Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1589

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
23-10-2013
Zaaknummer
201113404/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 september 2011 heeft het college hogere waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor een aantal woningen aan de Kruisstraat en het Gareel te Veldhoven vanwege de nieuwe weg "Aansluiting Kruisstraat" (hierna: de nieuwe weg) en de Peter Zuidlaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201113404/1/R3.

Datum uitspraak: 23 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Veldhoven,

en

het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2011 heeft het college hogere waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor een aantal woningen aan de Kruisstraat en het Gareel te Veldhoven vanwege de nieuwe weg "Aansluiting Kruisstraat" (hierna: de nieuwe weg) en de Peter Zuidlaan.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 december 2012, waar [appellant], bijgestaan door P.M. van Herk, mr. Q.W.J. de Ruijter en ir. W.A. van Aerle, en het college, vertegenwoordigd door N. Ramaekers, wethouder, J. IJff, M. Foederer en P. Konings, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 10 april 2013, in zaak nr. 201113404/1/T1/R3 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 16 september 2011 te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 28 juni 2013 heeft het college aangegeven het gebrek in het besluit van 16 september 2011 te hebben hersteld door het verrichten van nader onderzoek.

[appellant] is in de gelegenheid gesteld een zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. [appellant] richt zich tegen het besluit, voor zover daarbij voor zijn woning aan het [locatie] een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de nieuwe weg van 60 dB is vastgesteld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college de geluidsbelasting op de gevel van de woning van [appellant] aan het [locatie] ten onrechte niet heeft berekend op een hoogte van 1,5 m en dat het besluit van 16 september 2011 in zoverre onzorgvuldig is voorbereid. De Afdeling heeft het college opgedragen de geluidsbelasting in zoverre alsnog te berekenen en te bezien of dit aanleiding geeft om het besluit te wijzigen.

2. Het college heeft bij brief van 28 juni 2013 een memo van SRE Milieudienst van 18 april 2013 overgelegd waarin de geluidsbelasting vanwege de relevante wegen op de gevel van de woning van [appellant] op 1,5 m hoogte is berekend. Het college stelt zich, onder verwijzing naar het memo, op het standpunt dat de geluidsbelasting op deze hoogte niet hoger is dan de bij besluit van 16 september 2011 vastgestelde hogere waarde en dat het besluit derhalve ook voor die beoordelingshoogte toereikend is en niet behoeft te worden gewijzigd.

2.1. [appellant] heeft naar aanleiding van de brief van het college van 28 juni 2013 en het memo geen zienswijze ingediend. De Afdeling ziet, in aanmerking genomen dat geen zienswijze naar voren is gebracht, geen aanleiding voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid van het memo heeft kunnen uitgaan. Nu uit dit memo volgt dat op 1,5 m hoogte geen hogere geluidsbelasting te verwachten is dan de vastgestelde hogere waarde, heeft het college in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien zijn besluit van 16 september 2011 te wijzigen.

2.2. Gelet op hetgeen in 10.1 van de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep gegrond, zodat het bestreden besluit, voor zover daarbij voor de woning aan het [locatie] een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de nieuwe weg van 60 dB is vastgesteld, dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Gelet op hetgeen is overwogen in 2.1 ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het college met het verrichte akoestische onderzoek het gebrek in zijn besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 60 dB voor de woning van [appellant] aan het [locatie] heeft hersteld en dit besluit voldoende heeft onderbouwd. Gelet daarop en op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak zal de Afdeling daarom met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb, zoals deze bepaling luidde ten tijde van belang, bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

3. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven van 16 september 2011, voor zover daarbij voor de woning aan het [locatie] een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de nieuwe weg van 60 dB is vastgesteld;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven;

IV. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 985,32 (zegge: negenhonderdvijfentachtig euro en tweeëndertig cent), waarvan € 944,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Matulewicz

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2013

45-715.