Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1453

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-10-2013
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
201300903/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Haven, fase 2 (zuid)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/5259
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201300903/1/R6.

Datum uitspraak: 9 oktober 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Katwijk aan Zee, gemeente Katwijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plusbeleg B.V., gevestigd te Sassenheim, gemeente Teylingen, en andere,

3. [appellant sub 3], wonend te Katwijk aan Zee, gemeente Katwijk,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Katwijk,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Haven, fase 2 (zuid)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], Plusbeleg en andere en [appellant sub 3] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft de grondexploitatieberekening ingezonden en verzocht om beperkte kennisneming daarvan als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Bij beslissing van 18 maart 2013 heeft een andere kamer van de Afdeling het verzoek om beperkte kennisneming ingewilligd. Appellanten hebben aan de Afdeling toestemming verleend om mede op grondslag van de grondexploitatieberekening uitspraak te doen.

Plusbeleg en andere en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 april 2013, waar [appellant sub 1] en [appellant sub 3], beiden bijgestaan door mr. A.K. Koornneef, Plusbeleg en andere, vertegenwoordigd door mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te Rotterdam, en de raad, vertegenwoordigd door J. Niemeijer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 5 juni 2013 in zaak nr. 201300903/1/T1/R6 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 1 november 2012 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 11 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Haven, fase 2 (zuid)" gewijzigd.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen over het besluit van 11 juli 2013 naar voren te brengen.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat het besluit van 1 november 2012 wat betreft artikel 4, lid 4.3, en artikel 9, lid, 9.4, onder d, van de planregels is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb en wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" in het noordoosten van het plangebied is vastgesteld in strijd met artikel 3:46 van de Awb. De Afdeling heeft de raad opgedragen:

a. met inachtneming van hetgeen in 9.6 van de tussenuitspraak is overwogen het plan wat betreft artikel 4, lid 4.3, en artikel 9, lid 9.4, onder d, van de planregels zodanig gewijzigd vast te stellen dat de rechtsonzekere situatie als gevolg van de onjuiste verwijzingen naar het parkeernormenbeleid wordt beëindigd;

b. met inachtneming van hetgeen in 13.6 van de tussenuitspraak is overwogen alsnog toereikend te motiveren waarom bij de voorziene woningen in het plandeel met de bestemming "Wonen" in het noordoosten van het plangebied als gevolg van het tankstation aan de Visserijkade geen onaanvaardbare geur- en geluidhinder zal ontstaan vanwege de overschrijding van de toepasselijke richtafstanden van de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure), dan wel een andere passende regeling vast te stellen.

2. Plusbeleg en andere hebben naar aanleiding van het besluit van 11 juli 2013 geen zienswijze ingediend over de hierin opgenomen wijziging van artikel 4, lid 4.3, en artikel 9, lid 9.4, onder d, van de planregels. De Afdeling leidt hieruit af dat Plusbeleg en andere in zoverre geen bezwaren hebben tegen het besluit van datum 11 juli 2013. Het van rechtswege ontstane beroep van Plusbeleg en andere is in zoverre ongegrond.

3. Plusbeleg en andere betogen dat het besluit van 11 juli 2013 niet voldoet aan de hiervoor onder 1, onder b, vermelde opdracht en dat het gebrek in het besluit van 1 november 2012 in zoverre niet is hersteld. Hiertoe stellen zij dat het besluit van 11 juli 2013 geen motivering bevat voor de overschrijding van de richtafstand voor geur van de VNG-brochure, zodat in zoverre niet toereikend is gemotiveerd dat ondanks de overschrijding geen onaanvaardbare hinder zal ontstaan.

3.1. Met het besluit van 11 juli 2013 is aan een gedeelte van het plandeel met de bestemming "Wonen" in het noordoosten van het plangebied de aanduiding "milieuzone - tankstation" toegekend.

Ingevolge artikel 9, lid 9.1, van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor woningen.

Ingevolge artikel 13, lid 13.2, zijn ter plaatse van de aanduiding "milieuzone - tankstation" geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Ingevolge artikel 1, lid 1.41, wordt onder geluidgevoelige ruimte verstaan ruimte binnen een woning zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

3.2. Ingevolge artikel 1 van de Wet geluidhinder, zoals dit luidt sinds 1 januari 2013, wordt onder woning verstaan gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan.

