Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1874

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-10-2013
Datum publicatie
06-11-2013
Zaaknummer
201307552/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Drachten Drachtstervaart" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201307552/2/R4.

Datum uitspraak: 28 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fenner Dunlop B.V., gevestigd te Drachten, gemeente Smallingerland,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Smallingerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Drachten Drachtstervaart" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer Fenner Dunlop B.V. beroep ingesteld.

Fenner Dunlop B.V. heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 oktober 2013, waar Fenner Dunlop B.V., vertegenwoordigd door mr. F.G. van Dam, en de raad, vertegenwoordigd door W. Dijkstra en mr. E. Ridder, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet, voor zover hier van belang, in het doortrekken van de Drachtstervaart vanaf de Noorder- en Zuiderhogeweg tot aan het centrum van Drachten en het aanleggen van een passantenhaven.

3. Fenner Dunlop B.V. richt zich tegen de plandelen met de bestemmingen "Verkeer", "Verkeer-Verblijf", "Water", "Waarde-Archeologie" en "Gemengd-1" vanaf de Noorder- en Zuiderhogeweg tot aan het centrum van Drachten. Deze plandelen voorzien in het doortrekken van de Drachtstervaart en het aanleggen van een passantenhaven. Fenner Dunlop B.V. beoogt met haar verzoek onomkeerbare gevolgen van de uitvoering van het plan voor haar bedrijf aan de Oliemolenstraat 2 te Drachten te voorkomen.

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat Fenner Dunlop B.V. geen spoedeisend belang heeft bij haar verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening, omdat het doortrekken van de Drachtstervaart vanaf de Noorder- en Zuiderhogeweg tot aan het centrum van Drachten en het aanleggen van een passantenhaven reeds onder het vorige plan "Drachtstervaart" is toegestaan.

3.2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover hier van belang, kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3.3. De voorzitter stelt vast dat het op grond van het vorige plan "Drachtstervaart" reeds mogelijk is om de Drachtstervaart door te trekken vanaf de Noorder- en Zuiderhogeweg tot aan het centrum van Drachten en een passantenhaven aan te leggen. Fenner Dunlop B.V. is derhalve niet gebaat bij een schorsing van de desbetreffende plandelen. Bij schorsing van de desbetreffende plandelen zou immers het vorige plan "Drachtstervaart" van kracht blijven op grond waarvan tevens het doortrekken van de Drachtstervaart vanaf de Noorder- en Zuiderhogeweg tot aan het centrum van Drachten en het aanleggen van een passantenhaven kan worden gerealiseerd. Ter zitting heeft Fenner Dunlop B.V. aangevoerd dat spoedeisend belang aanwezig is, nu de bestemmingen "Verkeer-Verblijf" en "Water" ruimere mogelijkheden bieden ten opzichte van de bestemmingen in het vorige plan. De voorzitter overweegt hieromtrent dat voor zover de planregels voor de bestemmingen "Verkeer-Verblijf" en "Water" al afwijken van de voorschriften behorende bij het vorige plan, onvoldoende aanwijzingen bestaan voor de verwachting dat daardoor onomkeerbare gevolgen zullen optreden. Gelet hierop is niet gebleken dat met het verzoek een spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

4. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Lodeweges

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2013

625.