Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1566

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-10-2013
Datum publicatie
16-10-2013
Zaaknummer
201301894/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Groene Zoom" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201301894/1/R4.

Datum uitspraak: 16 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1A], wonend te [woonplaats], en [appellant sub 1B], wonend te [woonplaats] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1]),

2. [appellante sub 2], gevestigd te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas,

3. [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], beiden wonend te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas,

en

de raad van de gemeente Zuidplas,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Groene Zoom" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellante sub 2] en [appellanten sub 3] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad en [appellante sub 2] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 augustus 2013, waar [appellante sub 2], vertegenwoordigd door mr. L.H. Hordijk, advocaat te Capelle aan den IJssel, [appellanten sub 3], en de raad, vertegenwoordigd door ir. H. Fawzi, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

Het plan

1. Het plan voorziet in een actualisatie van de planologische regeling en is grotendeels conserverend van aard.

Toetsingskader

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep van [appellant sub 1]

3. [appellant sub 1] richt zich tegen de bestemming "Agrarisch" met de aanduiding "bouwvlak" op het perceel [locatie 1] te Nieuwerkerk aan den IJssel. Op dit perceel is de kwekerij van [appellant sub 1] gevestigd. [appellant sub 1] voert aan dat het bouwvlak ten onrechte is gehalveerd ten opzichte van het vorige plan "Groene Zoom". Volgens hem zijn de plankaart en voorschriften van het vorige plan onjuist geïnterpreteerd.

3.1. De raad erkent in zijn verweerschrift alsmede ter zitting dat het plan abusievelijk niet voorziet in een groter bouwvlak voor het perceel [locatie 1] te Nieuwerkerk aan den IJssel. Volgens de raad dient het bouwvlak overeenkomstig het vorige plan "Groene Zoom" door te lopen tot aan de grens met de bestemming "Water".

3.2. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. In hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover op de verbeelding aan het plandeel met de bestemming "Agrarisch" voor het perceel [locatie 1] te Nieuwerkerk aan den IJssel, zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart, niet tevens de aanduiding "bouwvlak" is toegekend, is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het beroep van [appellant sub 1] is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Het beroep van [appellante sub 2]

4. [appellante sub 2] richt zich tegen de vaststelling van het plan voor zover dat ziet op haar percelen aan de [locatie 2] te Nieuwerkerk aan den IJssel. Zij voert aan dat voor haar percelen ten onrechte niet is uitgegaan van de bestaande planologische mogelijkheden op grond van het vorige plan "Groene Zoom". Volgens haar is het plan in zoverre niet conserverend van aard. In dit verband voert [appellante sub 2] aan dat haar vijf woningen ten onrechte niet als zodanig zijn bestemd en de bestemming "Wonen" is verkleind ten opzichte van het vorige plan.

Ter zitting heeft [appellante sub 2] haar overige beroepsgronden ingetrokken.

4.1. De raad heeft in zijn verweerschrift alsmede ter zitting te kennen gegeven dat hij heeft beoogd om voor de percelen aan de [locatie 2] te Nieuwerkerk aan den IJssel de bestaande planologische mogelijkheden op grond van het vorige plan "Groene Zoom" in het plan op te nemen en erkent dat dit ten onrechte niet is gebeurd.

4.2. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. In hetgeen [appellante sub 2] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover dat ziet op de vaststelling van de plandelen met de bestemmingen "Wonen" en "Bedrijf" voor de percelen aan de [locatie 2] te Nieuwerkerk aan den IJssel, is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep van [appellante sub 2] is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Het beroep van [appellanten sub 3]

5. [appellanten sub 3] betogen dat het plan in strijd is met rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Zij wijzen onder meer op de Nota Landelijke gebieden, het streekplan Zuid-Holland Oost, het onderhandelingsakkoord Zuidvleugel Zichtbaar Groener, het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas, het inrichtingsplan Groene Zoom en de structuurvisie Groene Zoom. Hiertoe voeren [appellanten sub 3] aan dat het plan ten onrechte niet voorziet in het ontwikkelen van het gebied de Groene Zoom tot een groene buffer en een ecologische en recreatieve zone. In dit verband voeren zij aan dat de raad ten onrechte de bestemming "Bedrijf" heeft toegekend aan de percelen aan de Hoofdweg Zuid 52, 56, 56b, 58 en 60 alsmede 64 te Nieuwerkerk aan den IJssel voor zover daaraan in het vorige plan "Groene Zoom" de bestemmingen "Woondoeleinden" en "Groenvoorzieningen" waren toegekend. Tevens heeft de raad ten onrechte de maximum goot- en bouwhoogte en het maximale bebouwingspercentage voor de percelen aan de Hoofdweg Zuid 52, 56, 56b, 58 en 60 te Nieuwerkerk aan den IJssel verhoogd ten opzichte van het ontwerpplan, aldus [appellanten sub 3]. Volgens hen vermindert hierdoor de groene uitstraling en leidt dit tot verrommeling van het gebied de Groene Zoom. Voorts voeren [appellanten sub 3] aan dat door de toekenning van de bestemming "Bedrijf" aan de percelen aan de Hoofdweg Zuid 52, 56, 56b, 58 en 60 te Nieuwerkerk aan den IJssel voor zover daaraan in het vorige plan de bestemming "Woondoeleinden" was toegekend, op korte afstand van hun woning aan de Hoofdweg Zuid 62 te Nieuwerkerk aan den IJssel kan worden gebouwd, waardoor hun uitzicht wordt aangetast en de toetreding van zonlicht wordt belemmerd.

