Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1717

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-10-2013
Datum publicatie
30-10-2013
Zaaknummer
201211553/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2012:BY1860, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 augustus 2011 (hierna: het verkeersbesluit) heeft het college, met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, besloten De Weeren te Elburg af te sluiten voor vrachtverkeer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201211553/1/A1.

Datum uitspraak: 30 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Elburg,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 31 oktober 2012 in zaak nr. 11/1371 in het geding tussen:

[appellant],

[wederpartij]

en

het college van burgemeester en wethouders van Elburg.

Procesverloop

Bij besluit van 12 augustus 2011 (hierna: het verkeersbesluit) heeft het college, met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, besloten De Weeren te Elburg af te sluiten voor vrachtverkeer.

Bij uitspraak van 31 oktober 2012 heeft de rechtbank het door onder meer [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 september 2013, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door ing. J.J. Ruster, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de Wvw 1994) kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot:

a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;

b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;

c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

Ingevolge het tweede lid kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot:

a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

Ingevolge artikel 15, tweede lid, geschieden maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

Ingevolge artikel 21 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: het Babw) vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.

Ingevolge artikel 24, aanhef en onder a, worden verkeersbesluiten genomen na overleg met de korpschef van het betrokken regionale politiekorps.

Ingevolge artikel 25, eerste lid, worden verkeersbesluiten als gevolg waarvan het verkeer op wegen anders dan die waarop het verkeersbesluit betrekking heeft rechtstreeks en ingrijpend wordt beïnvloed, genomen na overleg met het ten aanzien van die andere wegen bevoegd gezag.

2. Het besluit van 12 augustus 2011 strekt tot afsluiting voor vrachtverkeer van De Weeren in Elburg en is genomen naar aanleiding van een verzoek van bewoners daartoe. Het college heeft besloten dit kenbaar te maken door plaatsing van verkeersborden C7 (gesloten voor vrachtauto’s) uit bijlage I bij het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, met onderborden OB 108 (uitgezonderd bestemmingsverkeer) uit die bijlage aan weerszijden van De Weeren. Tevens is besloten ter wille van een goede geleiding van het vrachtverkeer enkele vooraanduidingsborden L10 uit voornoemde bijlage te plaatsen op een drietal in dat besluit nader aangeduide plaatsen.

3. Niet in geschil is dat De Weeren in de gemeentelijke wegcategorisering is aangewezen als een zogenaamde "erftoegangsweg". In het door de raad van de gemeente Elburg bij besluit van 27 mei 2004 vastgestelde Gemeentelijke Verkeers- en Vervoerplan Elburg 2004 (hierna: het GVVP) wordt dit gedefinieerd als een niet voor doorgaand verkeer geschikte weg. De weg heeft een breedte van ongeveer 4,4 m.

4. Het college heeft aan het besluit van 12 augustus 2011 ten grondslag gelegd dat er veel meer vrachtverkeer over De Weeren rijdt dan er een herkomst/bestemming heeft en dat de hoeveelheid zwaar vrachtverkeer over De Weeren in de afgelopen twee jaar is verdubbeld. Voorts is de wegbreedte van De Weeren ongeschikt voor zwaar vrachtverkeer, althans veel minder geschikt dan de Oostendorperstraatweg, aldus het college. Het college vindt het voorts ongewenst dat De Weeren deel uitmaakt van door routeplanners aangegeven routes voor doorgaand (vracht)verkeer. Deze punten zijn voor het college aanleiding geweest om het verkeersbesluit te nemen, omdat volgens het college hiermee tegemoet wordt gekomen aan de belangen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, en het tweede lid, onder b, van de Wvw 1994. Het nadelige effect van het verkeersbesluit is volgens het college dat het gedeelte van de Oostendorperstraatweg tussen De Weeren en de Oostelijke Rondweg te maken krijgt met een toename van de hoeveelheid zwaar en middelzwaar verkeer. Dit nadelige effect is volgens het college echter aanvaardbaar.

5. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet in redelijkheid tot het verkeersbesluit heeft kunnen komen. Daartoe voert hij aan dat onduidelijk is welke verkeerstellingen het college daaraan ten grondslag heeft gelegd. Voorts is het besluit volgens hem in strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat een eerdere aanvraag om een wegafsluiting, die niet aan alle voorwaarden uit het GVVP voldeed, is afgewezen.

