Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1475

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-10-2013
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
201303505/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 februari 2013 heeft de raad het bestemmingsplan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2014/1516 met annotatie van D. Meloni
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201303505/1/R1.

Datum uitspraak: 9 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak met toepassing van

artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het geding tussen:

1. [appellanten sub 1], beiden wonend te Susteren, gemeente Echt-Susteren,

2. [appellanten sub 2], beiden wonend te Susteren, gemeente Echt-Susteren,

3. [appellant sub 3], wonend te Susteren, gemeente Echt-Susteren,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Echt-Susteren,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 februari 2013 heeft de raad het bestemmingsplan

"Kern Susteren 2012" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten sub 1], [appellanten sub 2] en [appellant sub 3] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 september 2013, waar [appellant sub 3], vertegenwoordigd door mr. R. Bormans, werkzaam bij

ARAG Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door drs. E.M.T. Beunen en ir. F.M.M. Jenniskens, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

1. Overwegingen

De beroepen van [appellanten sub 1] en [appellanten sub 2]

2. Het beroep van [appellanten sub 1] en [appellanten sub 2], dat is gericht tegen de planregeling voor het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a, steunt niet op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met artikel 6:13 van de Awb, kan door een belanghebbende slechts beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, voor zover dit beroep de vaststelling van plandelen, regels of aanduidingen betreft die de belanghebbende in een tegen het ontwerpplan naar voren gebrachte zienswijze heeft bestreden. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij ter zake geen zienswijze naar voren heeft gebracht. Deze omstandigheid doet zich niet voor.

Bij de vaststelling van het plan zijn weliswaar wijzigingen aangebracht ten opzichte van het ontwerp, doch tegen de gewijzigde planvaststelling kan - zonder het tijdig indienen van zienswijzen - uitsluitend worden opgekomen voor zover de bij de vaststelling aangebrachte wijzigingen voor betrokkenen een ongunstiger positie bewerkstelligen. Hiervan is thans geen sprake. In het ontwerp van het bestemmingsplan was aan de gronden van het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a de bestemming "Gemengd", met de aanduiding "specifieke vorm van gemengd -2" toegekend. In het vastgestelde plan is dit gewijzigd in de bestemming "Wonen", met de aanduiding "maximaal aantal wooneenheden = 16". De bouwmogelijkheden voor genoemd perceel (grootte en ligging bouwvlak, maximaal te bebouwen oppervlakte, goot- en bouwhoogte) zijn niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerpplan. De wijziging heeft uitsluitend betrekking op de gebruiksmogelijkheden. De bestemming "Wonen" laat de bouw van maximaal zestien wooneenheden toe. De bestemming "Gemengd" liet de bouw van maximaal 25 wooneenheden toe en daarnaast voorzag deze bestemming in gebruik voor maatschappelijke doeleinden en kantoren.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de gewijzigde vaststelling van het plan niet tot gevolg heeft dat [appellanten sub 1] en [appellanten sub 2] in een nadeliger positie worden gebracht. Hun beroepen zijn niet-ontvankelijk.

Het beroep van [appellant sub 3]

3. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

5. Het plangebied omvat de kern van Susteren, exclusief het in het noordwesten gelegen sportterrein "Coppelweide" en een gedeelte van het dorpscentrum.

6. [appellant sub 3] komt op tegen de planregeling voor het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a. Het plan voorziet op deze locatie in een appartementengebouw met zestien woningen.

7. [appellant sub 3] voert aan dat de bestemming van het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp van het bestemmingsplan. In het ontwerpplan was aan deze gronden de bestemming "Gemengd" toegekend. Dit is gewijzigd in "Wonen" in het vastgestelde plan. Een dermate fundamentele wijziging is niet mogelijk in het kader van dezelfde planprocedure, aldus [appellant sub 3].

[appellant sub 3] voert verder aan dat de publicatie van de vaststelling van het bestemmingsplan misleidend is wat betreft het gewijzigd vastgestelde plandeel voor het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a. Volgens haar kan uit de publicatie niet worden opgemaakt dat het plan wat dit perceel betreft gewijzigd is vastgesteld.

7.1. Volgens de raad is de gewenste toekomstige invulling van het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a lopende de bestemmingsplanprocedure meer concreet geworden. De bestemming van de gronden in het vastgestelde plan is daarom specifieker dan voorzien was in het ontwerp van het bestemmingsplan. De publicatie van het vaststellingsbesluit is duidelijk, aldus de raad.