5.1. De raad is bij de vaststelling van het bestemmingsplan niet gebonden aan rijks-, provinciaal of regionaal beleid. Wel dient de raad daarmee rekening te houden, hetgeen betekent dat dit beleid in de belangenafweging dient te worden betrokken. In de plantoelichting wordt een beschouwing gegeven van het rijks-, provinciaal en regionaal beleid in het licht van het plan. Gelet hierop is aannemelijk dat de raad voornoemd beleid in de belangenafweging heeft betrokken. Voorts is niet gebleken dat de raad hierbij van een onjuiste voorstelling van het beleid is uitgegaan.

5.2. In de plantoelichting is tevens het gemeentelijk beleid toegelicht. Uit de plantoelichting volgt dat op 1 juni 2011 een nieuwe structuurvisie is vastgesteld voor het gebied de Groene Zoom. In de structuurvisie Groene Zoom is vermeld dat de centrale opgave voor het gebied ligt in het behoud en de versterking van de kenmerkende dragers van de identiteit van het gebied. De bestaande ruimtelijke structuren, de openheid, het groene, landschappelijke karakter, werken/bedrijvigheid en de kwaliteit van lintbebouwing met langgerekte kavels vormen krachtige kenmerken die behouden moeten worden. De gebieden waarin de open ruimte (nog) wordt beleefd, worden geborgd en zover als mogelijk opgerekt. Voorts is in de structuurvisie Groene Zoom vermeld dat de gemeente niet de middelen heeft om in de Groene Zoom gronden te verwerven en te transformeren. Uitgangspunt voor de toekomst is derhalve instandhouding en versterking van de bestaande kwaliteiten, zowel ruimtelijk als qua gebruik. Het initiatief voor ontwikkeling ligt bij de eigenaren en gebruikers van het gebied, aldus de structuurvisie Groene Zoom.

Niet in geschil is dat in het vorige plan "Groene Zoom" aan een gedeelte van het perceel aan de Hoofdweg Zuid 64 te Nieuwerkerk aan den IJssel de bestemmingen "Woondoeleinden" en "Groenvoorzieningen" waren toegekend voor de ter plaatse aanwezige woning alsmede groenvoorzieningen. In het plan is aan het gehele perceel de bestemming "Bedrijf" toegekend. Gelet op artikel 4, lid 4.1, van de planregels biedt het plan derhalve de mogelijkheid de bedrijfsactiviteiten ter plaatse uit te breiden. De raad heeft dit, naar ter zitting is bevestigd, niet onderkend bij de vaststelling van het plan. Gelet hierop en op het gemeentelijk beleid ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

5.3. Voor zover [appellanten sub 3] opkomen tegen de planregeling voor de percelen aan de Hoofdweg Zuid 52, 56, 56b, 58 en 60 te Nieuwerkerk aan den IJssel, wordt gelet op hetgeen onder 4.2. is overwogen aan hun betoog tegemoet gekomen.

6. Gelet op hetgeen onder 5.2. is overwogen ziet de Afdeling in hetgeen [appellanten sub 3] hebben aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover dat ziet op de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Bedrijf" voor het perceel aan de Hoofdweg Zuid 64 te Nieuwerkerk aan den IJssel, is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep van [appellanten sub 3] is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Slot

7. Gelet op het overwogene onder 3.2. en nu niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien door aan het plandeel met de bestemming "Agrarisch" voor het perceel [locatie 1] te Nieuwerkerk aan den IJssel, zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart, de aanduiding "bouwvlak" toe te kennen en te bepalen dat deze uitspraak ten aanzien van dit plandeel in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dit is vernietigd. Hierbij betrekt de Afdeling dat wordt aangesloten bij hetgeen de raad heeft beoogd.

8. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

Proceskosten

9. De raad dient ten aanzien van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is ten aanzien van [appellanten sub 3] niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zuidplas van 27 november 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Groene Zoom", voor zover het betreft:

a. het ontbreken van de aanduiding "bouwvlak" voor het plandeel met de bestemming "Agrarisch" voor het perceel [locatie 1] te Nieuwerkerk aan den IJssel, zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart,

b. de plandelen met de bestemmingen "Wonen" en "Bedrijf" voor de percelen aan de [locatie 2] te Nieuwerkerk aan den IJssel en

c. het plandeel met de bestemming "Bedrijf" voor het perceel aan de Hoofdweg Zuid 64 te Nieuwerkerk aan den IJssel;

III. bepaalt dat aan het onder II.a bedoelde plandeel, zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart, de aanduiding "bouwvlak" wordt toegekend;

IV. bepaalt dat deze uitspraak wat betreft onderdeel III. in de plaats treedt van het besluit voor zover dat onder II.a is vernietigd;

V. draagt de raad van de gemeente Zuidplas op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen II.a, II.b, II.c en III. worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VI. veroordeelt de raad van de gemeente Zuidplas tot vergoeding van bij [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

veroordeelt de raad van de gemeente Zuidplas tot vergoeding van bij [appellante sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 944,00 (zegge: negenhonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat de raad van de gemeente Zuidplas aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) voor [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander, € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) voor [appellante sub 2] en € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) voor [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander, vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, ambtenaar van staat.

w.g. Kranenburg w.g. Lodeweges

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2013

625.