Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1528

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-10-2013
Datum publicatie
16-10-2013
Zaaknummer
201210446/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juni 2012 heeft de staatssecretaris het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het toepassen van gecreosoteerd hout in de gevelbetimmering van het gebouw aan [locatie] te Bolsward, afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Besluit PAK-houdende coatings en producten milieubeheer
Besluit PAK-houdende coatings en producten milieubeheer 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/3194
Milieurecht Totaal 2013/6051
JOM 2014/81
JOM 2014/394
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201210446/1/A4.

Datum uitspraak: 16 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Bolsward, gemeente Súdwest-Fryslân,

appellanten,

en

de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 juni 2012 heeft de staatssecretaris het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het toepassen van gecreosoteerd hout in de gevelbetimmering van het gebouw aan [locatie] te Bolsward, afgewezen.

Bij besluit van 3 oktober 2012 heeft de staatssecretaris het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De minister van Infrastructuur en Milieu heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 juli 2013, waar [appellant], bijgestaan door mr. P. van Bommel, advocaat te Franeker, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. J.J. Kerssemakers en W. Dijkstra, beiden werkzaam bij het ministerie, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het verzoek om handhaving heeft betrekking op de toepassing van gecreosoteerd hout bij het gedeeltelijk vervangen van de gevelbetimmering van het gebouw van [belanghebbende].

2. [appellant] betoogt dat van de controle van 25 april 2012, die de staatssecretaris naar aanleiding van het verzoek om handhaving heeft uitgevoerd, blijkbaar geen rapport is opgemaakt nu dat niet bij het dossier is gevoegd.

2.1. De inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport heeft op 25 april 2012 bij [belanghebbende] een controle uitgevoerd naar de toepassing van gecreosoteerd hout. De inspecteur heeft van deze controle een verslag opgesteld. Vast staat dat het verslag niet met het besluit van 4 juni 2012 of het besluit van 3 oktober 2012 aan [appellant] is toegezonden. In het besluit van 4 juni 2012 zijn evenwel de bevindingen van die controle, zoals die uit het verslag blijken, weergegeven. Verder is het verslag in de beroepsfase alsnog aan [appellant] toegezonden. Gelet hierop is [appellant] niet in zijn belangen geschaad door het niet toezenden van het verslag bij de besluiten van 4 juni 2012 en 3 oktober 2012.

De beroepsgrond faalt.

3. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van het Besluit PAK-houdende coatings en producten milieubeheer (hierna: Besluit PAK) is het verboden hout, al dan niet verwerkt in een product, in Nederland in te voeren, in handelsvoorraden voor de Nederlandse markt voorhanden te hebben of aan een ander voor de Nederlandse markt ter beschikking te stellen, indien dit hout is behandeld met een steenkoolteerdestillaat:

a. dat benzo(a)pyreen bevat in een concentratie van 0,005 of meer gewichtsprocent, of

b. dat met water extraheerbare fenolen bevat in een concentratie van 3 of meer gewichtsprocent.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder b, is het tevens verboden om gecreosoteerd hout, ongeacht de samenstelling van het steenkoolteerdestillaat, bedoeld in het eerste lid, in Nederland in te voeren, toe te passen, aan een ander voor de Nederlandse markt ter beschikking te stellen of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden te hebben voor toepassingen binnen gebouwen, ongeacht de bestemming van die gebouwen.

Ingevolge het derde lid mag gecreosoteerd hout, waarop het verbod van het eerste of tweede lid niet van toepassing is, uitsluitend worden gebruikt in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf en in industriële toepassingen.

4. Vast staat dat [belanghebbende] gecreosoteerde planken heeft aangebracht aan de buitenmuur van haar bedrijfspand, dat grenst aan het woonhuis van [appellant]. [belanghebbende] heeft deze planken betrokken van [bedrijf], bij welk bedrijf de bewerking met creosootolie heeft plaatsgevonden. De staatssecretaris heeft zich op grond van een analysecertificaat op het standpunt gesteld dat de concentraties genoemd in artikel 9, eerste lid, van het Besluit PAK, niet worden overschreden. [appellant] heeft ter zitting verklaard dat hij niet bestrijdt dat aan die grenswaarden wordt voldaan.

5. [appellant] betoogt dat het aanbrengen van de planken valt onder het verbod van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van het Besluit PAK. Hij stelt dat planken zijn aangebracht onmiddellijk naast zijn woning en rondom een deur die toegang geeft naar de steeg en de achterruimte en daardoor een onlosmakelijk deel vormen van de woning.

5.1. Dit betoog faalt. De gecreosoteerde planken zijn aangebracht aan de buitengevel van een loods die zich op het bedrijfsterrein van [belanghebbende] bevindt, en niet binnen een gebouw als bedoeld in dat artikellid.

6. [appellant] betoogt dat het gecreosoteerde hout niet in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf en in een industriële toepassing is gebruikt, zodat het gebruik ingevolge artikel 9, derde lid, van het Besluit PAK niet was toegestaan. Hij stelt in dit verband dat de planken niet zijn aangebracht ter vervanging van eerdere betimmering met gecreosoteerd hout en dat het gebouw waaraan de planken zijn aangebracht, is verhuurd aan particulieren, zodat het niet als bedrijfsgebouw kan worden aangemerkt.

6.1. Zoals de staatssecretaris ter zitting terecht heeft gesteld is op grond van artikel 9, derde lid, van het Besluit PAK het gebruik van gecreosoteerd hout niet alleen toegestaan in industriële toepassingen maar ook in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf. Verder heeft de staatssecretaris terecht gesteld dat voor de toepasselijkheid van dit artikellid niet relevant is of de planken zijn aangebracht ter vervanging van eerder aangebracht gecreosoteerd hout. Nu het gecreosoteerde hout in dit geval niet is gebruikt in industriële toepassingen, is voor de beantwoording van de vraag of artikel 9, derde lid, is overtreden bepalend of het hout is gebruikt in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf.

6.2. Het gecreosoteerde hout is aangebracht als gevelbetimmering op een loods op het terrein van het bedrijf van [belanghebbende]. Van Swaaij B.V. heeft het hout bewerkt; werknemers van [belanghebbende] hebben de bewerkte planken aangebracht. Ter zitting heeft de staatssecretaris verklaard dat de loods geen eigendom is van [belanghebbende] maar wel door haar gedeeltelijk wordt gebruikt. De loods wordt voor het overige als bedrijfsruimte verhuurd aan derden. Gelet op deze omstandigheden heeft de staatssecretaris terecht overwogen dat het gecreosoteerde hout is gebruikt in het kader van de uitoefening van beroep en bedrijf en dit gebruik daarmee onder de reikwijdte van artikel 9, derde lid, van het Besluit PAK valt.

De beroepsgrond faalt.

7. Hetgeen [appellant] in beroep heeft aangevoerd over het Europese recht, houdt blijkens het verhandelde ter zitting in dat het bestreden besluit niet past binnen het geheel van Europese regelgeving. Nu [appellant] dit niet nader heeft geconcretiseerd, kan deze beroepsgrond niet slagen.

8. Nu artikel 9 van het Besluit PAK niet is overtreden, was de staatssecretaris niet bevoegd om tot handhaving over te gaan.

Gelet hierop kunnen de beroepsgronden over de milieugevolgen van het aanbrengen van het gecreosoteerde hout niet slagen.

9. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Van der Maesen de Sombreff

Voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2013

190.