Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1868

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
06-11-2013
Zaaknummer
201307170/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Verblijfsrecreatieterreinen Steenwijkerland" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201307170/2/R1.

Datum uitspraak: 29 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Steenwijkerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Verblijfsrecreatieterreinen Steenwijkerland" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 oktober 2013, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. D. Meloni, en de raad, vertegenwoordigd door drs. E.S. Fijma, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor de verblijfsrecreatieterreinen in Steenwijkerland.

3. [verzoeker] kan zich niet met het plan verenigen voor zover zijn café met speelautomaten aan de [locatie] te [plaats] niet als zodanig is bestemd, nu de aanduiding "horeca van categorie 3" niet aan zijn perceel is toegekend. Met het verzoek beoogt hij te voorkomen dat door het college van burgemeester en wethouders handhavend kan worden opgetreden tegen dit gebruik.

4. Aan het perceel [locatie] zijn de bestemming "Recreatie - Recreatieterrein 1" en de aanduiding "horeca van categorie 2" toegekend.

5. Ingevolge artikel 1, onder 1.65, van de planregels wordt onder het begrip "horeca van categorie 2" het volgende verstaan: een inrichting die is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaak, lunchroom, ijssalon/ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant.

Ingevolge het bepaalde onder 1.66 wordt onder het begrip "horeca van categorie 3" het volgende verstaan: een inrichting die is gericht op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd, alsmede de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar.

Ingevolge artikel 7, lid 7.1, onder 7.1.1, zijn de voor "Recreatie - Recreatieterrein 1" aangewezen gronden bestemd voor:

(…)

h. horeca van categorie 2, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 2" (…);

i. horeca van categorie 3, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 3";

(…).

6. In het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied Noord-Oost" is de bestemming "Verblijfsrecreatieve doeleinden" met de aanduidingen "geen bedrijfswoning toegestaan", "kiosk toegestaan" en "max. oppervlakte 150 m²" aan het perceel toegekend.

7. Ingevolge artikel 13, lid A, van de voorschriften van dat plan zijn de gronden op de kaart aangewezen voor "Verblijfsrecreatieve doeleinden" bestemd voor:

- een kamphuis indien en voor zover de gronden op de kaart zijn aangeduid met "kamphuis" (…);

- het recreatief verblijven in kampeermiddelen en/of trekkershutten indien en voor zover de gronden op de kaart zijn aangeduid met "camping";

alsmede voor de verkoop van versnaperingen indien en voor zover de gronden op de kaart zijn aangeduid met "kiosk toegestaan" en met dien verstande dat de gezamenlijke bebouwde oppervlakte ten hoogte bedraagt 15 m² met de daarbij behorende voorzieningen - waaronder begrepen sanitaire voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het onderhoud en beheer - met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken en terreinen.

8. De voorzitter stelt vast dat schorsing van het plandeel met de bestemming "Recreatie - Recreatieterrein 1" en de aanduiding "horeca van categorie 2" niet kan leiden tot het door [verzoeker] gewenste resultaat, nu hierdoor ter plaatse van zijn perceel aan de [locatie] het bestemmingsplan "Buitengebied Noord-Oost" van kracht zou blijven op grond waarvan evenmin een café bij recht is toegestaan. Gelet hierop heeft schorsing van dit plandeel dan ook geen gevolgen voor de mogelijkheid handhavend op te treden tegen het gebruik als café. Voor zover [verzoeker] vreest voor handhaving met betrekking tot de aanwezigheid in zijn inrichting van speelautomaten, overweegt de voorzitter dat ter zitting is gebleken dat [verzoeker] over een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten beschikt op grond waarvan de speelautomaten zijn toegestaan, hetgeen de raad ter zitting heeft bevestigd.

Voor zover het verzoek er toe strekt dat aan de gronden van [verzoeker] de aanduiding "horeca van categorie 3" wordt toegekend, overweegt de voorzitter dat een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt - behoudens uitzonderlijke omstandigheden - te verstrekkend is. Daarbij is van belang dat ook de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure, gelet op de aard van de toetsing, doorgaans niet zal strekken tot het zelfvoorziend toekennen van een andere aanduiding dan door [verzoeker] beoogd. Van uitzonderlijke omstandigheden welke nopen tot een andere conclusie is niet gebleken. Daarbij betrekt de voorzitter dat ter zitting niet is gebleken dat de toegekende aanduiding aanleiding geeft de aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten in te trekken.

9. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2013

288-758.