7.2. De raad kan bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen. Vaststaat dat de raad in dit geval het plan heeft vastgesteld met een aantal wijzigingen. Deze afwijkingen van het ontwerp zijn naar aard en omvang niet zo groot dat geoordeeld moet worden dat een wezenlijk ander plan voorligt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat in het vastgestelde plan de bestemming van het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a is gewijzigd naar "Wonen", omdat de rechthebbende op het perceel na de terinzagelegging van het ontwerpplan een concreet bouwplan bekend heeft gemaakt bij de raad dat alleen voorziet in woningen. De in het ontwerp van het bestemmingsplan voorziene bestemming "Gemengd" stond naast het gebruik voor wonen ook andere gebruiksfuncties toe voor de gronden van het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a.

Het betoog van [appellant sub 3] dat de publicatie van het vaststellingsbesluit gebrekkig is, heeft betrekking op een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit en kan reeds om die reden de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten. Deze mogelijke onregelmatigheid kan geen grond vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit.

8. [appellant sub 3] betoogt dat geen behoefte bestaat aan de zestien woningen waarin het plan voorziet. Het plan zal dan ook in zoverre leiden tot leegstand.

8.1. De raad stelt dat in het appartementengebouw zestien seniorenwoningen worden gerealiseerd. Het gaat om woningen voor de sociale huursector. Aan dit type woning bestaat behoefte, gelet ook op de omstandigheid dat het aandeel ouderen in de bevolking van Susteren toeneemt.

8.2. De raad heeft ter zitting, onder verwijzing naar de nota "Gebiedsvisie Susteren Plus", toegelicht dat voor de periode 2010 - 2025 wordt uitgegaan van een afname van het aantal inwoners, maar dat het aandeel ouderen (65-plussers) in het totaal aantal inwoners toeneemt. Rekening wordt gehouden met een toename van het aantal ouderen in de gemeente van 5.870 in 2010 tot 8.896 in 2025. Het betreft een stijging van ruim 51 procent. Deze prognose berust op onderzoek uit 2010, verricht door het bureau "Etil".

In hetgeen [appellant sub 3] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat behoefte bestaat aan de zestien woningen voor het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a.

9. [appellant sub 3] betoogt dat in het plan ten onrechte niet is voorzien in de benodigde parkeerbehoefte vanwege de voorziene woningen.

9.1. Volgens de raad is uitgegaan van één parkeerplaats per (senioren)woning. Het plan voorziet in negentien parkeerplaatsen op het terrein van het appartementencomplex. Hoewel dit aantal reeds voldoende is, zijn in de directe omgeving extra parkeerplaatsen beschikbaar, aldus de raad.

9.2. Aan de gronden van het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a is in het plan de bestemming "Wonen" toegekend met de aanduidingen "specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning" en "maximaal aantal wooneenheden = 16". Op het perceel rust een bouwvlak.

9.3. Ingevolge artikel 17, lid 17.1, van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor:

a. wonen;

[…]

met de daarbij behorende

g. tuinen, erven en verhardingen;

h. bijbehorende voorzieningen;

[…].

Ingevolge lid 17.2.1 gelden voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels:

a. nieuwe woningen mogen, met uitzondering van vervangende nieuwbouw, uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning", met dien verstande dat per aanduiding één nieuwe woning mag worden gebouwd behalve wanneer binnen de bestemming tevens de aanduiding "maximaal aantal wooneenheden" is opgenomen in welk geval het vermelde aantal wooneenheden mag worden gebouwd. […];

b. de woningen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd […];

[…].

9.4. Op pagina 40 van de plantoelichting staat dat parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden. Uit de schets van het bouwplan volgt dat de negentien parkeerplaatsen op het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a, direct ten zuidoosten van het geprojecteerde appartementengebouw gerealiseerd zullen worden. Aan deze gronden is in het bestemmingsplan de bestemming "Wonen" toegekend, zonder bouwvlak. De afmetingen van dit deel van het perceel bedragen ongeveer 16 m bij 30 m en het bestemmingsplan verzet zich niet tegen het gebruik van deze gronden voor parkeren. [appellant sub 3] heeft niet gesteld dat de oppervlakte van de beschikbare ruimte onvoldoende is voor het realiseren van negentien parkeerplaatsen.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellant sub 3] niet aannemelijk gemaakt dat negentien parkeerplaatsen op het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a niet voldoende zijn voor het voorzien in de parkeerbehoefte vanwege de voorziene woningen.

