Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1837

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-11-2013
Datum publicatie
06-11-2013
Zaaknummer
201302336/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Joure - Zuid" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201302336/1/R4.

Datum uitspraak: 6 november 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Hoge Dennen Holding B.V., gevestigd te Laren,

appellante,

en

de raad van de gemeente Skarsterlân,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Joure - Zuid" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft De Hoge Dennen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 oktober 2013, waar De Hoge Dennen, vertegenwoordigd door mr. E. Wiarda, werkzaam bij Langhout & Wiarda, vergezeld door [manager], manager bij De Hoge Dennen en de raad, vertegenwoordigd door G.C.J. Zaal en P. Kort, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan bevat een juridisch-planologische regeling voor de wijken Blaauwhof en Zuiderveld in Joure. Het vervangt de vorige bestemmingsplannen door een uniforme en actuele bestemmingsregeling.

3. De Hoge Dennen kan zich niet verenigen met de bestemming "Bedrijf" die in het plan aan het achterste gedeelte van het perceel Geert Knolweg 52A is toegekend, nu hierdoor detailhandelsactiviteiten ter plaatse zijn uitgesloten.

De Hoge Dennen betoogt hiertoe dat onvoldoende rekening is gehouden met de omstandigheid dat tot medio 2003 een bouwmarkt op het desbetreffende deel van perceel was gevestigd en met een op 10 juni 2009 verleende vrijstelling op grond waarvan het desbetreffende deel van het perceel gebruikt mag worden voor detailhandelsactiviteiten. De raad heeft het gebruik van dit deel van het perceel voor detailhandelsactiviteiten dan ook ten onrechte onder het overgangsrecht gebracht, aldus De Hoge Dennen.

Verder betoogt zij dat de raad zich ten onrechte op het op 22 mei 2003 tussen het gemeentebestuur en de Vereniging van Winkeliers, Industriëlen en Handelaren gesloten convenant herinrichting Midstraat te Joure, gemeente Skarsterlân (hierna: het convenant) beroept, aangezien dit convenant op 31 december 2013 zal eindigen. Daarnaast is detailhandel op haar perceel niet in strijd met het convenant, aldus De Hoge Dennen. Hiertoe stelt De Hoge Dennen dat vanwege de reeds verleende vrijstelling sprake is van een bestaand detailhandelspunt en dat het convenant slechts in de weg staat aan nieuwvestiging buiten het kernwinkelgebied.

Daarnaast wijst De Hoge Dennen erop dat aan omliggende gronden wel de bestemming "Gemengd" is toegekend, op grond waarvan detailhandelsactiviteiten ter plaatse zijn toegelaten.

Voorts betoogt De Hoge Dennen dat de bestemming "Bedrijf" in strijd met een goede ruimtelijke ordening is toegekend, aangezien deze leidt tot een onaanvaardbare beperking van de gebruiksmogelijkheden en daarmee de verhuurbaarheid van het perceel. Daarnaast zal het toelaten van detailhandelsactiviteiten op het perceel niet leiden tot leegstand in het kernwinkelgebied, aangezien panden met een vergelijkbare vloeroppervlakte en parkeervoorziening in het kernwinkelgebied ontbreken, aldus De Hoge Dennen. Voorts is de toegekende bestemming ondoelmatig omdat het plan eraan in de weg staat dat ten behoeve van een te vestigen bedrijf wordt geparkeerd op de omliggende gronden met de bestemming "Gemengd".

4. De raad stelt dat hij bij het toekennen van een bestemming aan het perceel aansluiting heeft gezocht bij de vorige planregeling.

De raad stelt voorts dat het beleid van het gemeentebestuur is om detailhandel in het kernwinkelgebied te concentreren, teneinde het bestaande kernwinkelgebied aantrekkelijk te houden. De raad wijst in dit verband op het convenant, de structuurvisie Joure uit 1995 (hierna: de structuurvisie) en de Integrale Visie Heerenveen-Skarsterlan ‘Ruimte voor de Toekomst’ uit 2005 (hierna: de integrale visie). Het plan voorziet overeenkomstig dit beleid niet in de vestiging van detailhandel buiten het kernwinkelgebied, aldus de raad. Het perceel van De Hoge Dennen ligt buiten het kernwinkelgebied, zodat het plan niet in de mogelijkheid van detailhandel op deze locatie voorziet, aldus de raad.

