Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1294

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-09-2013
Datum publicatie
25-09-2013
Zaaknummer
201302282/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Benedeneind NZ 430a" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201302282/1/R2.

Datum uitspraak: 25 september 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], beiden wonend te Benschop, gemeente Lopik,

en

de raad van de gemeente Lopik,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Benedeneind NZ 430a" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellanten] hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juli 2013, waar [appellanten], in de persoon van [appellant A], en de raad, vertegenwoordigd door J. Broeke, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij], vertegenwoordiger van Camping "Midden op ’t Land", als partij gehoord.

Overwegingen

1. Ter zitting hebben [appellanten] hun beroepsgrond met betrekking tot de ligging van een deel van het recreatieterrein in het stiltegebied en hun beroepsgrond met betrekking tot de bedrijfswoning, ingetrokken.

2. Behoudens in geschillen waar de wet anders bepaalt, kunnen ook na afloop van de beroepstermijn en, indien die termijn is gegeven, na de termijn als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb, nieuwe gronden worden ingediend, zij het dat die mogelijkheid wordt begrensd door de goede procesorde. Voor het antwoord op de vraag of de goede procesorde in geding is, is in het algemeen bepalend een afweging van de proceseconomie, de reden waarom de desbetreffende beroepsgrond pas in een laat stadium is aangevoerd, de mogelijkheid voor de andere partijen om adequaat op die beroepsgrond te reageren en de processuele belangen van de partijen over en weer.

[appellanten] hebben eerst ter zitting betoogd dat de in het plan mogelijk gemaakte horecavoorziening op een zodanig korte afstand van hun woning is voorzien dat hierdoor onaanvaardbare geluidoverlast zal ontstaan. [appellanten] hebben geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het voor hen redelijkerwijs niet mogelijk was deze grond eerder aan te voeren. In aanmerking genomen dat de raad hierop niet op passende wijze heeft kunnen reageren, is het ter zitting aanvoeren van deze beroepsgrond in strijd met de goede procesorde, zodat de Afdeling deze grond buiten beschouwing zal laten bij de beoordeling van het bestreden besluit.

3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

4. Het plan voorziet in de herinrichting van het recreatieterrein "Midden op het Landt". In het plan worden onder meer een kleinschalige horecagelegenheid, een dagrecreatieve voorziening in de vorm van een midgetgolfterrein, en een bed & breakfast mogelijk gemaakt.

5. [appellanten] hebben bezwaar tegen de vaststelling van het plan, voor zover het plan een uitbreiding van de recreatieve voorzieningen op het perceel Benedeneind NZ 430a mogelijk maakt. Zij vrezen dat het plan tot parkeeroverlast zal leiden, aangezien in het plan naar hun mening in onvoldoende parkeerplaatsen is voorzien. Daartoe betogen zij dat de raad bij de berekening van de parkeerbehoefte onjuiste parkeercijfers heeft gehanteerd. Onder verwijzing naar de door hen overgelegde memo "Verkeersgeneratie en parkeerbehoefte uitbreiding Camping "Midden op ’t Land" van Walraad Verkeersadvisering B.V. van juli 2013 (hierna: het parkeer- en verkeersonderzoek), betogen zij dat de raad bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de bed & breakfast ten onrechte niet is uitgegaan van de parkeercijfers zoals aanbevolen voor een bungalowpark in publicatie nr. 317 van het CROW "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" (hierna: CROW publicatie 317). Voorts betogen zij dat de raad bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de horecagelegenheid en het midgetgolfterrein zich ten onrechte heeft aangesloten bij de parkeercijfers zoals opgenomen in publicatie nr. 182 van het CROW "Parkeercijfers Basis voor parkeernormering" (hierna: CROW publicatie 182), terwijl ten tijde van de vaststelling van het plan reeds geactualiseerde parkeercijfers beschikbaar waren.

Voorts vrezen [appellanten] overlast te zullen ondervinden door de toename van het aantal verkeersbewegingen op de ontsluitingsweg van het recreatieterrein naast hun woning. Onder verwijzing naar het parkeer- en verkeersonderzoek betogen zij dat de raad ten onrechte de kengetallen zoals opgenomen in publicatie nr. 272 van het CROW "Verkeersgeneratie voorzieningen, kengetallen gemotoriseerd verkeer" (hierna: CROW publicatie 272) als uitgangspunt heeft genomen terwijl ten tijde van de vaststelling van het plan reeds geactualiseerde kengetallen beschikbaar waren. Voorts betogen zij dat de raad bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het midgetgolfterrein ten onrechte niet is uitgegaan van de parkeercijfers zoals aanbevolen voor een kinderboerderij zoals opgenomen in CROW publicatie 317.

