Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1310

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-09-2013
Datum publicatie
25-09-2013
Zaaknummer
201305044/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Herziening Valleipark 2013" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201305044/1/R6.

Datum uitspraak: 25 september 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging Jeu de Boulesclub De Hakhorst, gevestigd te Leusden,

appellante,

en

de raad van de gemeente Leusden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Herziening Valleipark 2013" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft De Hakhorst beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad en De Hakhorst hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 augustus 2013, waar De Hakhorst, vertegenwoordigd door haar [voorzitter], en de raad, vertegenwoordigd door drs. J.R.L. Bunnink en drs. M.U. ter Bals, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan betreft een herziening van het bestemmingsplan "Valleipark 2009" en voorziet in de bouw van een woonwijk met grondgebonden woningen.

3. Het beroep, voor zover gericht tegen artikel 5, lid 5.4.1, van de planregels, steunt niet op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze.

Ingevolge artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan door een belanghebbende geen beroep worden ingesteld tegen onderdelen van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarover hij tegen het ontwerpplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.

Dit zou het geval kunnen zijn indien het vastgestelde plan ten nadele is gewijzigd ten opzichte van het ontwerpplan.

3.1. In het vastgestelde plan is artikel 5, lid 5.4.1, van de planregels gewijzigd vastgesteld. Aan het in dit artikel opgenomen verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders bepaalde werken en werkzaamheden uit te voeren, is toegevoegd het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen. De gronden waarvoor dit verbod geldt, zijn niet in eigendom van De Hakhorst. De raad heeft ter zitting onweersproken toegelicht dat de gronden waarvoor dit verbod geldt gemeentegronden betreffen en dat het De Hakhorst niet is toegestaan hier dergelijke werken en werkzaamheden uit te voeren. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat De Hakhorst door deze toevoeging in een nadeligere positie is gekomen. Voor zover De Hakhorst zich richt tegen onderdelen van artikel 5, lid 5.4.1, van de planregels die niet gewijzigd zijn vastgesteld, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het haar redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij zich niet in haar zienswijze tegen deze onderdelen heeft gericht. Het beroep, voor zover gericht tegen artikel 5, lid 5.4.1, van de planregels, is niet-ontvankelijk.

4. Het beroep richt zich voorts tegen de plandelen met de bestemming "Woongebied" voor het perceel ten noorden van het perceel van De Hakhorst, waarop thans een parkeerterrein is gelegen dat in gebruik is bij De Hakhorst, en het perceel ten westen van het perceel van De Hakhorst, waarop een groenstrook is gelegen.

5. De raad heeft zich bij brief van 1 augustus 2013 op het standpunt gesteld dat geen voornemens bestaan het desbetreffende parkeerterrein en de groenstrook anders te gebruiken dan op grond van het voorgaande bestemmingsplan "Valleipark 2009" is toegestaan. De raad verzoekt het bestreden besluit wat betreft deze plandelen te vernietigen. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft deze onderdelen niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

6. De Hakhorst betoogt dat hiermee niet volledig aan haar beroep wordt tegemoet gekomen. De Hakhorst stelt dat een strook grond ten noorden van het door de raad ter vernietiging voorgedragen plandeel eveneens in gebruik is als parkeerterrein. Voorts stelt De Hakhorst dat de door de raad voorgestelde vernietiging slechts een deel van de ten westen van haar perceel gelegen groenstrook betreft.

De Hakhorst betoogt dat de raad aan deze plandelen ten onrechte de bestemming "Woongebied" heeft toegekend. De Hakhorst voert hiertoe aan dat het plan het mogelijk maakt dat een deel van het parkeerterrein en een deel van de groenstrook worden verwijderd en hier woningen worden gerealiseerd. De Hakhorst betoogt voorts dat in het besluit van 11 april 2013 ten onrechte is vermeld dat het bestemmingsplan "Valleipark 2013" is vastgesteld.

6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat in het besluit van 11 april 2013 een kennelijke verschrijving staat, hetgeen blijkt uit het feit dat het bestemmingsplan dat bij het vaststellingsbesluit is gevoegd wel de naam "Herziening Valleipark 2013" draagt. De raad stelt zich voorts op het standpunt dat hij vanuit het oogpunt van flexibiliteit ervoor heeft gekozen aan de percelen de bestemming "Woongebied" toe te kennen.

