Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:1169

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-09-2013
Datum publicatie
18-09-2013
Zaaknummer
201300416/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZLY:2012:1332, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 mei 2011 heeft het college een verzoek van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2014/406
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201300416/1/A2.

Datum uitspraak: 18 september 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 4 december 2012 in zaak nr. 12/912 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer.

Procesverloop

Bij besluit van 24 mei 2011 heeft het college een verzoek van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen.

Bij besluit van 4 april 2012 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 december 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 4 april 2012 vernietigd en het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid te repliceren. Het college heeft gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid te dupliceren.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Desgevraagd hebben partijen toestemming verleend, als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat hij zijn bezwaarschrift niet binnen de daarvoor geldende termijn had ingediend en dit verzuim niet verschoonbaar is geoordeeld. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat [appellant] ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat de reden waarom hij niet eerder bezwaar had gemaakt was dat hij een aantal weken op vakantie is gegaan.

2. [appellant] betoogt dat hij in telefonisch overleg met een medewerker van de gemeente de indiening van zijn bezwaarschrift heeft afgestemd op het moment dat de medewerker die zijn zaak zou behandelen weer van vakantie terug zou zijn. Uit de per e-mail met de gemeente gevoerde correspondentie komt dit volgens hem voldoende naar voren.

3. Blijkens de overgelegde kopieën van e-mails heeft [appellant] de gemeente op 4 juli 2011 laten weten bezwaar te hebben tegen de afwijzing van zijn verzoek. Bij e-mail van 6 juli 2011 heeft een medewerker van de gemeente hem medegedeeld dat hij niet per e-mail maar schriftelijk of via de gemeentelijke website bezwaar diende te maken. Daarbij is vermeld dat de termijn daarvoor liep tot en met 19 juli 2011. [appellant] heeft de betrokken medewerker bij e-mail van 19 juli 2011 bericht dat hem als niet-inwoner van Deventer het maken van bezwaar via de gemeentelijke website niet mogelijk was gebleken. Deze medewerker heeft hem dezelfde dag per e-mail geantwoord dat hij zijn bezwaarschrift dan zo spoedig mogelijk per brief moest indienen. Daarbij heeft hij [appellant] medegedeeld tot 15 augustus 2011 afwezig te zijn en hem voor vragen verwezen naar de bezwaarschriftencommissie.

4. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de onvolkomenheid in het digitale systeem van de gemeente niet voor rekening van [appellant] behoort te komen en enige overschrijding van de bezwaartermijn dan ook redelijkerwijs aanvaardbaar zou zijn. In aanmerking genomen dat aan [appellant] op 19 juli 2011 te kennen was gegeven dat hij zo spoedig mogelijk per brief bezwaar diende te maken en hij daartoe wegens zijn vakantie eerst op 14 augustus 2011 is overgegaan, heeft de rechtbank de termijnoverschrijding terecht niet verschoonbaar geacht. Uit de e-mailcorrespondentie kan, anders dan [appellant] heeft gesteld, niet worden afgeleid dat in afwijking van het antwoord in de e-mail van 19 juli 2011 telefonisch was afgesproken dat hij ervoor diende te zorgen dat vóór 15 augustus 2011 bezwaar was gemaakt. Het betoog faalt.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Van Meurs-Heuvel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2013

47.