5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan niet tot onaanvaardbare parkeer- en verkeersoverlast zal leiden voor [appellanten].

5.2. In de verbeelding is aan het perceel Benedeneind NZ 430a de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" toegekend. Voorts is aan een deel van de gronden de aanduiding "bed&breakfast" en aan een ander deel van de gronden de aanduiding "dagrecreatie" toegekend.

5.3. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, van de planregels zijn de voor "Recreatie - Verblijfsrecreatie" aangewezen gronden bestemd voor:

a. een kampeerterrein met niet-permanente standplaatsen voor kampeermiddelen en permanente standplaatsen voor ten hoogste 45 stacaravans met bijbehorende voorzieningen zoals sanitaire voorzieningen, speelruimten en opslagruimten;

alsmede voor:

b. ter plaatse van de aanduiding "bed & breakfast": een bed & breakfast voorziening voor ten hoogste 12 gastenverblijven;

c. ter plaatse van de aanduiding "dagrecreatie": dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een midgetgolfterrein, een kleinschalig informatiecentrum en een kleinschalige horecagelegenheid in ten hoogste categorie 1a van de Staat van Horeca-activiteiten ten behoeve van de campinggasten, de bed & breakfast en dagrecreanten;

d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, speeltoestellen, nutsvoorzieningen, water en toegangswegen.

Ingevolge lid 3.5 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels:

[..]

c. elke vaste standplaats dient voorzien te zijn van ten minste één parkeerplaats;

d. op het recreatieterrein dienen ten minste 31 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd te worden.

5.4. De raad dient uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening te onderzoeken hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn ten behoeve van de in het plangebied toegestane functies en hoeveel verkeersbewegingen deze functies met zich brengen. De raad heeft hierbij beleidsvrijheid ten aanzien van de te hanteren parkeer- en verkeersnormen. De raad kan derhalve bij dit onderzoek gebruik maken van de CROW kengetallen, maar hij kan het aantal parkeerplaatsen en verkeersbewegingen ook op andere wijze berekenen.

5.5. In bijlage 1 bij de plantoelichting is de berekening van het aantal op het recreatieterrein benodigde parkeerplaatsen weergegeven. Hierin is vermeld dat bij de permanente en de niet-permanente standplaatsen zal worden voorzien in één parkeerplaats per standplaats. [appellanten] hebben dit uitgangspunt niet betwist. Uit artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder d, van de planregels, volgt dat het plan voorziet in de mogelijkheid om deze parkeerplaatsen te realiseren.

Daarnaast volgt uit artikel 3, lid 3.5, aanhef en onder d, van de planregels dat op het recreatieterrein ten minste 31 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden. In bijlage 1 bij de plantoelichting is vermeld dat deze parkeerplaatsen nodig zijn voor de bezoekers van de permanente en niet-permanente standplaatsen, de gasten van de bed & breakfast en voor de bezoekers van de horecagelegenheid en het midgetgolfterrein.

Ten aanzien van de bed & breakfast heeft de raad als uitgangspunt gehanteerd dat per kamer één parkeerplaats dient te worden aangelegd. De Afdeling acht dit uitgangspunt niet onredelijk. Voor zover [appellanten] betogen dat de raad bij de berekening van het aantal parkeerplaatsen voor de bed & breakfast ten onrechte niet is uitgegaan van de door het CROW aanbevolen parkeercijfers zoals opgenomen in CROW publicatie 317 voor bungalowparken, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een bungalowpark niet vergelijkbaar is met een bed & breakfast, zodat geen aansluiting kon worden gezocht bij de daarvoor door het CROW aanbevolen parkeercijfers.

Ten aanzien van de in het plan mogelijk gemaakte horecagelegenheid en het midgetgolfterrein is de raad uitgegaan van de in CROW publicatie nr. 182 aanbevolen parkeercijfers voor een café/bar/cafetaria. Uit artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder c, van de planregels gelezen in verbinding met de Staat van horeca-activiteiten zoals opgenomen in de bijlage bij de planregels volgt dat ter plaatse een broodjeszaak, crêperie, croissanterie, cafetaria, koffiebar, theehuis, lunchroom, ijssalon en een snackbar zijn toegestaan. Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de in het plan mogelijk gemaakte horecagelegenheid vergelijkbaar is met een café/bar/cafetaria, zodat de raad zich bij de beoordeling van het aantal voor de mogelijk gemaakte horecagelegenheid en het midgetgolfterrein benodigde parkeerplaatsen, in redelijkheid bij de daarvoor door het CROW aanbevolen parkeercijfers heeft kunnen aansluiten. Nu de voor een café/bar/cafetaria aanbevolen parkeercijfers niet zijn gewijzigd in CROW publicatie 317, waarin geactualiseerde parkeercijfers zijn opgenomen, kan het betoog van [appellanten] dat de raad van onjuiste parkeercijfers is uitgegaan aangezien ten tijde van de vaststelling van het plan geactualiseerde parkeercijfers beschikbaar waren, reeds daarom niet tot een ander oordeel leiden. Voorts bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat aannemelijk is dat bezoekers van het midgetgolfterrein eveneens gebruik zullen maken van de horecagelegenheid of de camping zodat daarvoor geen extra parkeerplaatsen nodig zijn.

