Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1363

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-09-2013
Datum publicatie
02-10-2013
Zaaknummer
201211637/3/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 22 maart 2013 in zaak nr. 201211637/2/R3 heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van 27 september 2012, waarbij het bestemmingsplan "Esbeekseweg ongenummerd (naast 12) en 21" is vastgesteld, geschorst, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduidingen "bouwvlak", "specifieke vorm van bedrijf - puinbrekerij", "opslag" en "specifieke vorm van bedrijf - straalcabine", zoals aangeduid op de bij die uitspraak gevoegde kaart.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:87
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/6819
JAF 2013/358 met annotatie van Van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201211637/3/R3.

Datum uitspraak: 23 september 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bouwstoffenservice Midden-Brabant B.V., gevestigd te Esbeek, gemeente Hilvarenbeek,

verzoekster,

om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de bij uitspraak van 22 maart 2013, in

zaak nr. 201211637/2/R3, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:

[partijen], beiden wonend te Esbeek, gemeente Hilvarenbeek (hierna tezamen en in enkelvoud: [partij]),

en

de raad van de gemeente Hilvarenbeek,

verweerder.

Procesverloop

Bij uitspraak van 22 maart 2013 in zaak nr. 201211637/2/R3 heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van 27 september 2012, waarbij het bestemmingsplan "Esbeekseweg ongenummerd (naast 12) en 21" is vastgesteld, geschorst, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduidingen "bouwvlak", "specifieke vorm van bedrijf - puinbrekerij", "opslag" en "specifieke vorm van bedrijf - straalcabine", zoals aangeduid op de bij die uitspraak gevoegde kaart.

Bouwstoffenservice heeft de voorzitter verzocht deze voorlopige voorziening op te heffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 september 2013, waar Bouwstoffenservice, vertegenwoordigd door mr. W.P.N. Remie en mr. J.J.J. de Rooij, beiden advocaat te Tilburg, de raad, vertegenwoordigd door M. van Dam-Vogels en M. Morel, beiden werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door ing. L.F.A. Theuws, en [partij], bijgestaan door ing. P.J.M. van Leest, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Ingevolge artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.

3. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een deel van het bedrijventerrein De Mierbeek in Esbeek, waar voorheen een steenfabriek was gevestigd, ten behoeve van de vestiging van vier bedrijven.

4. Bouwstoffenservice verzoekt om opheffing van de gedeeltelijke schorsing van het bestreden besluit, omdat zij grote belangen heeft bij spoedige inwerkingtreding van het betreffende plandeel. In dit verband voert zij aan dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant haar bij besluit op bezwaar van 29 juli 2013 een last onder dwangsom heeft opgelegd om diverse bedrijfsactiviteiten voor 1 oktober 2013 te beëindigen. Bij een ongewijzigde situatie zal zij het bedrijf volledig moeten stilleggen, inclusief het verwijderen van de aanwezige opslag. Voorts brengt Bouwstoffenservice naar voren dat inmiddels onder meer een nieuw akoestisch onderzoek is verricht op grond waarvan volgens haar de mogelijke gebreken in het bestreden besluit met betrekking tot de vaststelling van bedoeld plandeel zijn hersteld.

5. Bij besluit van 16 juni 2011 heeft het college aan Bouwstoffenservice een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4 van de Wet milieubeheer verleend voor de betrokken inrichting voor het accepteren, op- en overslaan en bewerken van diverse (afval)stoffen. Uit de besluitvorming met betrekking tot de last onder dwangsom kan worden afgeleid dat deze vergunning weliswaar in rechte onaantastbaar is, doch dat deze niet in werking is getreden, omdat voor de mobiele puinbreker geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend. Op de inmiddels daartoe ingediende aanvraag kan niet worden beslist, omdat het betreffende plandeel is geschorst. Voor de overige bouwwerken, zoals voor de benodigde keerwanden, weegbrug en silo, is inmiddels wel een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verleend.

Het belang van Bouwstoffenservice bij opheffing van de schorsing ligt hierin dat op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor de puinbreker kan worden beslist en de verleende revisievergunning in werking kan treden, zodat zij ter plaatse haar bedrijfsactiviteiten kan uitoefenen zonder in strijd te handelen met de (milieu)regelgeving. Het belang van [partij] bestaat hierin, naar hij heeft gesteld, dat hij niet met een onomkeerbare situatie wordt geconfronteerd en dat hij geen overlast ondervindt van de bedrijfsactiviteiten van Bouwstoffenservice.

De voorzitter is van oordeel dat bij afweging van de betrokken belangen aan het belang van Bouwstoffenservice doorslaggevende betekenis moet worden toegekend. Hierbij is van belang dat het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor de mobiele puinbreker geen onomkeerbare situatie in het leven roept en dat bij inwerkingtreding van de revisievergunning de daarin opgenomen voorschriften om overlast, in het bijzonder geluidhinder, tot een aanvaardbaar niveau te beperken, zullen moeten worden nageleefd. Voorts neemt de voorzitter in aanmerking dat binnen afzienbare tijd uitspraak zal worden gedaan in de hoofdzaak, die eveneens op de zitting van 18 september 2013 is behandeld. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding om de bij uitspraak van 22 maart 2013 uitgesproken schorsing op te heffen. De voorzitter wijst het verzoek om opheffing van de voorlopige voorziening dan ook toe.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. heft de schorsing van het besluit van de raad van de gemeente Hilvarenbeek van 27 september 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Esbeekseweg ongenummerd (naast 12) en 21", voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduidingen "bouwvlak", "specifieke vorm van bedrijf - puinbrekerij", "opslag" en "specifieke vorm van bedrijf - straalcabine", zoals nader aangeduid op de bij de uitspraak van 22 maart 2013 in zaak nr. 201211637/2/R3 behorende kaart, op;

II. gelast dat de secretaris van de Raad van State aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bouwstoffenservice Midden-Brabant B.V. het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Kooijman

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2013

177-774.