoger beroep zou moeten instellen tegen een rechtbankuitspraak met het oog op eventuele toekomstige besluiten, hetgeen onwenselijk is.

Nu [appellante] voorts niet heeft gesteld schade te hebben geleden ten gevolge van de aangevallen uitspraak, dient haar hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. T.H.C. van Sloten, voorzitter, en mr. E. Helder en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Graaff-Haasnoot

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2013

531-712.