3.3. In paragraaf 4.2 van de gewijzigde plantoelichting is vermeld dat nabij het plangebied zich een benzinetankstation bevindt. De VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" hanteert voor benzinestations zonder LPG een richtafstand van 30 m. Deze afstand wordt bepaald door de milieuaspecten geur en geluid. Het meest nabij gelegen bouwvlak met de functie "Wonen" is geprojecteerd op minder dan 30 m afstand van de inrichtingsgrens van dat tankstation, namelijk ongeveer 22 m. Om toch een goed woon- en leefklimaat te borgen wordt - aldus de plantoelichting - in het plan een milieuzone opgenomen. Binnen die milieuzone mogen geen geluidgevoelige ruimten worden gerealiseerd. Met deze functiebeperking binnen de milieuzone wordt ook de volgens de VNG-brochure gewenste afstand voor het aspect geur gerespecteerd. De mogelijke milieubelasting vanwege het tankstation op de nieuwe woningen wordt op deze wijze tot een aanvaardbaar niveau beperkt. Het biedt ook de exploitant van het tankstation voldoende zekerheid dat hij de activiteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kan blijven uitoefenen, aldus de plantoelichting.

3.4. Gelet op de plantoelichting heeft de raad met de in 3.1 beschreven planregeling beoogd voor zowel geluid als geur te voldoen aan de richtafstanden van de VNG-brochure door op de verbeelding binnen een straal van 30 m vanaf het tankstation de aanduiding "milieuzone - tankstation" aan te brengen en te bepalen dat binnen de aanduiding "milieuzone - tankstation" geen geluidgevoelige ruimtes zijn toegestaan. De definitie van het begrip geluidgevoelige ruimte in artikel 1, lid 1.41, van de planregels verwijst wat betreft het daarin opgenomen begrip woning naar artikel 1 van de Wet geluidhinder. De definitie van het begrip woning in artikel 1 van deze wet verwijst sinds 1 januari 2013 evenwel naar wat op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Gelet hierop bieden de planregels onvoldoende duidelijkheid over hetgeen binnen de aanduiding "milieuzone - tankstation" is toegestaan. Het besluit van 11 juli 2013 is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Reeds hierom slaagt het betoog.

3.5. In hetgeen Plusbeleg en andere hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 11 juli 2013 wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduiding "milieuzone - tankstation", voor zover het betreft de gronden binnen een afstand van 30 m vanaf het perceel waarop het tankstation aan de Visserijkade is gevestigd, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep van Plusbeleg en andere tegen het besluit van 11 juli 2013 is in zoverre gegrond. Het besluit van 11 juli 2013 dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd.

4. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep van [appellant sub 3] tegen het besluit van 1 november 2012 niet-ontvankelijk.

5. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, ziet de Afdeling in hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd tegen het besluit van 1 november 2012 geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het door [appellant sub 1] aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het besluit van 1 november 2012 in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van [appellant sub 1] tegen het besluit van 1 november 2012 is ongegrond.

6. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, ziet de Afdeling in hetgeen Plusbeleg en andere hebben aangevoerd aanleiding voor de conclusie dat het besluit van 1 november 2012 wat betreft artikel 4, lid 4.3, en artikel 9, lid 9.4, onder d, van de planregels is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb en wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" in het noordoosten van het plangebied, voor zover het betreft de gronden binnen een afstand van 30 m vanaf het perceel waarop het tankstation aan de Visserijkade is gevestigd, is vastgesteld in strijd met artikel 3:46 van de Awb. Het besluit van 1 november 2012 dient in zoverre te worden vernietigd.

7. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

8. De raad dient ten aanzien van Plusbeleg en andere op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van [appellant sub 1] en [appellant sub 3] bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant sub 3] tegen het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 1 november 2012 niet-ontvankelijk;

II. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plusbeleg B.V. en andere tegen het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 1 november 2012 gedeeltelijk gegrond;

III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 1 november 2012 wat betreft de vaststelling van:

a. artikel 4, lid 4.3, en artikel 9, lid, 9.4, onder d, van de planregels;

b. het plandeel met de bestemming "Wonen" in het noordoosten van het plangebied, voor zover het betreft de gronden binnen een afstand van 30 m vanaf het perceel waarop het tankstation aan de Visserijkade is gevestigd;

IV. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plusbeleg B.V. en andere tegen het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 1 november 2012 voor het overige ongegrond;

V. verklaart het beroep van [appellant sub 1] tegen het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 1 november 2012 ongegrond;

VI. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plusbeleg B.V. en andere tegen het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 11 juli 2013 gedeeltelijk gegrond;

VII. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 11 juli 2013 wat betreft de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduiding "milieuzone - tankstation" in het noordoosten van het plangebied, voor zover het betreft de gronden binnen een afstand van 30 m vanaf het perceel waarop het tankstation aan de Visserijkade is gevestigd;

VIII. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plusbeleg B.V. en andere tegen het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 11 juli 2013 voor het overige ongegrond;

IX. draagt de raad van de gemeente Katwijk op om binnen vier weken na de verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor onder III en VII vermelde onderdelen worden verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

X. veroordeelt de raad van de gemeente Katwijk tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plusbeleg B.V. en andere in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.180,00 (zegge: elfhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

XI. gelast dat de raad van de gemeente Katwijk aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plusbeleg B.V. en andere het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt-Schouten en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Jacobs, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Jacobs

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2013

717.