Ten slotte heeft de rechtbank volgens hem ten onrechte geen oordeel gegeven over de door hem in beroep aangevoerde gronden dat met het verkeersbesluit twintig woningen en drie schoolfietsroutes worden geconfronteerd met een forse verkeerstoename en dat het verkeersbesluit volgens hem andere onderzoeken naar de juistheid van in het verleden gedane en eventueel nog uit te voeren verkeerstellingen in de weg staat.

5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 3 oktober 2012 in zaak nr. 201105657/1/A3), komt aan het college bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toe bij de uitleg van de begrippen 'veiligheid op de weg', 'bruikbaarheid (van de weg)' en 'vrijheid van het verkeer'. Voorts is het aan het college om de verschillende belangen die betrokken moeten worden bij het nemen van een dergelijk besluit tegen elkaar af te wegen om te beoordelen wanneer de in artikel 2 van de Wvw vermelde belangen het nemen van welke verkeersmaatregel vergen. De rechter dient zich bij de beoordeling van een dergelijk besluit terughoudend op te stellen en te toetsen of de uitleg die het bestuur aan voormelde begrippen heeft gegeven, de grenzen van redelijke wetsuitleg te buiten gaat, of het besluit niet anderszins in strijd is met wettelijke voorschriften en of de afweging van de betrokken belangen zodanig onevenwichtig is dat het college niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.

5.2. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat afsluiting van De Weeren voor vrachtverkeer, gelet op de belangen genoemd in artikel 2 van de Wvw 1994, meer in het bijzonder in het eerste lid, onder b, en het tweede lid, onder b, een passende maatregel is.

Het college heeft in een brief aan de rechtbank van 29 mei 2012 de verwachting van de verkeersstromen bijgesteld naar een toename van 81 vrachtwagens per werkdag op het gedeelte van de Oostendorperstraatweg nabij het perceel van [appellant]. Het college heeft de daarmee samenhangende geluidstoename met 1 dB aanvaardbaar geacht. De rechtbank heeft terecht overwogen dat niet is gebleken dat het college met de uiteindelijk gehanteerde getallen van de verkeersstromen niet tot het verkeersbesluit heeft kunnen komen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het college heeft aangetoond dat het doel van het verkeersbesluit, het weren van doorgaand vrachtverkeer uit het noordoostelijk buitengebied van de gemeente Elburg, alsmede het noordwestelijk buitengebied van de gemeente Oldebroek, geheel of in ieder geval grotendeels wordt bereikt en [appellant] dit niet heeft bestreden.

Anders dan [appellant] betoogt, heeft de rechtbank niet miskend dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel gehandeld. Het geval waar [appellant] naar verwijst is niet vergelijkbaar, reeds omdat dat geval een verzoek betrof om een weg af te sluiten voor al het verkeer en niet, zoals in dit geval, het afsluiten van een weg voor vrachtverkeer.

Voorts heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college in het bepaalde in het GVVP geen aanleiding heeft hoeven zien om van de verkeersmaatregel af te zien.

[appellant] betoogt terecht dat de rechtbank niet op alle door hem aangevoerde gronden is ingegaan. Dit leidt, gelet op het hierna volgende, echter niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Het college heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het aanvaardbaar is dat met het verkeersbesluit meerdere woningen en schoolfietsroutes worden geconfronteerd, nu de Oostendorperstraatweg breder is dan De Weeren en het voorts niet aannemelijk is dat al het verkeer wordt verplaatst naar de Oostendorperstraatweg. Het betoog van [appellant] dat het verkeersbesluit andere onderzoeken naar de juistheid van in het verleden gedane en eventueel nog uit te voeren verkeerstellingen in de weg staat, ziet op onderzoeken die betrekking hebben op een bestemmingsplanprocedure. Die procedure is hier niet aan de orde, zodat reeds daarom geen grond bestaat voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid tot het verkeersbesluit heeft kunnen komen.

Het betoog faalt.

6. Tussen partijen is niet in geschil dat het hoofd van de afdeling Beheer van de gemeente Elburg gemandateerd was om het verkeersbesluit te nemen. Anders dan [appellant] betoogt, bestaat geen grond voor het oordeel dat deze gemandateerde ambtenaar buiten de grenzen van zijn bevoegdheid heeft gehandeld door op de in het besluit van 12 augustus 2011 genoemde gronden namens het college te besluiten tot het afsluiten van De Weeren voor doorgaand vrachtverkeer.

7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Graaff-Haasnoot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2013

531-776