5. Blijkens de verbeelding is aan een gedeelte van het perceel Geert Knolweg 52A de bestemming "Bedrijf" toegekend.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn de voor "Bedrijf" aangewezen gronden bestemd voor gebouwen en overkappingen ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 2 onder categorie 1 en 2.

Ingevolge lid 4.5, aanhef en onder d, wordt tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, tenzij het een garagebedrijf betreft, in welk geval detailhandel in motorvoertuigen en daarbij behorende accessoires is toegestaan.

6. Ingevolge artikel 29A van de voorschriften van het voorheen geldende plan "Joure-Oost" (Zuiderveld), vastgesteld op 20 februari 1969, als partieel gewijzigd door het bestemmingsplan "Plan houdende partiële herzieningen van enkele in Joure geldende bestemmingsplannen ter wering van een aantal categoreën detailhandel van industrieterreinen", vastgesteld op 31 augustus 1982, was het verboden het gebouw aan de Geert Knolweg 52A te gebruiken ten dienste van detailhandelsbedrijven, waaronder niet begrepen de verkoop van waren in de onderneming waarin zij zijn vervaardigd of bewerkt, ter plaatse van de vervaardiging of vestiging.

Ingevolge het tweede lid kon het college van burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

7. Aan De Hoge Dennen is bij besluit van 10 juni 2009 een vrijstelling verleend voor de vestiging van een kringloopwinkel op het perceel. Aangezien de verleende vrijstelling slechts voorziet in de ingebruikname van het desbetreffende deel van het perceel als kringloopwinkel, kan deze vrijstelling geen rechten en gerechtvaardigde verwachtingen doen ontstaan dat aan het desbetreffende gedeelte van het perceel een bestemming zou worden toegekend die detailhandelsactiviteiten in brede zin toelaat. Nu tussen partijen niet in geschil is dat het perceel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan niet voor detailhandelsactiviteiten werd gebruikt, is, anders dan De Hoge Dennen blijkbaar veronderstelt, een zodanig gebruik van het perceel niet op grond van het overgangsrecht van artikel 32, lid 32.1, van de planregels toegestaan.

8. Over de door De Hoge Dennen gemaakte vergelijking met de omliggende gronden waaraan de bestemming "Gemengd" is toegekend, wordt overwogen dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat deze situatie verschilt van de aan de orde zijnde situatie omdat op de omliggende percelen sprake is van bestaande detailhandelsactiviteiten, terwijl daarvan op het perceel van De Hoge Dennen geen sprake is. In hetgeen De Hoge Dennen heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door De Hoge Dennen genoemde situatie niet overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie.

9. De raad heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd het gemeentelijk beleid om slechts in het kernwinkelgebied detailhandel toe te staan. De raad heeft hierbij niet slechts gewezen op het convenant, maar tevens op de structuurvisie en de integrale visie. Uit pagina 54 van de structuurvisie volgt dat het gemeentebestuur wenst vast te houden aan het concentratieprincipe van het winkelgebied. Voorts volgt uit pagina 72 van de integrale visie dat de belangrijkste voorzieningen zich in de historische as tussen het gemeentehuis, Midstraat en Geert Knolweg bevinden en dat in dit gebied voldoende ruimte beschikbaar is voor intensivering en uitbreiding van huidige en toekomstige voorzieningen. Uit de plankaarten behorende bij de integrale visie volgt dat het perceel van De Hoge Dennen buiten het centrumgebied ligt en dat voor dit perceel geen ontwikkelingen zijn voorzien in de periode 2000 - 2030.

In hetgeen De Hoge Dennen aanvoert, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt stelt dat het toekennen van een detailhandelsbestemming niet in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid. Hetgeen De Hoge Dennen aanvoert, geeft evenmin aanknopingspunten voor het oordeel dat de uitvoering van dit beleid zodanig onevenredige gevolgen heeft voor De Hoge Dennen dat de raad niet in redelijkheid aan de uitvoering van dit beleid vast heeft kunnen houden. De Afdeling acht de uitleg van de raad dat parkeervoorzieningen op gronden waaraan de bestemming "Gemengd" is toegekend ook mogen worden gebruikt ten behoeve van bedrijven die zich in het pand van De Hoge Dennen vestigen, voorts niet onjuist. In hetgeen De Hoge Dennen heeft aangevoerd, ziet de Afdeling dan ook geen grond voor het oordeel dat de raad, gelet op de hem toekomende beleidsvrijheid na afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen.

10. Het beroep is ongegrond.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Timmerman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2013

431-745.