Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1784

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
30-10-2013
Zaaknummer
201308725/2/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 22 mei 2012 heeft de minister [verzoeker rechtbank A] en [verzoeker rechtbank B] vergunningen verleend voor het bereiden ten behoeve van en het ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten van de huisartsenpraktijk die is gevestigd aan de [locatie] te Slochteren. De vergunningen zijn verleend voor Overschild, Siddeburen, Schildwolde en Slochteren en bijbehorende omgeving alsmede Froombosch en Harkstede.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201308725/2/A3.

Datum uitspraak: 23 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Apotheek Sappemeer B.V. en [verzoeker sub 1B], gevestigd onderscheidenlijk wonend te Sappemeer, gemeente Hoogezand-Sappemeer,

2. de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 9 augustus 2013 in zaken nrs. 13/387 en 13/388 in het geding tussen:

[verzoeker rechtbank A], wonend te Kolham, gemeente Slochteren, en

[verzoeker rechtbank B], wonend te Groningen,

verzoekers,

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Procesverloop

Bij besluiten van 22 mei 2012 heeft de minister [verzoeker rechtbank A] en [verzoeker rechtbank B] vergunningen verleend voor het bereiden ten behoeve van en het ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten van de huisartsenpraktijk die is gevestigd aan de [locatie] te Slochteren. De vergunningen zijn verleend voor Overschild, Siddeburen, Schildwolde en Slochteren en bijbehorende omgeving alsmede Froombosch en Harkstede.

Bij besluiten van 20 februari 2013 heeft de minister het door [verzoeker sub 1B] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de besluiten van 22 mei 2012, voor zover die Froombosch betreffen, met ingang van onderscheidenlijk 20 april en 20 augustus 2013 ingetrokken.

Bij uitspraak van 9 augustus 2013 heeft de rechtbank de door [verzoeker rechtbank A] en [verzoeker rechtbank B] ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van 20 februari 2013, voor zover die Froombosch betreffen, vernietigd en bepaald dat de minister met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen opnieuw een besluit dient te nemen op de door [verzoeker sub 1B] tegen de besluiten van 22 mei 2012 gemaakte bezwaren, voor zover die besluiten Froombosch betreffen.

Tegen deze uitspraak hebben Apotheek Sappemeer, [verzoeker sub 1B] en de minister hoger beroep ingesteld.

Bij besluiten van 20 september 2013 heeft de minister het door [verzoeker sub 1B] tegen de besluiten van 22 mei 2012 gemaakte bezwaar opnieuw gegrond verklaard en die besluiten, voor zover die Froombosch betreffen, met ingang van 20 augustus 2013 ingetrokken.

Tegen deze besluiten hebben [verzoeker rechtbank A] en [verzoeker rechtbank B] beroep ingesteld. Tevens hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 17 oktober 2013, waar [verzoeker sub 1B], mede als vertegenwoordiger van Apotheek Sappemeer, bijgestaan door mr. B.J.W. Walraven en mr. A.S.D. Lijkwan, beiden advocaat te Rotterdam, [verzoeker rechtbank A] en [verzoeker rechtbank B], bijgestaan door mr. M.E.F. Bots, advocaat te Utrecht, en de minister, vertegenwoordigd door mr. R.G.T. van Wissen en D. Hoogeveen, beiden werkzaam bij het ministerie, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft de minister de besluiten van 20 september 2013 genomen. Deze besluiten worden, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van die wet, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van het geding in hoger beroep.

3. Het verzoek om voorlopige voorziening is beperkt tot het ontbreken van een overgangstermijn in de besluiten van 20 september 2013, nu de minister de ingangsdatum van die besluiten heeft gesteld op 20 augustus 2013. [verzoeker rechtbank A] en [verzoeker rechtbank B] hebben uiteengezet dat een overgangstermijn noodzakelijk is, aangezien zij hun patiënten uit Froombosch moeten informeren, die patiënten een keuze voor een apotheek dienen te maken en toestemming dienen te geven voor overdracht van de medicatiedossiers, overdrachtsgesprekken met de betrokken apothekers moeten plaatsvinden en de wijzigingen in computersystemen moeten worden verwerkt.

Gelet op hetgeen ter zitting is besproken en de standpunten die partijen aldaar over de ingangsdatum hebben ingenomen, acht de voorzitter het redelijk dat de ingangsdatum van de besluiten van 20 september 2013 op 1 januari 2014 wordt gesteld.

4. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

5. De minister dient ten aanzien van [verzoeker rechtbank A] en [verzoeker rechtbank B] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Hierbij is in aanmerking genomen dat de verzoeken van [verzoeker rechtbank A] en [verzoeker rechtbank B] als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht moeten worden beschouwd.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 september 2013, kenmerk DWJZ-2012000576/a en DWJZ-2012000576/b, voor zover daarbij de ingangsdatum op 20 augustus 2013 is gesteld;

II. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de ingangsdatum van de besluiten van 20 september 2013 op 1 januari 2014 wordt gesteld;

III. veroordeelt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot vergoeding van bij [verzoeker rechtbank A] in verband met de behandeling van zijn verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

veroordeelt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot vergoeding van bij [verzoeker rechtbank B] in verband met de behandeling van haar verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van € 239,00 (zegge: tweehonderdnegenendertig euro) voor [verzoeker rechtbank A] en € 239,00 (zegge: tweehonderdnegenendertig euro) voor [verzoeker rechtbank B] vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Herweijer

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2013

640.