10. [appellant sub 3] betoogt dat het voorziene appartementengebouw zal leiden tot aantasting van haar woon- en leefklimaat. Het plan leidt tot inbreuk op haar privacy en tot schaduwhinder. [appellant sub 3] vreest voorts voor geluids- en geurhinder ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking.

10.1. Volgens de raad leidt het plan niet tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant sub 3].

10.2. Het plan voorziet in het westelijke deel van het bouwvlak in de aanduiding "maximum bouwhoogte = 7 m" en in het oostelijke in de aanduiding "maximum bouwhoogte = 9,5 m".

Ingevolge artikel 17, lid 17.2.1, onder c, van de planregels gelden ten aanzien van de goot- en bouwhoogten de aangeduide maximale hoogten.

10.3. Het perceel van [appellant sub 3], [locatie A], ligt direct ten noorden van het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a. De afstand tussen haar woning en het bouwvlak op het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a bedraagt ongeveer 6 m.

10.4. [appellant sub 3] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het plan zal leiden tot geurhinder en geluidsoverlast vanwege de verkeersaantrekkende werking. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het parkeerterrein op het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a gerealiseerd wordt ten zuiden van het appartementengebouw. Het appartementengebouw is derhalve gesitueerd tussen het perceel van [appellant sub 3] en het parkeerterrein.

10.5. Wat betreft de mogelijke inkijk in de woning en tuin van [appellant sub 3] is enige toename van de inkijk vanuit het oostelijke deel van het appartementengebouw niet uit te sluiten nu de woning en tuin van [appellant sub 3] direct ten noorden van het appartementengebouw zijn gelegen. Naar het oordeel van de Afdeling zal de eventuele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [appellant sub 3] echter niet van dien aard zijn dat de raad in redelijkheid het plan niet heeft kunnen vaststellen. Bij dit oordeel betrekt de Afdeling de omstandigheid dat het perceel van [appellant sub 3] gesitueerd is binnen de bebouwde kom van Susteren in de nabijheid van het centrumgebied.

10.6. Niet in geschil is dat de raad geen onderzoek gedaan heeft naar de gevolgen van het voorziene appartementengebouw voor de bezonning van nabijgelegen percelen. De Afdeling is van oordeel dat zonder bezonningsstudie onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor de conclusie dat het plan niet leidt tot onaanvaardbare schaduwhinder. Daarbij neemt zij in aanmerking dat de afstand tussen het oostelijke deel van het appartementengebouw, met een bouwhoogte van 9,5 m, en de woning van [appellant sub 3] ongeveer 6 m bedraagt. De door de raad gestelde omstandigheid dat het voorheen geldende bestemmingsplan ter plaatse een grotere bouwhoogte toeliet, doet aan het vorenstaande niet af. Nu de bouwmogelijkheden die het voorheen geldende planologische regime bood niet zijn verwezenlijkt, dienen de gevolgen van de bouwmogelijkheden van het bestreden plan zelfstandig te worden beoordeeld.

Gelet op het vorenstaande is het besluit in zoverre voorbereid in strijd met de ingevolge artikel 3:2 van de Awb vereiste zorgvuldigheid.

11. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen het gebrek in het bestreden besluit binnen de hierna te noemen termijn te herstellen. De raad dient daartoe met inachtneming van overweging 10.6 de gevolgen te onderzoeken van de in het plan voorziene bebouwing voor de bezonning op het perceel van [appellant sub 3] en op grond van de uitkomsten van dat onderzoek alsnog toereikend te motiveren waarom ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd, dan wel het besluit te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling. In het laatste geval dient het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden.

12. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:80b, derde lid van de Awb de hierna vermelde voorlopige voorziening te treffen om het plaatsvinden van onomkeerbare ontwikkelingen te voorkomen.

13. Ten aanzien van [appellanten sub 1] en [appellanten sub 2] bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Ten aanzien van [appellant sub 3] zal in de einduitspraak worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen van [appellanten sub 1] en [appellanten sub 2] niet-ontvankelijk;

II. draagt de raad van de gemeente Echt-Susteren op om binnen 26 weken na verzending van deze uitspraak:

- met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 10.6 is overwogen het daar omschreven gebrek te herstellen en,

- de Afdeling de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen;

III. treft de voorlopige voorziening dat het plandeel met de bestemming "Wonen" voor de gronden van het perceel Reinoud van Gelderstraat 13a wordt geschorst.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.

w.g. Kranenburg w.g. Zwemstra

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2013

91-739.