Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1488

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
201306335/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Woongebied SpaarneBuiten 2012" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201306335/2/R1.

Datum uitspraak: 1 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1], wonend te Spaarndam, gemeente Haarlem,

2. het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

3. [verzoeker sub 3], wonend te Spaarndam, gemeente Haarlem,

4. [verzoeker sub 4], wonend te Spaarndam, gemeente Haarlem,

5. de stichting Stichting Dorpsraad Spaarndam, gevestigd te Spaarndam, gemeente Haarlem,

6. [verzoekers sub 6], beiden wonend te Spaarndam, gemeente Haarlem,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Woongebied SpaarneBuiten 2012" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1], het college, Warmerdam, [verzoeker sub 4], de stichting en [verzoekers sub 6] beroep ingesteld.

[verzoeker sub 1], het college, Warmerdam, [verzoeker sub 4], de stichting en [verzoekers sub 6] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoeker sub 4] heeft een nader stuk ingebracht.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 24 september 2013, waar [verzoeker sub 1], het college, vertegenwoordigd door mr. M.E. Biezenaar, advocaat te Haarlem, [verzoeker sub 3], [verzoeker sub 4], bijgestaan door mr. K. van der Leij, advocaat te Hoofddorp, de stichting, vertegenwoordigd door [bestuurder], [verzoekers sub 6], in persoon van [verzoeker sub 6A], en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.H.A. van der Grinten en mr. E.C. Berkouwer, beiden advocaat te Amsterdam, en Krouze, verkeersdeskundige, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting als partij gehoord de vennootschap onder firma SpaarneBuiten V.O.F., vertegenwoordigd door [gemachtigde].

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan heeft betrekking op het (voormalige) bedrijventerrein van Koninklijke Volker Wessels Stevin dat ten zuiden van het dorp Spaarndam ligt. Het plan heeft tot doel om dit terrein te herontwikkelen tot een nieuw woongebied met ongeveer 320 woningen, enkele commerciële voorzieningen, een jachthaven en een groengebied.

3. Een deel van de verzoeken is mede gericht tegen ontwerpomgevingsvergunningen op grond van het plan.

3.1. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Ingevolge artikel 8:1 kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

3.2. In de kennisgeving is vermeld dat een coördinatiebesluit is genomen en dat het plan en de ontwerpvergunningen in één beroepsprocedure worden behandeld. Uit de kennisgeving, de stukken en het ter zitting naar vorengekomene is evenwel gebleken dat tezamen met het vastgestelde plan slechts ontwerpbesluiten voor de vergunningen ter inzage zijn gelegd en dat voor de vaststelling van de vergunningen alsnog afdeling 3.4 van de Awb zal worden toegepast.

3.3. De ontwerpvergunningen zijn zelf nog geen besluiten als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Hiertegen kan, gelet op artikel 8:1 van de Awb, dan ook geen beroep worden ingesteld. Gelet hierop verwacht de voorzitter dat de Afdeling in de bodemprocedure zal bepalen dat zij onbevoegd is om van de beroepen kennis te nemen voor zover die zijn gericht tegen de ontwerpvergunningen. Derhalve bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van de ontwerpvergunningen.

4. [verzoeker sub 1], het college, [verzoeker sub 3], [verzoeker sub 4], de stichting en [verzoekers sub 6] betogen dat de verkeersaantrekkende werking van het plan leidt tot onaanvaardbare verkeersdrukte en aantasting van de verkeersveiligheid op de wegen vanuit en naar het plangebied.

4.1. Ter zitting heeft SpaarneBuiten V.O.F. aangegeven te wachten met het bouwen tot de uitspraak in de bodemprocedure. Gelet op voormelde ontwerpomgevingsvergunningen voor het bouwen is echter aannemelijk dat zonder het treffen van een voorlopige voorziening voor die tijd de vergunningen zijn verleend. Daarmee is het spoedeisende belang bij de onderhavige verzoeken gegeven, omdat het verlenen van de vergunningen kan leiden tot een onomkeerbare situatie.

4.2. Bij uitspraak van 9 november 2011 (in zaak nr. 201002780/1/R1; www.raadvanstate.nl) heeft de Afdeling het bestemmingsplan "Woongebied SpaarneBuiten" vernietigd. Aan deze uitspraak lagen met name ten grondslag het rapport "Verkeersonderzoek SpaarneBuiten" van 22 oktober 2007 van Goudappel Coffeng en het deskundigenbericht van 22 november 2010 van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening. Op grond hiervan is overwogen dat de benodigde verbreding van de Lagedijk niet met grasbetonstenen kan worden bereikt. Voorts staat in de uitspraak dat niet waarschijnlijk is dat voor de benodigde verbreding van de Spaarndammerdijk een keurvergunning zal worden verleend en dat op de Spaarndammerdijk niet in een voldoende brede obstakelvrije zone kan worden voorzien. Verder is overwogen dat de route Spaarndammerdijk-IJdijk-Visserseinde-Slaperdijkweg binnen de bebouwde kom niet geschikt is om de huidige en de verwachte verkeersintensiteit na het treffen van maatregelen te verwerken.

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Woongebied SpaarneBuiten 2012" stelt de raad zich op grond van het rapport "Ontsluiting van SpaarneBuiten" van 16 mei 2013 van Ligtermoet & Partners op het standpunt dat de wegen vanuit en naar het plangebied bij het treffen van maatregelen geschikt zijn om de verkeersbelasting te verwerken. Het rapport berust deels op andere verkeerskundige inzichten, andere verkeersmaatregelen en andere CROW-publicaties dan het Verkeersonderzoek SpaarneBuiten van 22 oktober 2007, aldus de raad. [verzoeker sub 1], het college, [verzoeker sub 3], [verzoeker sub 4], de stichting en [verzoekers sub 6] hebben dit rapport bestreden en hierbij onder meer gewezen op het rapport "Verkeersonderzoek SpaarneBuiten" van 22 oktober 2007 en het deskundigenbericht van 22 november 2010.

Gelet op de voorgeschiedenis en nu het voorliggende plan vrijwel identiek is aan het bij uitspraak van 9 november 2011 vernietigde bestemmingsplan acht de voorzitter nader onderzoek aangewezen, waartoe de voorlopige voorzieningprocedure zich niet leent. De voorzitter ziet, ter voorkoming van een onomkeerbare situatie die uit het oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk wordt geoordeeld, aanleiding het besluit tot vaststelling van het plan te schorsen.

4.3. Gelet op het voorgaande behoeven de verzoeken voor het overige geen bespreking.

5. De raad dient ten aanzien van het college en [verzoeker sub 4] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude van 25 juni 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Woongebied SpaarneBuiten 2012";

II. veroordeelt de raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude tot vergoeding van bij het college van burgemeester en wethouders van Haarlem in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

veroordeelt de raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude tot vergoeding van bij [verzoeker sub 4] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [verzoeker sub 1], € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [verzoeker sub 3], € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [verzoeker sub 4], € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor de stichting Stichting Dorpsraad Spaarndam en € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [verzoekers sub 6] vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Hupkes

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2013

635.