6.2. Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn de voor "Woongebied" aangewezen gronden bestemd voor wonen, beroep aan huis, tuinen en erven, verkeers- en parkeervoorzieningen, en overige voorzieningen zoals water, waterberging, groen- en speelvoorzieningen.

6.3. De raad stelt terecht dat in alle planstukken de naam "Herziening Valleipark 2013" is vermeld. In het ter inzage gelegde ontwerpplan alsook in de publicaties van het plan staat eveneens de naam "Herziening Valleipark 2013". Gelet hierop bestaat aanleiding voor het oordeel dat waar in het besluit van 11 april 2013 is vermeld dat het bestemmingsplan "Valleipark 2013" is vastgesteld, dit een kennelijke verschrijving betreft, die geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van het besluit.

6.4. Vast staat dat de plandelen ten noorden van het perceel van De Hakhorst, die door de raad ter vernietiging zijn voorgedragen, onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Valleipark 2009" de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" hadden. Voorts staat vast dat de strook grond die ten noorden van deze plandelen ligt onder het voorheen geldende plan de bestemming "Wonen - Uit te werken" had. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat De Hakhorst op de ter vernietiging voorgedragen plandelen voldoende parkeerruimte heeft. De raad heeft zich gelet hierop in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen aanleiding bestaat om de strook ten noorden van deze plandelen, die onder het voorheen geldende plan "Valleipark 2009" de bestemming "Wonen - Uit te werken" heeft, in dit plan ook als parkeerterrein ten behoeve van De Hakhorst te bestemmen.

6.5. Vast staat voorts dat de gronden ten westen van het perceel van De Hakhorst die niet ter vernietiging zijn voorgedragen en waarop de groenstrook is gelegen onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Valleipark 2009" de bestemming "Groen" hadden. Vast staat voorts dat deze gronden in dit plan de bestemming "Woongebied" hebben. Binnen deze bestemming is de groenstrook toegestaan, zodat deze door het plan niet onder het overgangsrecht is gebracht. Het plan maakt met deze bestemmingsregeling evenwel ook mogelijk dat op deze gronden woningen worden gerealiseerd. De Hakhorst betoogt derhalve terecht dat als gevolg van deze bestemmingsregeling de groenstrook kan worden verwijderd ten behoeve van woningbouw, terwijl het voorheen geldende plan niet voorzag in deze mogelijkheid. De raad heeft toegelicht dat nog niet duidelijk is hoeveel woningen in het plangebied zullen worden gebouwd, zodat is gekozen voor een flexibele bestemmingsregeling waarbinnen zowel woningen als groenvoorzieningen mogelijk zijn. Volgens de raad is het vanwege de vorm en de ligging van de gronden waarop de groenstrook is gelegen niet waarschijnlijk dat hier woningen zullen worden gerealiseerd. De raad betoogt verder terecht dat vanwege de in 5 genoemde, ter vernietiging voorgedragen, plandelen het grootste gedeelte van de groenstrook zal worden behouden. Anders dan De Hakhorst betoogt, heeft de raad gelet op het voorgaande in redelijkheid aan de gronden de bestemming "Woongebied" kunnen toekennen. Voor zover De Hakhorst betoogt dat dit in de weg staat aan de wens van de vereniging om een extra veld te realiseren, leidt dit niet tot een ander oordeel. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze wens ten tijde van het vaststellen van het plan onvoldoende concreet was om hierin aanleiding te zien voor een andere bestemmingsregeling.

7. In hetgeen De Hakhorst heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van de in 5 genoemde plandelen, is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep is in zoverre gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd. Het beroep van De Hakhorst is, voor zover ontvankelijk, voor het overige ongegrond.

8. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

9. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van de vereniging Jeu de Boulesclub De Hakhorst, voor zover gericht tegen artikel 5, lid 5.4.1, van de planregels, niet-ontvankelijk;

II. verklaart het beroep van de vereniging Jeu de Boulesclub De Hakhorst gedeeltelijk gegrond;

III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Leusden van 11 april 2013 tot het vaststellen van het bestemmingsplan "Herziening Valleipark 2013", voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Woongebied" zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart;

IV. verklaart het beroep van de vereniging Jeu de Boulesclub De Hakhorst voor het overige ongegrond;

V. draagt de raad van de gemeente Leusden op om binnen vier weken na de verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel III wordt verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Leusden aan de vereniging Jeu de Boulesclub De Hakhorst het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, ambtenaar van staat.

w.g. Helder w.g. Schaaf

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2013

523.