Gelet op het voorgaande biedt hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in voldoende parkeervoorzieningen voorziet. Het betoog faalt.

5.6. Ten aanzien van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de in het plan mogelijk gemaakte functies heeft de raad ter zitting toegelicht dat het aantal niet-permanente standplaatsen aanzienlijk afneemt, waardoor de verkeersintensiteit als gevolg van het totale aantal standplaatsen daalt. Hierbij is volgens de raad voorts van belang dat hierdoor het aantal verkeersbewegingen met caravans fors afneemt. [appellanten] hebben het voorgaande niet gemotiveerd betwist.

Voor de berekening van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de bed & breakfast heeft de raad aansluiting gezocht bij de kengetallen voor campings, waaronder tevens trekkershutten worden verstaan, zoals opgenomen in CROW publicatie 272. [appellanten] hebben niet aannemelijk gemaakt dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat een bed & breakfast kan worden vergeleken met een trekkershut, noch dat de raad zich niet in redelijkheid bij de daarvoor aanbevolen kengetallen heeft kunnen aansluiten. De enkele stelling dat ten tijde van de vaststelling van het plan geactualiseerde kengetallen beschikbaar waren is daarvoor onvoldoende. Temeer nu de voor deze categorie geactualiseerde kengetallen zoals opgenomen in CROW publicatie 317 niet tot een andere uitkomst zouden hebben geleid. De raad heeft derhalve in redelijkheid voor de berekening van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de bed & breakfast kunnen aansluiten bij de voor campings door het CROW in CROW publicatie 272 aanbevolen kengetallen.

Voor zover [appellanten] betogen dat de raad bij de berekening van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het midgetgolfterrein ten onrechte niet is uitgegaan van de kengetallen voor een kinderboerderij zoals opgenomen in CROW publicatie 317, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een kinderboerderij niet vergelijkbaar is met een midgetgolfterrein, zodat geen aansluiting kon worden gezocht bij de daarvoor door het CROW aanbevolen kengetallen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat in CROW publicatie 317 slechts kengetallen voor een kinderboerderij binnen de bebouwde kom zijn opgenomen, terwijl het recreatieterrein buiten de bebouwde kom ligt.

Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet tot een onaanvaardbare toename van het aantal verkeersbewegingen op de ontsluitingsweg naast de woning van [appellanten] zal leiden. Het betoog faalt.

6. [appellanten] voeren voorts aan dat het recreatieterrein niet kan worden ontsloten, aangezien de geplande ontsluiting over hun gronden loopt en zij daarvoor geen toestemming zullen verlenen. Bovendien is een toename van het verkeer op deze weg in strijd met de bestaande erfdienstbaarheid. Voorts heeft de raad volgens [appellanten] geen onderzoek gedaan naar alternatieve ontsluitingsmogelijkheden. Zij betogen dat het plan derhalve niet uitvoerbaar is.

6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de ontsluiting van het recreatieterrein niet afhankelijk is van de bestaande ontsluitingsweg gelegen op de gronden van [appellanten], aangezien het plangebied aan de voorzijde direct grenst aan de openbare weg zodat een alternatieve ontsluitingsroute mogelijk is.

6.2. Voor het oordeel van de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling en de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg staat, is echter slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit.

Het recreatieterrein wordt in de bestaande situatie ontsloten via een ontsluitingsweg gelegen op de gronden van [appellanten]. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de erfdienstbaarheid zoals gevestigd op die weg, niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat, aangezien een alternatieve ontsluitingsroute mogelijk is. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen. Daartoe wordt overwogen dat ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder d, van de planregels de gronden aangewezen voor "Recreatie - Verblijfsrecreatie" tevens bestemd zijn voor toegangswegen. Nu de gronden waaraan deze bestemming is toegekend grenzen aan de openbare weg, kan een alternatieve ontsluitingsweg worden aangelegd, zodat de erfdienstbaarheid zoals gevestigd op de bestaande toegangsweg niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Gelet op het voorgaande geeft het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan de verwezenlijking van het plan in de weg staat. Het betoog faalt.

7. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Westland, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Westland

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2013

674.